
De mens schept en vernietigt
in schier eindeloze herhaling.
Dat ligt nu eenmaal in zijn aard.
Door zijn millenialange zwerftocht
loopt een draad, gevlochten
van geweld en schoonheid.
Sinds Homerus is het aan de dichter
om deze draad te loven en te laken
en over de vlam van de hoop te waken.

