Au bord de la mer – Aan zee

98A1B034-2B7D-4642-A71B-EA8F6F66E297.jpeg

J’ai regardé la mer avec ma mère.

Nous deux étions assis, silencieux.
Ma mère et moi. Et la mer.

La mer était calme comme un lion apprivoisé.
Au-dessus de nous, flottait un seul goéland.

Nous avons échangé nos vies mutuellement,
Ma mère et moi. Et la mer.

~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~

Ik keek met moeder naar de zee.

We zaten zwijgend met ons twee:
Mijn moeder en ik. En de zee.

De zee leek een getemde leeuw.
Boven ons dreef een enkele meeuw.

We deelden elkaar ons leven mee:
Mijn moeder en ik. En de zee. 

Als ik een vogel was

0C875949-D6D3-44C5-96B6-E1EFEA52AE83

Als ik een vogel was
Zou ik dan een mens willen zijn,
Of toch liever een ander wezen?

Vogels zien mensen meestal van boven:
Behaarde en kale, hele en halve reuzen
Die zich rusteloos door de straten voortbewegen,

Op eigen benen of op gewielde apparaten,
Geruisloos of met nare bijgeluiden,
Zelden pauzerend om naar vogelzang te luisteren,
Of om zelf een vrolijk lied te kwelen.

Behalve als de zon gaat schijnen:
Dan willen ze graag neerstrijken op een terras,
Waar ze, nippend van een kopje of glas,
Druk kwetteren met elkaar. Als vogels.