Ik ben er ziek van (chanson)

Ik droom niet meer
Ik rook niet meer
Weet zelfs niet wie ik ben
Smerig zonder jou
Lelijk zonder jou
Ben ik eenzaam
Als een wees op slaapzaal
Ik heb geen zin meer
Om zo te leven
Het houdt op als je me verlaat
Ik heb er geen zin meer in
En zelfs mijn bed
Verandert in een leeg perron
Als je weer op stap gaat

Ik ben er ziek van
Helemaal ziek van
Zoals wanneer mama ‘s avonds uitging
En mij alleen en radeloos achterliet
Ik ben er ziek van
Er helemaal ziek van
Nooit weet ik wanneer je thuiskomt
Nooit weet ik waar je naartoe gaat
Zo gaat het al bijna twee jaar
Je doet maar raak

Als aan een rotsblok
Of een verslaving
Zit ik aan jou vastgeketend
Ik voel me zo moe
Het zit me tot hier
Om het gelukkige paar te spelen
Waar anderen bij zijn
Ik bedrink me elke nacht
Maar elk glas whisky
Smaakt me als alle andere
En alle boten
Dragen jouw banier
Ik kan nergens heen, je bent overal

Ik ben er ziek van
Er helemaal ziek van
Ik vergoot mijn bloed in jouw lichaam
En voel me een dode vogel
Als je naast me slaapt
Ik ben er ziek van
Er helemaal ziek van
Je nam mij al mijn liedjes af
En stal ook heel mijn woordenschat
Toch barstte ik van het talent
Voordat jij bij mij was

Deze liefde nekt mij
Als ik ermee doorga
Zal ik eenzaam verpieteren
Bij mijn radio
Als een volslagen idioot
Mijn eigen stem horend
Die maar blijft zingen…

Ik ben het zat
Heb het helemaal gehad
Zoals wanneer mama ‘s avonds uitging
En mij radeloos en alleen achterliet
Ik ben er ziek van
Het is echt zo
Er helemaal ziek van
Je nam mij al mijn liedjes af
En stal ook heel mijn woordenschat
In hart en ziel totaal ziek van je
Sta ik nu echt schaakmat
Hoor je het
Ik ben het zat!

(Eigen vertaling uit het Frans van het chanson Je suis malade van Serge Lama))

Wandelen met Guido Gezelle


Hoe zoet is ‘t tusschen broederen twee
te wandelen, te wandelen,
bemint men van de twee den een
den een gelijk den anderen;
bemint men ze alle twee en zij,
beminnen ze malkanderen
gebroederlijk: ‘t is zoet erbij
te wandelen, te wandelen.

Een aanminnig ‘kleengedichtje’ van Guido Gezelle, uit een in 1860 verschenen verzamelbundel van deze nog altijd hoog gewaardeerde Vlaamse priester-dichter.
Gewandeld wordt er ook in onze tijd, meer dan ooit denk ik, al dan niet gebroederlijk, gezusterlijk, of genderneutraal😉.

Gezelle had een zwak voor sommige leerlingen op het kleinseminarie in Roeselare waaraan hij als docent was verbonden. Dit leverde niet alleen enkele onsterfelijke gedichten van zijn hand op, waarin hij de betreffende pupillen zijn (overigens platonische) liefde verklaarde, zoals het bekende gedicht Dien avond en die Rooze (https://nl.wikipedia.org/wiki/Dien_Avond_en_die_Rooze).
Het leidde echter mede ook tot zijn ontslag en overplaatsing door de hem niet welgezinde bisschop naar het Engels College in zijn geboorteplaats Brugge. Zijn laatste jaren sleet hij in een Engelstalig nonnenklooster in Brugge. Op het College en als rector van de aan zijn pastorale zorg toevertrouwde religieuzen, kon Gezelle een andere liefde van hem botvieren, namelijk voor de Engelse taal.