Ode aan de tijd

IMG_2258

Toen de tijd nog niet was uitgevonden
Uren, dagen, maanden, jaren niet bestonden
Wisten we niet hoe oud of jong we waren
Niemand vreesde nog voor grijze haren

Er was geen generatiekloof
En bij het kleuren van het loof
Ontbrak nog elk gevoel van spijt
Om het verglijden van de tijd

Agenda’s waren overbodig
Er was ook nooit een wekker nodig
Ergens te laat komen kon je niet
Voor niets gold immers een limiet

Dat leidde dus tot oeverloos gezwam
Omdat nergens ooit een eind aan kwam
Toen bedachten we de tijdelijkheid
Omwille van de leefbaarheid

Sindsdien kent alles tijd en duur
Worden we ouder uur na uur
En vieren met een lach en traan
Als weer een jaar heeft afgedaan

Ook dit jaar is nu bijna om
Dus roeren wij weer braaf de trom
En wensen u een goed nieuw jaar
Met TIJD voor uzelf en voor elkaar!

Zonnige reflecties

Met enige fantasie is in de vorm van het hotelzwembad op de foto hieronder de omtrek te zien van een vroegchristelijke basiliek, met aan de ene korte zijde de absis en aan de andere het baptisterium. Zo bekeken, wordt baden een nabootsing van het doopritueel.
Na elke verfrissende duik treedt men als herboren uit het zwembad. Waarna de afgekoelde en gedroogde ledematen zorgvuldig worden gezalfd, ter bescherming tegen de verzengende kracht  van de mediterrane zon.
Ondanks de toegenomen kennis van de risico’s voor de huid, domineert de zonnereligie nog altijd de vakantiebeleving van veel toeristen. Men spreekt niet voor niets van ‘zonaanbidders’.
Dat is ook de naam van een bepaald soort hagedissen. Katten mogen zich trouwens eveneens graag koesteren in de warmte van zonnestralen. Hadden ze aan die eigenschap in het oude Egypte misschien hun goddelijke status te danken?

B9950E07-CBFF-4DEA-913C-6C7B6E492B6A

Over Oost-Indische kers en leeshonger

Oost-Indische kers is een van mijn favoriete bloemen. De intens kleurige bloemen van de welig tierende plant zijn een lust voor het oog en bovendien tongstrelend. Wel met een bijsmaakje wat mij betreft.

Ik herinner mij het woord ‘Oost-Indisch’ in een heel andere context uit mijn jongensjaren. Als kind kon ik namelijk zo verdiept zijn in een boek, dat het niet tot mij doordrong als moeder mij vroeg een boodschap te doen. Bijgevolg kreeg ik dan wel eens het verwijt dat ik mij ‘Oost-Indisch doof’ hield. Een curieuze manier om te zeggen dat ik me van de domme hield.

Natuurlijk voelde ik mij dan onheus bejegend. Als ik las, was ik tijdelijk helemaal in andere sferen. Maar hoe leg je dat als kind uit aan een druk bezette ouder, die wel wat anders aan het hoofd heeft dan de meeslepende avonturen van Arendsoog en Witte Veder?

(De Nederlandse benaming van de plant is in dubbel opzicht misleidend. Net als bijvoorbeeld tuinkers, is Oost-Indische kers geen kers. En deze ‘kers’ is, anders dan de naam suggereert, oorspronkelijk afkomstig uit Latijns-Amerika.)