Onweer

Begon het te onweren
Op een van die benauwde julidagen,

Kropen we als kind onder de tafel
Met de veilig overhangende tafelsprei,

Terwijl moeder met palmtak en wijwater
Het hele huis rondging om alle kamers te zegenen.

We telden de tijd tussen bliksemflits en donderslag
Om de afstand tot het gevaar te meten.

Was het onweer eenmaal voorbij, voelde het
Alsof de hemel zich weer verzoend had met de aarde.

De lucht was gezuiverd, de angst verdwenen.
We ademden vrij.

Houden van

Als we zeggen
of zingen
ik hou van je

bedoelen we dan
eigenlijk niet
ik wil je houden

en blijven we
dit daarom zo
vaak herhalen

omdat we wel
voelen en weten
dat onze wens

niet onbeperkt
houdbaar is
en vroeg of laat

het moment
van loslaten
komt?