
’Eeuwige rust’?
Daar moet je toch niet aan denken?
Eeuwige verveling lijkt me een juistere omschrijving.
Tot het zo ver is, hoop ik mij geen moment te vervelen.
Die eeuwigheid lijkt me genoeg.

’Eeuwige rust’?
Daar moet je toch niet aan denken?
Eeuwige verveling lijkt me een juistere omschrijving.
Tot het zo ver is, hoop ik mij geen moment te vervelen.
Die eeuwigheid lijkt me genoeg.

Voor dit ginkgoblad
vielen de waterdruppels
vergeefs – toch nog mooi.

Plotseling ontwakend
uit een diepe zomerslaap,
ontwaar ik een Romeinse soldaat,
die opduikt uit de Kromme Rijn
en mij de weg naar Vechten vraagt,
om daar het fort te gaan bewaken.
Hij is echter vele eeuwen te laat,
tracht ik hem duidelijk te maken;
en vervolg verstoord mijn zomerslaap.