Een lied van verzoening

Zeker, ze hebben er geen Seine
En ook geen Bois de Vincennes
Toch mag ik er erg graag verblijven
In Göttingen, in Göttingen

Geen kades en populaire liedjes
Met hun slepende treurmelodietjes
Maar er zijn evengoed verliefde grietjes
In Göttingen, in Göttingen

Ze hebben geloof ik een betere kijk
Dan wij op de koningen van Frankrijk:
Herman, Peter, Helga en Hans
In Göttingen

Ik wil echt niemand bezwaren
Maar de sprookjes uit onze kinderjaren
Met hun “Er was eens” stammen
Uit Göttingen

Ik weet het, wij hebben de Seine
En ook nog ons Bois de Vincennes
Maar hoe goddelijk bloeien de rozen
In Göttingen, in Göttingen

Wij hebben onze nevelige morgens
En Verlaines ziel vol zorgen
Maar zij zijn de melancholie zelve
In Göttingen, in Göttingen

Als ze ons niet kunnen verstaan
Kijken ze ons glimlachend aan
Och, we begrijpen ze niettemin
In Göttingen, in Göttingen

En jammer voor wie mij vindt zweven
En dat de anderen het me vergeven
Maar de kinderen zijn toch echt hetzelfde
In Parijs en in Göttingen

O laat toch nooit de tijden herleven
Dat we voor haat en geweld moesten beven
Want er zijn mensen van wie ik houd
In Göttingen, in Göttingen

En mocht ooit opnieuw het alarm afgaan
Omdat we elkaar weer naar het leven staan
Dan zal mijn hart vol tranen zijn
Om Göttingen, om Göttingen

(Eigen vertaling van het chanson Göttingen van Barbara over de verzoening tussen Duitsland en Frankrijk.)

Srebrenica, 25 jaar later

Ik zag hem weer op tv:
het jongetje in Srebrenica,
met zijn albino konijn in zijn armen,
kwetsbaar en angstig als hijzelf.

Wat is er van hem geworden?

Ik zag hem daarna ook in een droom,
met in zijn ogen de vraag
waarom de grote mensen
zulke vreselijke dingen doen.

Als ik het wist, zou ik het hem zeggen.

Al denk ik niet
dat mijn antwoord hem zou troosten.

Naschrift over mijn eigen betrokkenheid bij ontwikkelingen in voormalig Joegoslavië

Ik was vanaf begin jaren negentig gedurende zo’n 20 jaar verantwoordelijk voor tal van projecten van FNV Mondiaal ter ondersteuning van vakbonden en ngo’s in de Balkan-regio. Ik ben er in die jaren vaak geweest, vooral in Bosnië-Herzegovina en Kosovo, maar ook in andere delen van voormalig Joegoslavië.
In de jaren negentig van de vorige eeuw was de regio voor de derde keer binnen één eeuw het toneel van buitensporig onderling geweld (Na de zogeheten Balkan-oorlogen begin twintigste eeuw en de Tweede Wereldoorlog.). Onder het bewind van Tito was het taboe in Joegoslavië om over de gruwelen uit het verleden te spreken. Daardoor kwamen na zijn dood veel onverwerkt leed en wrok aan de oppervlakte, wat samen met de diepe economische crisis in de jaren tachtig de voedingsbodem vormde voor de opbloei van extreem-nationalisme en uiteindelijk hernieuwd onderling geweld. Vaak tot verbijstering van de mensen zelf. Buren werden in korte tijd vijanden.
Nieuw was -in historisch perspectief gezien- wel dat na deze derde oorlogsepisode de hoofddaders aan diverse kanten van de conflicten voor een internationaal gerechtshof zijn gesleept. Zonder waarheidsvinding en bestraffing van de gepleegde misdaden kan echte verzoening immers nooit tot stand komen. De onderlinge verhoudingen tussen de diverse bevolkingsgroepen zullen vrees ik nog lang verstoord blijven. De angst voor de ander is nog niet weg, wat o.a. blijkt uit de steun bij verkiezingen voor partijen die opkomen voor de eigen ‘etnische’ (dwz door religie onderscheiden) bevolkingsgroep.
In Sarajevo hoorde ik ooit het onheilspellende gezegde: ‘Wij vergeten niets en wij leren niets.’ Toch hoop ik dat in deze enorm gecompliceerde regio, mede door Europese steun aan de opbouw van de civiele samenleving en een levensvatbare economie, op den duur meer welvaart en verzoening tot stand zullen komen. En dat het overheersende sentiment slachtoffer te zijn van elkaars wandaden geleidelijk aan zal slijten.