Een beeld van pure schoonheid en harmonie

IMG_1366

Dit prachtige boeddhabeeld is te zien op een tentoonstelling over en rond het cultuurhistorische tijdschrift Wendingen in museum Flehite in Amersfoort. Het is van teakhout gemaakt en stamt uit de twaalfde eeuw. Ik fotografeerde het, omdat ik het een beeld van pure schoonheid en harmonie vind; ook los van de religieuze intentie waarmee het ruim 8 eeuwen geleden vervaardigd is. Welke menselijke geest en handen zijn in staat om zoiets moois te maken?, vraag ik mij af. Zo mooi dat het mij als voorbijganger uit de 21-ste eeuw nog kan ontroeren. En hopelijk nog vele generaties na mij.

Poëzie en Kunst, een bijzondere serie kunstkaarten

Panta Rhei. Levensstroom

Voor mij ligt een stapeltje ‘klapkaarten’ in een handzaam vierkant formaat. De glanzende voor- en achterkant geeft ze een luxe uitstraling. Op elke kaart staat een schilderij afgebeeld, haarscherp en in heldere kleuren afgedrukt; en op elke rechter binnenpagina een gedicht.
Mooi werk, deze set kunstkaarten, van de Zaanse drukkerij Heijnis & Schipper. Ze zijn eigenlijk te mooi om als wenskaart te gebruiken vind ik en horen bij elkaar te blijven als de pagina’s van een (bibliofiel) boekje.

Maar het gaat natuurlijk ook en vooral om de inhoud. Ik heb een co-creatie voor me van beeldend kunstenaar Gea Zwart en taalkunstenaar/dichter Méland Langeveld. De poëtische beeldentaal van de een inspireerde de ander tot een beeldenrijk gedicht bij elk afzonderlijk schilderij. Zo resulteerde hun onderlinge samenwerking in een serie van acht kaarten met kunst en poëzie.
Zowel de schilderijen als de gedichten vragen van de kijker en lezer enige inspanning en roepen in eerste instantie de vraag op: wat zie en lees ik eigenlijk? Bij beeld noch tekst ligt de betekenis zomaar voor het oprapen. Het is overigens een kenmerk van veel goede kunst, dat je erdoor geboeid of geraakt kunt worden, zonder dat je onmiddellijk kunt zeggen waarom en hoe.

Nader beschouwd, blijkt de serie schilderijen Panta Rhei als gemeenschappelijk thema te hebben. Deze twee Griekse woorden (‘Alles stroomt‘) vormen een gevleugelde uitspraak van de filosoof Heraclitus, die de permanente verandering en beweging als wezenskenmerk beschouwde van alles wat bestaat. ‘Niemand stapt twee keer in dezelfde rivier‘ is een andere bekende uitspraak van deze wijsgeer uit de Griekse Oudheid.
Ook voor Gea Zwart is, naar haar eigen zeggen, de beleving van voortdurende veranderingen het basisthema van haar hele schilderkunst. Op haar, uiteraard, mooi opgemaakte website zegt ze over de serie Poëzie en Kunst Kaarten dat deze ‘gaat over stromen. Het leven, verleden, heden, toekomst, water, diepte, lagen, planten, gezichten, wat opborrelt en wat verzinkt…

Zij verwoordt hiermee inderdaad heel treffend de impressies die haar kleurrijke en vloeiende schilderijen bij mij oproepen. Deels abstract, deels figuratief, ademen ze een sfeer uit van vitaliteit, groei, verbinding, beweging. Ik kon dan ook de neiging niet onderdrukken, om de kaarten naast elkaar op tafel te leggen, zodat de stroom van beelden nog beter zichtbaar werd. Waarbij ik het gevoel had, dat de volgorde niet uitmaakt.
Behalve een fraaie webstek heeft Gea ook een interessante Facebook-pagina ‘Poëzie & Kunst’ (@poezieenkunst). Daar las ik dat ze al met zo’ n 100 (!) Nederlandstalige dichters online heeft samengewerkt om beide -haar even dierbare- kunstvormen met elkaar te verbinden. Ook met poëten uit Vlaanderen, Suriname en de VS.

