Waarom dichten?

In een Engelse verzameling van literaire citaten, vond ik de volgende boeiende visie op het dichterschap van de grote dichter W.H. Auden.

“Waarom wil je gedichten schrijven?” Als de jongere antwoordt: “Ik heb belangrijke dingen te zeggen”, dan is het geen dichter. Als hij antwoordt: “Ik ben graag met woorden bezig, om te luisteren naar wat ze zeggen”, dan maakt hij kans dichter te worden.

 

Over Poëzie

Enkele aforismen, opgetekend door dichters, over doel en wezen van de dichtkunst.

Poëzie heelt de wonden die het verstand heeft geslagen.
Novalis

Poëzie is de onthulling van een gevoel waarvan de dichter gelooft dat het iets persoonlijks is, maar dat de lezer als zijn eigen gevoel herkent.
Salvatore Quasimodo

Een gedicht bestaat niet uit woorden, het bestaat uit woorden en hun stilte.
Martinus Nijhoff

De dichter openbaart geheimen zonder ze te verraden.
Jan Greshoff

Dichters liegen de waarheid.
Bertus Aafjes

Een dichter is tegelijk meester en dienaar van de taal.
(Deze heb ik zelf bedacht.)

20.000 dichtbundels verhuisd!

Gisteren, 14 juni, vond de feestelijke heropening plaats van het Poëziecentrum Nederland Het is voortaan gemakkelijk bereikbaar gehuisvest in de Bibliotheek de Marienburg, in het hart van Nijmegen. Er waren op 14 juni voordrachten van de Nijmeegse stadsdichter Marijke Hanegraaf en de literaire veteranen WAM de Moor en Victor Vroomkoning. Ook mochten we genieten van een overrompelende performance door Jaap Blonk. Deze internationaal vermaarde klankdichter verricht wonderen met zijn stem en demonstreerde zijn bijzondere vaardigheiden op zijn “wang-synthesizer”.

Ik maakte gisteren deze foto van een trotse Wim van Til, de sympathieke directeur van het Poëziecentrum en zelf een begaafd dichter. (Wim staat links; rechts aan de tafel zit, in blauwe trui, gastdichter en literair journalist WAM de Moor.)

De mooiste zin

Ivan zingt: Ik ben van mij. Misschien wel de mooiste zin die ik ooit gehoord heb. Heel de hunkering van de moderne mens naar vrijheid en autonomie in vier eenlettergrepige woorden samengevat. Ik ben van mij. De drijfveer achter de Praagse en de Arabische Lente en het verzet tegen alle aanvallen op de integriteit van mensen, groot en klein. Ik ben van mij. Pas als dat het geval is, kun je geloofwaardig en even bondig zeggen: Ik hou van jou.

Ivan is de leadzanger van  BruusQ, een viermansformatie uit Woerden die prachtige luisterliedjes maakt, geschreven door dichter-songwriter Marco van der Bij. Poëzie op muziek.

Een Grande Finale

Drie mooie gedichten wonnen gisteren  de “Grande Finale” (presentator John Jansen van Galen) van de 3e Turing Nationale Gedichtenwedstrijd. Hierbij wil ik de drie triomferende dichters, David Troch, Kate Schlingemann en Hilde van Cauteren, van harte feliciteren met hun welverdiende prijs. Puur toevallig, veroverden voor het eerst 2 Vlamingen en 2 vrouwen de Top-3 (een doordenkertje) van deze volkomen anoniem georganiseerde wedstrijd. Het was een waar feest van de poëzie gisteravond in de barokke Amsterdamse Stadsschouwburg, met mooie voordrachten van de beste 20 gedichten en  twee prikkelende en leerzame toespraken.
De ambassadeur van het dichterstoernooi, Gerrit Komrij, fileerde in zijn openingsrede het in zijn ogen even voorspelbare als ongepaste “gezeur”, dat telkens weer opstijgt uit kringen van het min of meer gevestigde dichtersvolkje, over de vermeende kwalijke invloed van de laagdrempelige Turingwedstrijd op de status en kwaliteit van de Nederlandstalige poëzie. Hij noemde geen namen. Ik kan er wel een paar bedenken, maar waarom zou je die slechte verliezers meer aandacht geven dan ze verdienen? In zijn betoog hield wedstrijdvoorzitter, Ramsey Nasr, de aanwezige 81 dichters die met een of meer gedichten de top-100 hadden gehaald (en hun aanhang) voor wat wel of geen geslaagd gedicht is, naar smaak en opvatting van de finale jury.
Zelf smaakte ik het genoegen voor de tweede keer op rij een gedicht van mij door de redactie van het poëzietijdschrift Awater in hun Top-100 geselecteerd te zien en opgenomen in de nieuwste Turing-poëziebundel. Bovendien kreeg ik voor de tweede keer een plek in de Top-20 van de het radioprogramma Met het Oog op Morgen. Maar evenmin als de vorige keer haalde mijn gedicht de Top-20 van de TNG-jury. Het feit dat er twee verschillende Top-20’s worden samengesteld is eigenlijk best verwarrend. Daar staat tegenover dat meer in de Top-100 gekozen dichters een kans krijgen dat hun vers wordt voorgedragen en besproken.
Ik ben poëzieminnaar, schrijver en journalist John Jansen van Galen (en zijn “verloofde”) dan ook erg dankbaar dat hij weer een gedicht van mij opnam in zijn keuze voor Het Oog. Naar aanleiding van zijn commentaar en dat van Rob Schouten bij het laatste gedicht kan ik hem verzekeren: ik beschouw mezelf als een niet-gefrustreerde en redelijk geslaagde dichter; al is het alleen al omdat mijn dichtkunst kennelijk bij hen in de smaak valt! Het laatste gedicht is een gedachte-experiment en geen afrekening met het poëziebedrijf. Met Ramsey Nasr en zijn jury vind ik dat het bij poëzie in de eerste plaats draait om de liefde voor taal en wat je allemaal met taal kunt doen. De Turing Nationale Gedichtenwedstrijd is een aanwinst voor het literaire leven in Nederland en Vlaanderen en bovendien, nu de startproblemen zijn overwonnen, van het begin tot het eind uitstekend georganiseerd!