Berusting

Boomstammen in camouflage in het bos van Amelisweerd

Denk niet langer aan gedane zaken die voorbij zijn;
Want aan het verleden denken wekt spijt en pijn.
Denk niet aan wat er nog kan gebeuren;
Aan de toekomst denken maakt je alleen maar onrustig.
Beter is het overdag als een zak in je stoel te zitten;
Beter is het bij nacht als een steen in je bed te liggen.
Komt er eten, open dan je mond;
Komt de slaap, sluit dan je ogen.

Een kras staaltje melancholie, twaalf eeuwen geleden opgeschreven door de Chinese dichter Po Tsjü-i. Je hoeft er niet in mee te gaan of aan toe te zijn, om toch geraakt te worden door dit niets verbloemende gedicht over de late ouderdom.

(Eigen versie naar een Engelse vertaling uit het Chinees)

De oude dag

Po Tsjü-i

(Voor Liu-Yü-hsi, die in hetzelfde jaar geboren is)

We worden samen oud, jij en ik;
Laten we eens nagaan: hoe is het om oud te zijn?

Het moede oog valt toe, voordat het avond is;
Het duffe hoofd, nog ongekamd op het middaguur.

Steunend op een stok, soms een ommetje buiten;
Of de hele dag binnen op een stoel, met de deur op slot.

Je vermijdt een blik in de grijnzend gladde spiegel;
Je kunt geen boeken meer lezen met kleine letters.

Dieper en dieper, de liefde voor je oude kameraden;
Steeds zeldzamer, de omgang met jonge mensen.

Maar één ding is nog altijd even geweldig:
Het gezellig keuvelen, als we elkaar weer treffen.

Po Tsjü-i (772-846)

(Eigen versie naar een Engelse vertaling uit het Chinees)

Nooit te oud

Ik werd zeventig
en leerde eindelijk
een ei bakken

na een blik in een oud
en door veelvuldig gebruik
uiteenvallend kookboek.

Een mens is immers
nooit te oud om
te ontdekken 

dat hij iets wat
hij dacht te kunnen
toch nog moet leren.

Zoals het maken
van een soufflé
die niet inzakt

of een gedicht
uit duizenden
dat in de prijzen valt.