Het hondenweitje

Op het hondenweitje
Staat het kleine hondje
Bij de grote hond.
Hondeke, wat moet je,
Met je grappig snoetje
Dat zo klaaglijk gromt?

Met je pluizig bekje?
Hondeke, wat rek je,
Trek je aan de riem?
Snuffelend aan de schoenen…
Of je ze wilt zoenen,
Ik heb je wel gezien!

In mijn handen stop je
Nu je jonge kopje:
Zeg, wat moet ik doen?…
Op het hondenweitje
Staat het snoezig hondje.
O hoe schattig poept het
Op het prille groen.

Nu stad en land in deze coronatijd veranderd zijn in een hondenwandelparadijs, bedacht ik een variant op het bekende en geliefde gedicht van Jacqueline E. van der Waals Het geitenweitje  Of mijn bewerking een parodie of een pastiche is, laat ik aan het oordeel van de lezer over. Als het vers een glimlach opwekt, ben ik al tevreden.

Ongerijmd gerijmel op twaalf beroemde versregels

JC Bloem
Domweg gelukkig in de Dapperstraat.
Al turend op mijn smartphone-apparaat.

PC Boutens
Zoete dood, uw zuiver pijpen.
Slechts een Schot zal dit begrijpen.

Martinus Nijhoff
Ik ging naar Bommel om de brug te zien.
Mijn tandarts ziet er elke dag wel tien.

Guido Gezelle
O ’t ruischen van het ranke riet!
We waren naakt, maar durfden niet.

Neeltje Maria Min
Voor wie ik liefheb wil ik heten.
Want zelf ben ik mijn naam vergeten.

JC Bloem
Voorbij, voorbij, en o voorgoed voorbij.
Toe, drinkt u nog een laatste glas met mij.

Gerrit Achterberg
De dichter is een koe.
Het grazen nimmer moe.

Herman Gorter
Een nieuwe lente en een nieuw geluid.
Wat was die Herman ver zijn tijd vooruit!

JC Bloem
Denkend aan de dood kan ik niet slapen.
Straks lig ik hier zomaar op apegapen.

Willem Kloos
De Zee, de Zee klotst voort in eindeloze deining.
Nam ik vandaag misschien toch teveel kelkjes in?

Jan Engelman
Ambrosia, wat vloeit mij aan?

Doe dicht die koude waterkraan!

JC Bloem
Alles is veel voor wie niet veel verwacht.
Die had u zelf vast nooit spontaan bedacht.