Categorie: Dichters

Guido Gezelle en Duurzaamheid

‘Duurzaamheid’ is een van de kernbegrippen in het huidige milieudebat. Bladerend in het werk van Guido Gezelle, kwam ik het woord tegen in een gelijknamig gedicht van hem uit 1871. Bij Gezelle heeft duurzaamheid een diep-religieuze lading. Niet verwonderlijk bij deze priester-dichter, die een aantal onsterfelijke gedichten op zijn naam heeft staan.
Het gedicht gaat, in de originele versie, als volgt:

DUURZAAMHEID

De macht ontvalt den mensche aleer hij ‘t weet;
wat baat hem dat hij werkt, en leeft, en eet?
Het leven zelf doet ‘t leven dood, en ‘t is
dat wij geen duur en hebben, ‘t grootst gemis
van al dat ons ontbreekt. o Duurzaamheid
oneindig, al omvattend, uitgebreid,
die, onbegonnen, nooit sterven zult;
die ‘t wezen van het wezen heel vervult,
u ken ik, ja, heb dank; u ben ik? Neen:
want duurzaamheid, o God, zijt Gij alleen!

De dorre blaren (Les Feuilles Mortes)

Sandwijck

O ik wou zo graag dat je nog bij ze verwijlt
Die blije dagen dat we vrienden waren
Het leven was veel mooier in die tijd
En de zon strooide veel warmere stralen

De dorre blaren, klaar om bijeen te garen
Je ziet, ik vergat ze niet
De dorre blaren, klaar om bijeen te garen
Noch het geluk van toen en het verdriet

En de noordenwind neemt ze met zich mee
Het kille duister in van het vergeten
Weet je, het bleef mij zo goed bij
Het lied dat jij toen zong voor mij

Het is een lied
Dat bij ons hoorde
Jij hield van mij
Ik hield van jou
We leefden zo
Gelukkig samen
Jij hield van mij
Ik hield van jou

Maar ach, het leven drijft wie liefheeft uit elkaar
Zo zachtjes dat geen mens het hoort
En van het eens zo hecht verbonden liefdespaar
Wist in het zand de zee elk spoor

(Eigen vertaling van het gedicht Les Feuilles Mortes van Jacques Prévert)

Gele lissen

Avond 20 mei 2020

Dit plekje aan de oever van de Biltse Grift deed mij denken aan het gedicht ‘Het kind en ik’ van Martinus Nijhoff, dat begint met de strofe: ‘Ik zou een dag uit vissen/Ik voelde mij moedeloos/Ik maakte tussen de lissen/met de hand een wak in het kroos.’