‘Een wereld zóó ontzind’

C306FB91-5A2C-4DAB-A62C-1A0B3643E0D8

Slotregels van een kerstgedicht uit 1940 van de Utrechtse dichter Jan Engelman (1900-1972). De behoefte aan stilte is in onze tijd alleen maar toegenomen. Eerder sierde het kwatrijn de buitenmuur van het Stiltecentrum in Hoog Catharijne. Op Wikipedia worden leven en werk van de dichter boeiend beschreven. (Hieraan is deze informatie ontleend. De foto maakte ik onlangs zelf.)

 

 

Een kwatrijn van Goethe

F6BDBEFF-CD4E-4105-8B93-CE0E7801BC3F

Als ons oog er niet geschikt voor was,
Het zou de zon nooit kunnen zien;
Als niet Gods eigen kracht in ons zat,
Hoe kon het goddelijke ons ooit bekoren?

GOETHE

Wär nicht das Auge sonnenhaft,
Die Sonne könnt’ es nie erblicken;
Läg nicht in uns des Gottes eigne Kraft,
Wie könnt’ uns Göttliches entzücken?

Een sonnet van Willem Kloos

IMG_2229

God is geen koning, op een troon aan ’t pralen,
Met, rond hem, engelenstoeten, wijd uit zwierend,
Die, diep door gouden loftrompetten gierend,
Een enkel ding steeds aan elkaar herhalen, –

Daarna, bij hellen klinkslag van cymbalen,
Ten rei geschaard, in d’aether feesten vierend
Terwijl Zijn hand, des hemels dans bestierend,
Het Al regeert tot de aller-verste palen.

God is in eenvoud van spontane woorden,
In zelf-genoegzame muziek-accoorden,
In ’t hart, dat in zichzelf zijn glorie vindt.

God is in zonneschijn en mededoogen,
In klare’ azuurglans van onwetende oogen,
In ’t luid-uit lachen van het schuldloos kind.