Als eierschalen

Fjordenpaarden

Bladerend in mijn inmiddels vergeelde uitgave uit 1972 (vierde druk) van de Verzamelde Gedichten van Gerrit Achterberg stuit ik op het gedicht ‘Dood paard’. Ik herinner mij hoe ik bij eerste lezing getroffen werd door één verrassend beeld: ‘ogen als eierschalen’. Ook nu raakt het me weer.
De dichter groeide op op het platteland en werd bij het schrijven van dit gedicht wellicht geïnspireerd door een herinnering uit zijn jeugd.
Paarden doen mij altijd denken aan mijn vader, die een grote liefde koesterde voor paarden. Een paard heeft benen, een koe heeft poten, placht hij te zeggen om ons als kinderen het respect voor deze diersoort in te prenten. Ik denk dat de aanblik van een dood paard hem oprecht verdriet deed. Net als de dichter (vermoed ik) al gebruikt deze in zijn vers wel de woorden ‘poten’ en ‘bek’.

Met mijn vader in herinnering, laat ik hier graag het laatste gedicht uit Achterbergs dichtbundel Osmose (1941) lezen.

DOOD PAARD

Hij is ineens van hout.
De warme buik is koud.
Zo wordt de wereld oud.
Zijn poten zijn te kort.
Er ligt haver gemorst
buiten de bek, die nog voor kort
je vingers fijn kon malen.
Zijn gele tanden briesen
tegen die hem de dood in bliezen.
Ogen als eierschalen.
De vilder komt hem halen.

Langste dag

Camperduin 20 juni 2018

De kastanjes dragen al flinke bolsters.
De zonnebloemen reiken tot de knie.
De laatste koolmees heeft het nest verlaten.
Het is zomer, vóór ik het weet of zie.

De langste dag is al weer aangebroken;
De dag waarop mijn vader jarig was.
Van nu af gaan de dagen korten,
Terwijl het gisteren nog lente was.

In welk seizoen verkeer ik in mijn leven?
Hoogzomer? Of ben ik al in de herfst?
Ik weet het niet, ik wil het ook niet weten!
Wil iemand weten hoeveel tijd hem rest?

Uit mijn dichtbundel Vallend Licht (2001)

66 jaar

D12067D9-CF9D-46F2-BBBD-8CBC3C78C160

Je vader overleven
is een normale gang van zaken.

Maar dat ik nu ouder ben
dan hij heeft mogen worden
vind ik een vreemd idee.

Ik denk aan hem op zijn geboortedag
de langste dag van het jaar
waarop de linden weemoedig geuren.

Vader hield van het leven
maar het leven niet van hem.
Althans niet genoeg.

Want wat is nu 66 jaar
voor een man die ervan droomde
na de noeste strijd om het bestaan

als god in Frankrijk te kunnen leven?