Villa Bloemenheuvel Zeist inspireerde dichter Catharina Boer

 

De Biltsche Grift
De Biltsche Grift (Rijnsweerd Utrecht)

In aansluiting op mijn vorige bericht (21 juni 2019), publiceer ik vandaag de twee gedichten over Villa Bloemenheuvel die door Catharina Boer zijn geschreven en ter plekke voor publiek gelezen op Open Monumentendag 14 september 2013.

Villa Bloemenheuvel

Verweesd, maar verheven nog
staat ze daar, wat bleker ook
en haar verhaal kwijt.

Soms droomt ze onrustig
van klaterend water in een rondom
slingerende tuin in vele kleuren

van ceders, rododendrons, rozenbeemden
in zonlicht dat nog door haar geloken ogen
drong over haar keizerlijk interieur.

Vreemd die echo uit een vorig leven,
te bedenken wie wij beiden waren,
hier waar wij dezelfde beelden spiegelen
die diep in ons herboren lijken.

Misschien was ik Mevrouw, schrijdend
in lange rok en hoed met linten of
dat kind van oude foto dat bloemen
durfde te plukken uit haar hof.

~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~

De butler van Villa BLOEMENHEUVEL

Ruim tweehonderd jaar runt hij het binnen
van dit buiten, brengt wijn op zilveren blad,
beschut planten in de serre tegen winter
en kent de weg hier als zichzelf, zelfs
door verdwenen deuren, geweken wanden.

In jas met zwaluwstaart gaat hij me voor,
gebaart: ‘door kamers van dit huis in neo-
klassiek, empire of art deco   -nu van de
firma Ruijs-  reist u door de tijd waarvoor
ik verantwoordelijk blijf, begrijpt u.

Kijk, stijlvolle tapijten uit het Oosten,
Frans behang en Engelse gordijnen.
Dit is mijn leven dat voert als draad in
verende kleden geweven onder mijn voet’.
Weer gaat hij verder, ik groet even.

Hij buigt en wuift met elegante hand,
stuift dan naar servies- of linnenkast,
haast zich op de trap en rent de tijd
vooruit. Er is nog eeuwen werk te doen,
hij is me steeds te vlug af.

~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~

Catharina Boer publiceerde dit jaar haar tiende dichtbundel, Voltooid landschap geheten (Uitgeverij Demer 2019, ISBN: 978-0-244-77442-4). Deze nieuwe bundel met 30 gedichten kreeg onder andere een mooie recensie in het literaire tijdschrift Meander, zie: Recensie Meander Voltooid Landschap

Catharina en ik kennen elkaar al zo’n 20 jaar. En dat is uitsluitend te danken aan de Poëzie en de wederzijdse waardering die wij voor elkaars dichtkunst koesteren. Geografisch gezien, hebben wij in onze levensloop ongeveer dezelfde route afgelegd, maar dan in omgekeerde richting. Catharina is in 1939 geboren en getogen in De Bilt bij Utrecht. Zij woont al vele jaren in mijn geboorteplaats (1949) Nuenen. Sinds 1974 woon ik zelf met veel genoegen in Utrecht.

Zoals bij Catharina de landschappen uit haar jeugd in De Bilt en omgeving (bijvoorbeeld Landgoed Beerschoten en het Panbos in de nieuwe bundel) een belangrijk thema vormen in haar poëzie, zo is voor mij het ‘groene paradijs’ van mijn kinderjaren in Nuenen een inspiratiebron in diverse gedichten (Retour Nuenen 2018). In de loop van de jaren hebben we elkaar over en weer betrokken bij poëtische evenementen en publicaties in onze eigen omgeving. Een hoogtepunt in onze vriendschapsband vond ik ons gezamenlijk optreden op Open Monumentendag in september 2013 in Villa Bloemenheuvel in Zeist. Het doet mij deugd dat zowel haar als mijn gedichten van die dag nu een eigen plek hebben gekregen in dit Gedichtenblog .

Graag wil ik tot besluit twee dingen met nadruk zeggen over de dichtkunst van Catharina Boer. Het leesplezier met haar gedichten wordt nog overtroffen door het horen voorlezen hiervan. Door de dichter zelf welteverstaan, zoals ik weer heb ervaren tijdens de presentatie van haar nieuwe bundel op 15 juni in de bibliotheek van Nuenen. Haar eigen stemgeluid, frasering en intonatie brengen de gedichten pas echt tot leven. Ik hoop dan ook dat er geluidsopnames zijn of worden gemaakt van haar voordrachten uit eigen werk.

In de tweede plaats: wat mij in haar poëzie zelf vooral treft, is hoe zij het concreet-aardse van de diverse landschappen die haar inspireren, weet te verbinden met het spirituele en persoonlijke. Of misschien moet ik zeggen: hoe zij de spirituele en persoonlijke dimensie in het aardse weet op te roepen, gebruikmakend van haar heel eigen arsenaal aan woorden en beelden. Zoals bijvoorbeeld in dit, uit vier terzinen opgebouwde, gedicht uit Voltooid landschap over de duurzaamheid van natuur en landschap en de eigen sterfelijkheid van de beschouwer.

