Winter en ouderdom

Moi, qui suis vieux comme l’hiver / Ik, die zo oud ben als de winter.

Onvergetelijke zin uit Comme à Ostende, een ontroerend chanson, geschreven door Jean-Roger Caussimon (1918-1985).
Het werd door hemzelf gezongen en door de met hem bevriende Franse chansonnier, Léo Ferré, die dit en vele andere liederen van hem op muziek zette.
Ik ken opnames van beide vertolkingen en kan niet zeggen welk van de twee ik het mooist vind.
Waarom raakt mij de aangehaalde zin telkens opnieuw bij het luisteren?

Het lied vertelt over een uitstapje met vrienden in een regenachtig Oostende, de Belgische havenstad, badplaats én geboorteplek van de befaamde kunstschilder James Ensor.
Maar die ene zin onthult dat we vooral te maken hebben met een melancholieke bezinning van de dichter op het eigen ouder worden en het daarmee onverbrekelijk verbonden verlies aan dromen en verlangens.

Ook nu de winter in onze contreien steeds meer een verdwijnend fenomeen lijkt te worden, blijft de beeldspraak in deze zin voor mij actueel.
Ouderdom is de winter van ons leven, met zijn intense en verwarrende beleving van verlangen en weemoed.