Redetwistend

Landschap Noord-Albanië juni 2010

Voor M. die vandaag 66 wordt

De klassieke filosofen beweerden dat vriendschap nooit blijvend kan zijn.
We wandelen met een paar oude vrienden over zacht glooiende berghellingen,
En discussiëren over de vraag hoe ze ontstaan zijn. De wind doet onze jassen opbollen.
Er gaat een uur voorbij, dan zien we dat we met geheven wandelstokken staan te zwaaien.
We zijn buiten adem. We moeten ruzie gemaakt hebben!
Sommige profetieën die je ooit gehoord hebt, komen uit.
Snel laten we het onderwerp rusten en openen onze picknickmanden
En schenken de wijn in. Wat zou het treurig zijn om in je eentje te drinken!
Iemand draagt een gedicht voor over hoe verdrietig het is van elkaar gescheiden te zijn.
Kennelijk hadden die illustere wijzen het niet altijd bij het rechte eind.

Tao Chung Yu, 18e (?) eeuw

(Vertaald uit het Engels)

Katholieke kunst uit de jaren dertig

Rondsnuffelend in de boekenkast (genoeg tijd nu!), stuitte ik op een exemplaar van een dichtbundel die in 1933 is uitgegeven door de Utrechtse Uitgeverij De Gemeenschap en gedrukt op de persen van Drukkerij Lumax te Utrecht. Het gaat om de bundel NIS EN NIMBUS – Verzen van zaligen en heiligen van Jacques Schreurs M.S.C. De gedichten van de priester-dichter zijn in onze tijd hooguit nog interessant uit literair-historisch oogpunt. Dat geldt naar mijn smaak niet voor de prachtige illustraties bij de gedichten. Die zijn van de hand van vier, met De Gemeenschap verbonden en nog altijd gewaardeerde kunstenaars: Charles Eyck, Joep Nicolas, Otto van Rees en Lambert Simon.

Ik heb de zes tekeningen van Lambert Simon (1909-1987) uit de bundel gescand en hieronder geplaatst. Ze dragen achtereenvolgens de titels: Crucifix, Piëta, Sint Jan, Sint Paulus, Sint Sebastianus en Sint Laurentius. De illustraties van Simon springen er voor mij uit om hun krachtige stijl; maar ook vanwege de esthetische uitbeelding van Christus en de apostelen en heiligen als jonge mannen in de bloei van hun leven. Opvallend zijn ook de picturale verwijzingen op vrijwel alle kunstwerken naar klassieke tempels uit de Griekse Oudheid. Misschien een verwijzing naar het geboorteland van de democratie in de donkere jaren dertig van de vorige eeuw? De Gemeenschap* was van 1925 tot 1941 het toonaangevende culturele tijdschrift van jonge en progressief denkende katholieke intellectuelen. Lambert Simon was (muur)schilder, tekenaar, beeldhouwer en glazenier en lid van het Utrechtse Genootschap Kunstliefde.

*In 1964 verscheen bij uitgeverij Amboboeken Utrecht een studie over het maandblad De Gemeenschap, die in opdracht van het ministerie van onderwijs, kunsten en wetenschappen was geschreven. De auteur was dr Harrie Kapteijns, van wie ik in de jaren zestig Nederlandse les kreeg op kleinseminarie, tevens gymnasium, Beekvliet. Hij was in 1949 gepromoveerd op een proefschrift over typen van Poètes Maudits, onder de titel AUTONOME DICHTERS. Het bevatte de neerslag van een onderzoek naar het werk van de dichters Baudelaire, Wilde, Rilke, Van de Woestijne en Slauerhoff. Leraar Kapteijns was vader van een groot gezin en had in de tuin een knus schrijfhuisje. Een mooie herinnering: ik mocht een keer op een woensdagmiddag in alle rust een aantal van zijn platen met Franse chansons beluisteren…

Zakgeld (James Masao Mitsui)

Ik ben tien.
Mijn moeder zit in een zwarte
schommelstoel in de salon
en vertelt verhalen over een plattelandsschool
omgeven door rijstvelden
en zonder wegen.

Ik sta in het licht van een petroleumlamp
achter haar,
en verdien mijn zakgeld.
Een cent
voor elke witte haar die ik eruit trek.

Eigen vertaling van het gedicht ‘Allowance’ van de Amerikaanse dichter James Masao Mitsui.
Kijk hier voor het origineel: https://www.poetryfoundation.org/poems/141925/allowance

Danse Russe (William Carlos Williams)

Als ik, terwijl mijn vrouw slaapt
en de baby en Kathleen
ook slapen
en de zon een vuurwitte schijf is
in zijdeachtige nevels
boven glanzende bomen, —
als ik in mijn kamer op het noorden
in mijn blootje een potsierlijk dansje maak
voor mijn spiegel
mijn hemd om mijn hoofd zwaaiend
en zachtjes in mezelf zingend:
“Ik ben eenzaam, eenzaam;
Ik werd geboren voor eenzaamheid,
Ik voel me helemaal oké!”
Als ik mijn armen en gezicht bewonder,
en mijn schouders, flanken, billen,
tegen de geel getekende tinten, –

Wie zal ontkennen dat ik
de gelukkige schutsengel van mijn gezin ben?