Méland Langeveld uit Amsterdam is dus een van de circa 100 uitverkorenen binnen dit grensoverschrijdende kunstproject van Gea Zwart. Ik schreef al eerder over zijn poëzie dat je niet ontkomt aan close reading bij deze dichter, om de stroom van zijn associatieve taalgebruik te kunnen volgen. Dat laatste lukt mij bij het ene gedicht beter dan bij het andere. Maar het vloeiende en deels ongrijpbare karakter van Mélands gedichten past goed bij de sfeer van Gea Zwarts Panta Rhei-serie. In sommige gedichten sluit de intense natuurbeleving, of zelfs natuurmystiek, heel direct aan bij de algemene thematiek van de schilderijen. Bijvoorbeeld in het gedicht ‘Lokroep’ over een vijver in het voorjaar.

Sereen de spiegeling van
de vijver, dotterbloemen
openen hun harten in
de opkomende zon

lokroep van diep water
overschaduwt verbeelding
weids licht spreidt
zich voor me uit

vijver hoogzwanger met nieuw
voortleven, mystiek onder de
oppervlak verborgen laveren
ze loom in de luwte

onvermoeid vult water
schaduw in rondingen
dwingt lucht borrelend
uit haar spelonk.

In andere gedichten spelen nostalgische herinneringen aan dierbare personen een rol: moeder, vader, een overleden dochtertje, een verloren liefde. Het verband met de schilderijen is daarbij minder evident. Zoals het hoort, kunnen de schilderijen en gedichten heel goed zonder elkaar bestaan. Maar het zoeken en tasten naar al dan niet gezochte verbanden tussen woord en beeld, maakt het bekijken, lezen en beleven van deze serie kunstkaarten tot een intellectueel genoegen en avontuur, voor wie gevoelig is voor deze beide vormen van expressie.

Interesse gekregen in deze serie kunstkaarten? Dan vind je hier de vereiste informatie om ze te bestellen.

 

Als je een monster tegenkomt


Wat doe je
als je een monster tegenkomt
dat je lichaam en ziel
dreigt te verscheuren?

Je kunt hard weglopen
in de hoop aan zijn kaken te ontkomen.
Maar monsters zijn snel ter been
en  kunnen de  achtervolging heel lang volhouden.

Je kunt de moed opgeven
en je willoos door het monster laten verslinden.
Een even eenvoudige als radicale oplossing,
die echter  van een weinig heldhaftige houding getuigt.

Je kunt  ook de strijd aangaan met Leviathan,
zoals Sint Joris met zijn draak.
Het kost je bloed, zweet en tranen
en  lelijke beten in je lieve lijf.

Maar er is een kans
dat je het beest weet te temmen.
Wie weet slaag je er zelfs in
je littekens tot  sieraden te transformeren.

Bovenstaand gedicht schreef ik in 2012 bij een van de schilderijen van Paulien Rozema-van Geest Een afbeelding van dit schilderij siert het omslag (zie boven) van het boek Zonder monsters gaat het niet. Een geschiedenis van de Leviathan, uitgegeven door Skandalon in 2015.

In deze boeiende cultuurhistorische studie van Bob Becking, oud-hoogleraar Bijbel, Religie en Identiteit aan de Universiteit van Utrecht, komt mijn gedicht ter sprake op blz. 161-162, in een hoofdstuk over de rol van de Leviathan in romans en poëzie. De auteur citeert de laatste twee strofen van het gedicht en leest deze als ‘suggestie’ om  met het kwaad, in de gedaante van de Leviathan, de strijd aan te binden.

Zo ontmoeten wetenschap, beeldende kunst en poëzie elkaar rond het oeroude beeld van de Leviathan. Als monster, dat mensen ook in de moderne tijd  kan helpen om angsten te benoemen en hanteerbaar te maken. Aldus de hoofdconclusie van deze unieke studie.