Het waren drie studenten nog

Het waren drie studenten nog
-In weinig woorden vertel ik het toch.-
Hun huisbaas bracht ze om bij nacht,
Verborg hun lijken en nam alles af.
Sint Nicolaas heeft het van God gehoord,
En was terstond op de plaats van de moord.
Hij eiste bij de hospes de jongens terug,
Deze, ontmaskerd, toonde ze vlug.
Sint Nicolaas’ gebed had zoveel kracht
Dat het de ziel in de lichamen terugbracht.
Omdat hij de studenten zo wist te plezieren
Zouden ze elk jaar zijn naamdag vieren
Met mooie voordrachten en gezangen
Over Sint ’s wonderrijke gangen.

(Eigen vertaling)

Francesco Pesellino

Treis clercs alouent a escole.
-N’en ferai mie grant parole.-
Li ostes par nuit les occist,
Les cors musçat, l’aver en prist.
Seint Nicholas par Deu le sout,
Sempres fu la si cum Deu plout.
Les clercs a l’oste demandat,
Nes pout celer si les mustrat.
Seint Nicholas par sa preere
Mist les almes el cors arere.
Pur ceo qu’as clercs fit cel honur
Funt li clercs la feste a son jur
De ben lirë et ben chanter
Et des miracles reciter.

Twaalfde-eeuwse tekst uit Normandië

Bron: Sint-Nicolaasliederen, Henk van Benthem, Acco Amersfoort/Leuven 1991

Afscheid van een biechtvader

Janskerk Utrecht

Er was geen spoor van smart
toen ik die koude winterdag
het opgebaarde lichaam zag,
bezweken onder de last
van pastorale plichten

van hem die eens, zo gretig
elk tederheidsverlangen
beproevend en kastijdend,
mijn onvast jongenshart
met schuldbesef ontwrichtte.

Daar lag hij dan:
de lange schaduw
van mijn puberteit.

Ik ging naar buiten
naar het licht en
waande mij bevrijd.

Bovenstaand gedicht heb ik in het najaar van 2005 gepubliceerd in: Spiegels en kralen, negende verzamelbundel van de Vereniging TAALPODIUM (TULIP Utrecht) en in een jubileumuitgave van Tempora Nostra, tijdschrift van de reünistenvereniging van het voormalige klein-seminarie Beekvliet.

Afscheid van een wereldtheoloog

Eind jaren zestig, begin jaren zeventig volgde ik als aankomende ‘godgeleerde’ colleges bij professor Schillebeeckx aan de theologische faculteit van de Nijmeegse universiteit. Hij stond op het hoogtepunt van zijn wereldroem als theoloog en trok studenten uit allerlei landen, die Nederlands leerden om zijn drukbezochte hoorcolleges te kunnen volgen. Hij zette Nijmegen en Nederland op de (katholieke) wereldkaart.

Edward Schillebeeckx was een beminnelijk mens, die in de omgang tamelijk verlegen overkwam, een echte doctor angelicus. Op de vleugels van zijn zoetgevooisde Vlaamse stem nam hij zijn gehoor mee in zijn intellectuele worsteling om een voor moderne mensen verstaanbare en aansprekelijke versie van de oude christelijke boodschap onder woorden te brengen.

Hij werd niet zozeer als een oorspronkelijk denker beschouwd; zijn kracht lag hierin dat hij als geen ander allerlei actuele denkrichtingen in zich wist op te nemen en in het kader van de joods-christelijke traditie te plaatsen. Het is zoals ik het vanmorgen zijn biograaf en opvolger Erik Borgman op de radio hoorde zeggen: Edward Schillebeeckx combineerde een groot intellect met een al even groot en pastoraal bewogen hart. Ik herinner mij zijn uitspraak dat je theologie bedrijft op je knieën…

Toch was men kennelijk al in die dagen in Rome bezig zijn vernieuwende en voor velen zo inspirerende theologische opvattingen verdacht te maken. Want ik herinner mij dat we als studenten de grote theoloog bij een of andere feestelijke gelegenheid hebben toegezongen: “Professor Schillebeeckx, u bent een ketter, voor wie de Schrift neemt, niet naar de geest, maar naar de letter…”

Het lachen is hem en zijn leerlingen daarna wel vergaan. Het vuur van de vernieuwing werd vanaf de jaren zeventig vanuit Rome hardhandig gedoofd, met de huidige paus Benedictus XVI in de coulissen van het Vaticaan. En de katholieke kerk veranderde, zeker in Nederland en zeker aan de top, in een onbeduidende sekte, die door geen weldenkend mens meer serieus wordt genomen. De op 23 december 2009 overleden Schillebeeckx heeft 95 jaar mogen worden, maar de kerk waar hij voor stond is al decennia geleden ter ziele gegaan.