
Onze Turks-Nederlandse landgenoot Ali Serik is een dichter met een missie. Dat blijkt opnieuw uit zijn pas verschenen nieuwe bundel De barbaren van de liefde, die maar liefst 85 gedichten bevat. In bloemrijke taal confronteert hij de lezer met de vele vormen van onrecht en geweld in het huidige tijdsgewricht. Hij doet dit vanuit een sterk historisch besef, dat vele eeuwen terug reikt en eerder door hem magistraal werd verwoord in zijn vorige epische bundel, De zachte veren van de tijd.
Toch is er in mijn beleving een belangrijk verschil met de vorige bundel(s). De barbaren van de liefde is naar mijn gevoel zijn meest persoonlijke bundel, naar vorm en inhoud. In de meeste gedichten is de dichter als subject zelf aan het woord en laat hij de lezer als het ware in zijn ziel kijken. Bij de aanklacht tegen de wereld laat hij zichzelf niet buiten schot. De scheidslijn tussen dader en slachtoffer is minder scherp dan wij ons als getuigen van het wereldleed voorhouden.
Het persoonlijke karakter van de gedichten wordt versterkt door het hanteren van de kleine letter in de titels en gedichten en het uiterst schaars gebruik van leestekens. De bundel ademt daardoor een eenvoudige en transparante sfeer die het leesplezier verhoogt. Maar de inhoud biedt ook volop spanning en avontuur. De dichter kruipt onder meer in de huid van een astronaut, een soldaat, een conducteur, een wereldreiziger, een automobilist, minnaar, vader, vriend, uit de dood opgestane, ja zelfs een tafel. Dit alles om in allerlei toonaarden en situaties de absurditeit en wreedheid van de mensenwereld te illustreren. Net als in vorige bundels is De barbaren van de liefde doortrokken van pijn, verontwaardiging en verbijstering om het gruwelijke lot van vluchtelingen, oorlogsslachtoffers en andere levende wezens. Maar het verlangen naar liefde komt, zij het minder dominant, hier en daar ook aan bod.
Het mooie van deze bundel vind ik dat je de gedichten naar willekeur kunt opslaan om te lezen. Niet omdat het allemaal los zand is, maar omdat elk vers in verband staat met de andere. Je kunt dan ook lang plezier hebben van deze robuuste bundel, om je al bladerend telkens weer te laten inspireren en raken door de scherpe blik en politiek gemotiveerde Weltschmerz die de dichter via zijn verzen met je deelt. En door zijn – ondanks alle cynisme – vasthoudende hoop ‘dat het toch goed komt met de aarde’, zoals in het laatste gedicht ‘samen’ viermaal wordt herhaald.
Als voorproefje en ter illustratie van deze warm aanbevolen uitgave (voor 15 euro te bestellen via http://www.kelbo.nl of bij de boekhandel of elders online) heb ik twee gedichten uitgekozen.
vroeger
vroeger was alles beter
je had geen Spaanse griep
geen covid-19.
Rotterdam was nog niet gebombardeerd
Spartacus was nog vrij man
Eva leefde nog in het paradijs
Roodkapje huppelde vrolijk door het bos
de Ottomaanse sultan heerste over het rijk
vroeger was alles beter
vrouwen waren blij
als hun kind meteen werd gedoopt.
mannen wreven in hun handen
wanneer ze een goede landheer hadden.
dienstmeisjes waren opgelucht
als ’s nachts de zoon van de heer
niet bij hen in bed kroop.
vroeger was alles beter
als heks was je blij
als je de brandstapel ontliep
een scheepsjongen mocht gelukkig zijn
als hij oud werd
genoeg mannen en vrouwen
konden hard rennen
zodat ze niet verstrikt raakten
in de netten van de slavenhandelaar.
Londen stonk naar riool
bacteriën verspreidden zich door de modder.
einde van de oorlog
toen ik terugkeerde als soldaat
laarzen versleten
veldfles gevuld met slechte jenever
zag ik vanaf de heuvel de stad.
verzwakte bomen zwaaiden met gebroken takken
uitgemergeld lag de kleine haven voor de zee.
schoorstenen vervloekten nog steeds de vijand
doodmoe bereikten de wegen de stad
huizen stonden als bomen naast bomen
zwarte bomen die de brand in het bos
niet hadden overleefd.
op het moment dat ik
de stad binnenliep
zag ik in de ogen van de overlevenden
dat ik deze stad had belegerd
dat op mijn bevel
de artillerie het vuur geopend had
op mijn last alle mannen waren afgevoerd.
ik zag vrouwen puinruimen
proberen met wonden in handen
de pijn te begraven
voor onze deur zag ik mijn vrouw
ik omhelsde haar vol verlangen
ze vroeg in tranen
waarom ik haar in de oorlog
had verkracht.






