Dichters

De oude dag

Po Chü-i

(Voor Liu-Yü-hsi, die in hetzelfde jaar geboren is)

We worden samen oud, jij en ik;
Laten we eens nagaan: hoe is het om oud te zijn?

Het moede oog valt toe, voordat het avond is;
Het duffe hoofd, nog ongekamd op het middaguur.

Steunend op een stok, soms een ommetje buiten;
Of de hele dag binnen op een stoel, met de deur op slot.

Je vermijdt een blik in de grijnzend gladde spiegel;
Je kunt geen boeken meer lezen met kleine letters.

Dieper en dieper, de liefde voor je oude kameraden;
Steeds zeldzamer, de omgang met jonge mensen.

Maar één ding is nog altijd even geweldig:
Het gezellig keuvelen, als we elkaar weer treffen.

Po Chü-i (772-846)

(Eigen versie naar een Engelse vertaling uit het Chinees)

Standaard