St. Alexis, Patron of Beggars

Columbia University 1908 Yearbook photo of poet Joyce Kilmer

Wij die dagelijks, om brood bedelend,
In stad en land de straten aflopen,
Laat ons neerknielen op de brede weg en bidden
Tot de heilige met de zwerversvoeten.
Onze altaarkaars is een frisse boterbloem
En ons heiligdom een grazige berm,
Maar Sint Alexius blijft voor ons zorgen,
De vagebond van God.

Hij kreeg een woning in het sjieke Rome
En een prinses als bruid, maar ging er
Op zijn trouwdag vandoor in een roeiboot
De onstuimige stroom van de Tiber af,
Om op de kust van Azië te belanden
Waar de heidense mensen wonen.
Bedelnap in de hand, trok hij er prekend en
Biddend rond en redde hun ziel van de hel.

Krom van de jaren en de pijn, keerde hij
Naar het huis van zijn vader terug.
Niemand bleek deze zwerver te herkennen
Want zijn bebaard gezicht was hun vreemd.
Maar zijn vader zei: “Geef hem te eten en te drinken
En een rustbed onder de trap.”
Alexius kroop naar zijn hok en viel in slaap,
Maar lang zou hij daar niet blijven.

Want toen het nacht werd in de zevenheuvelenstad
Kwam de keizer aangesneld, zeggende:
“Ik hoor dat er een heilige in de buurt is
Die ons komt zuiveren van van onze zonden.”
Waarna ze vergeefs de heilige opzochten,
Want zijn ziel was op een verre reis gegaan
En had zijn vleselijk omhulsel verlaten om
Langs de met goud geplaveide wegen te dwalen.

Wij die dagelijks, om brood bedelend,
In stad en land de straten aflopen,
Laat ons neerknielen op de brede weg en bidden
Tot de heilige met de zwerversvoeten.
Onze altaarkaars is een frisse boterbloem
En ons heiligdom een grazige berm,
Maar Sint Alexius blijft voor ons zorgen,
De vagebond van God!

Joyce Kilmer (1886 – 1918)

(Eigen vertaling)

Bretonse namiddag

IMG_8316

Schiermonnikoog 2015

Als het eb wordt zie je de baaien leeglopen.
Geweldige brakke zandplaten liggen te dampen.
als zoutfabrieken. Kinderen plukken mossels.
Een meisje zingt in haar lichaam dat het glinstert.
Twee nonnen lopen een kreek door – hun beenwitte enkels
knipperen tegen het ketsende licht, de ruimte.
Boten hangen beschonken op het droge.

Elke middag zie ik de val van het water,
de terugtocht naar de slikkende oceaan.
De herhaling is nooit eentonig. Elke keer
glanst het zoute wonder van de schoonheid anders.


Beeldend vakantiegedicht van Bert Voeten, aangetroffen in de verzamelbundel ‘de muze en europa’, boekenweekgeschenk 1963, samengesteld door Garmt Stuiveling.

 

Zomeravond in Rijnsweerd

3AB01813-1CEE-4FF8-84F8-746ECD455FB5

Vleermuizen in de stinsenplanten
Oude verhalen in een achtertuin
Geur van vers gras in de sokken
Kronkelingen in de nauwe straten
Huis in de luwte, warmte in de
Koude wijn, leven in de woorden
Geloof in een bezield verband
Gedruis in de zomerlucht
Vleermuizen in een stinsentuin.

Marlies Souren

Uit onze duo-dichtbundel 45 gedichten Utrecht onder vier ogen – Uitgeverij De Hooiwaagen, Utrecht 2013