Eigen vertaling uit het Engels.
Lees hier het origineel:
https://www.poetryfoundation.org/poems/46483/danse-russe

Ik liep eenzaam rond, als een wolk (William Wordsworth)

Ik liep eenzaam rond, als een wolk
Die hoog over dal en heuvel zweeft,
Toen ik opeens voor een menigte stond,
Een leger aan gouden narcissen
Die onder de bomen bij een water
Dansten en trilden in de wind.

Alsmaar uitdijend als de sterren
Die aan de Melkweg staan te twinkelen
Vormden ze een eindeloze rij
Langs de oever van een baai:
Ik zag er wel tienduizend in één keer,
Hun kopjes dansten kwiek heen weer.

De golven ernaast dansten ook, maar hun
Plezier overtrof dat van de glimmende golven:
Een dichter kan enkel blij zijn 
Met een gezelschap dat zich zo vermaakt.
Ik staarde – en staarde – maar besefte amper nog
Wat voor een rijkdom hun aanblik mij schonk.

Want vaak, als ik gedachteloos of 
In gepeins verzonken lig te rusten, 
Zie ik ze weer voor me in een flits,
Dat intiem geluk van eenzaamheid;
En dan zwelt mijn hart van vreugde
En danst met de narcissen mee.

Eigen vertaling van het gedicht ‘I wandered lonely as a cloud’ van William Wordsworth

Het origineel is via deze link na te lezen: https://www.poetryfoundation.org/poems/45521/i-wandered-lonely-as-a-cloud

De oude eikenboom (William Henry Davies)

Ik zit onder je bladerdak, oude eik,
Jij machtigste boom van alle;
Met een holle stam waar een man
Met gemak zijn paard in kan stallen.

Ik zie je knoestige knokkels, hard en sterk,
Maar het komt vast niet tot een tweegevecht;
Jouw leven duurt lang, het mijne kort,
Welk was getuige van het grootste onrecht?

Jij hebt hier geen verhongerde vrouwen gezien,
Of een man die, door ondervoeding kierewiet
In zijn stad naar de straatstenen staart,
Omdat hij ze voor hompen brood aanziet.

Jij hebt niet de rillingen gevoeld
Over de rug van kinderen zonder onderdak,
Die in de nachtelijke kou moeten slapen,
Als deuren en muren in Londen-stad.

Wetende dat jij zulke schande niet hebt gekend,
En enkel stormen hebt moeten doorstaan,
Zou ik denk ik met jou mijn zomer
Best prettig door kunnen brengen voortaan.

Om overdag in je groene schaduw te liggen
En ‘s nachts in je holte te slapen
En door het open deurgat boven verlichte
Bladeren de sterren te zien gaan in hun baan.

(Eigen vertaling)

The Old Oak Tree

 I sit beneath your leaves, old oak,
 You mighty one of all the trees;
 Within whose hollow trunk a man
 Could stable his big horse with ease.

I see your knuckles hard and strong,
But have no fear they’ll come to blows;
Your life is long, and mine is short,
But which has known the greater woes?

Thou has not seen starved women here,
Or man gone mad because ill-fed,
Who stares at stones in city streets,
Mistaking them for hunks of bread.

Thou hast not felt the shivering backs
Of homeless children lying down
And sleeping in the cold, night air,
Like doors and walls in London town.

Knowing thou hast not known such shame,
And only storms have come thy way,
Methinks I could in comfort spend
My summer with thee, day by day.

To lie by day in thy green shade,
And in thy hollow rest at night;
And through the open doorway see
The stars turn over leaves of light.

William Henry Davies

Nietsdoen (William Henry Davies)

Wat is dit voor een leven, als we door allerlei bezwaren
Geen tijd hebben om in stilstand voor ons uit te staren.

Geen tijd om net zo lang als koeien of schapen
Onder een boom te staan en alles te begapen.

Geen tijd om door bossen lopend op te merken
Waar eekhoorns in het gras hun nootjes verbergen.

Geen tijd om beken bij klaarlichte dag
Vol sterren te zien als aan de hemel bij nacht.

Geen tijd om de blik naar de Schoonheid te wenden
En te zien hoe haar voeten elke danspas al kenden.

Geen tijd om te wachten tot ze met haar mond
De glimlach in haar ogen glorieus afrondt.

Armzalig leven is het onder zorg gebukt te gaan,
Zonder tijd om rondkijkend stil te staan.

Eigen vertaling van ‘Leisure’, het meest bekende gedicht van William Henry Davies (1871-1940). Zijn boeiende levensverhaal wordt beschreven op Wikipedia: https://en.wikipedia.org/wiki/W._H._Davies.

Leisure

What is this life if, full of care,
We have no time to stand and stare.

No time to stand beneath the boughs
And stare as long as sheep or cows.

No time to see, when woods we pass,
Where squirrels hide their nuts in grass.

No time to see, in broad daylight,
Streams full of stars, like skies at night.

No time to turn at Beauty’s glance,
And watch her feet, how they can dance.

No time to wait till her mouth can
Enrich that smile her eyes began.

A poor life this if, full of care,
We have no time to stand and stare.