Zonsondergang – De Bilt

Hoe hij zich bloedend neerlegt
tot afscheid, even in verleden
droomt, dan daalt, streep eronder.

Verdonkerd groen ernstig knikt,
mij bezinnen laat dat wij van dag
en uur niet weten. Nog ben ik

in mijn land gekleed dat, oud
door oerijs vorm en steen getekend,
in zwijgend woud behouden is.

Hoe kalm het water zijn weg
vervolgt, terugkeert en slechts ik
verstrijk, hier niets vergaat.

 

 

 

 

Russisch gedicht van het front

 

Moskou, mei 2009

Stalin

Eerlijk gezegd:
in de loopgraven dachten we echt
niet aan Stalin.
Wel aan God.

Stalin stond buiten onze oorlog
van moord en doodslag, kogels om je oren!
Spreken over hem kwam niet voor.

Waren er geen kranten geweest,
waarachtig, dan zouden we ‘die vreemde naam’
– niet eens Russisch-
gewoon zijn vergeten.

Dit gedicht van de Russische dichter Joeri Semjonovitsj Belasj (1920 – 1988), is opgenomen in een bundel met Russische gedichten van het front: O, wat schreeuwden de vogels, uitgegeven door Mets & Schilt Amsterdam 2001. Vertaald door Marius Broekmeyer en Murk A.J. Popma.

Een bijzondere brief van Hermann Hesse

In een Duitstalig bundeltje met een keuze uit zijn gedichten stuitte ik op een brief die de dichter/schrijver Hermann Hesse in april 1940 schreef aan zijn zoon Martin. De inhoud is mij zo uit het hart gegrepen dat ik dacht: dit moet ik vertalen en delen! Hesse verdedigt in zijn brief namelijk op een zeldzaam heldere en overtuigende wijze de waarde en rol van de (dicht)kunst en de kunstenaar, ook en juist in moeilijke omstandigheden. Zijn opvattingen vind ik ook in onze eigen onzekere tijden nog steeds actueel en inspirerend .

Beste Martin!

Hierbij stuur ik je de laatste versie van mijn nieuwe gedicht (Flötenspiel).
Ja, het is best komisch: terwijl de hele wereld in loopgraven en bunkers, enzovoorts, klaarstaat om alles wat we met elkaar hebben opgebouwd volledig aan gort te schieten, ben ik dagenlang bezig geweest een betere vorm te vinden voor dit kleine gedicht. Eerst had het vier strofen en nu nog maar drie. Ik hoop dat het daardoor eenvoudiger en beter is geworden, zonder iets wezenlijks verloren te hebben. In het eerste couplet zat mij van meet af aan de vierde regel dwars en bij het meermaals overschrijven van de tekst voor vrienden, begon ik regel voor regel en woord voor woord uit te zoeken wat gemist kon worden en wat niet.

Nou zal negen tiende van de lezers helemaal niet in de gaten hebben, welke versie van het gedicht ze voor zich hebben. Van de krant die het gedicht wil afdrukken krijg ik er, als het goed is, tien frank voor, of het nu om de ene of de andere versie gaat. Voor de wereld is zo’n bezigheid sowieso onzinnig, een niet serieus te nemen, merkwaardig of zelfs krankjorum iets. Men zal zich afvragen: hoe komt die dichter erbij om zich druk te maken om een paar versjes en zo zijn tijd te verdoen?

En men zou daarop kunnen antwoorden: in de eerste plaats is wat de dichter uitspookt vermoedelijk zonder enige waarde, want het is niet waarschijnlijk dat hij toevallig een van die weinige gedichten heeft gemaakt die later nog 100 en 500 jaren blijven voortleven – maar toch heeft de beste man iets gedaan dat beter, minder schadelijk en gevaarlijk, en meer verkiesbaar is dan de dingen waar de meeste mensen zich nu mee bezighouden. Hij heeft verzen gemaakt en woorden aan een draadje geregen, maar hij heeft noch geschoten, noch opgeblazen, noch met gas gestrooid, noch munitie geproduceerd, noch schepen aan het zinken gebracht, enzovoorts, enzovoorts.

En men zou ook nog kunnen antwoorden: dat de dichter zijn woorden zo zorgvuldig uitkiest en op de juiste plek zet, midden in een wereld die morgen misschien vernietigd is, is precies hetzelfde als wat de anemonen en primula’s en andere bloemen doen. Midden in een wereld die morgen misschien met gifgas bedekt is, vormen zij met veel zorg hun blaadjes en kelken, met vijf of vier of zeven bloemblaadjes, glad of gezaagd, allemaal zo precies en mooi mogelijk.