Ik ben ervan overtuigd, dat elke ware dichter oorlog haat. Zoals Leo Vroman, die zijn lange gedicht OORLOG afsloot met deze drie strofen:
Soldaten, schater om je potentaat,
er is geen ware vijand meer,
schater om het politiek beheer
en overstem hun haatgepraat,
maak hun krijgspapieren zoek,
verbeeld je hun ballen in je oren
om hun kallen niet te horen
maar laat ze bungelen in hun broek.
Er bestaat geen oorlogsbuit
er bestaan geen mensenrechten
om gerechtloos voor te vechten,
schei dan toch in God’s naam uit,
er bestaat geen goede straf.
Komt je hond niet als je fluit
hak je dan zijn oren af?
In God’s naam schei daar dan mee uit.
Doden kruipen langs de wegen,
morgen valt een rode regen
op je helmen, op je huid
God ik kan daar niet meer tegen,
God……in God’s naam schei toch uit.
Wakker worden

de zee is er nog
wij zijn er nog
en ademen mee
met de branding
meeuwen miauwen
hun ochtendgroet
vol schoonheid
is het kustleven
Zeeland

waar
zee land
kust