Ben ik al dood?
vroeg mijn moeder
in het verpleeghuis
Nee mam
je bent er nog
antwoordde ik
Maar ik begreep
waarom ze liever
ja had gekregen
Ik zou voor
eeuwig bij haar
hebben gezeten
Zij zou nooit
meer alleen
zijn geweest
Ben ik al dood?
vroeg mijn moeder
in het verpleeghuis
Nee mam
je bent er nog
antwoordde ik
Maar ik begreep
waarom ze liever
ja had gekregen
Ik zou voor
eeuwig bij haar
hebben gezeten
Zij zou nooit
meer alleen
zijn geweest

Bron: wodc.nl
Met enkele andere dichters verzorgde ik op Nationale Gedichtendag 2006 een poëzieprogramma in een Utrechts zorgcentrum. Het publiek op de voorste rijen bestond uit psychogeriatrische bewoners in rolstoel. Hun verstarde, in zichzelf gekeerde, gezichten vertoonden geen enkele emotie. Behalve dan bij die ene mevrouw die af en toe onder de voordracht uitriep: “Wat mooi, wat mooi!” Ik moet hieraan terugdenken op Wereld Alzheimer Dag.
Uit eigen ervaring met mijn dementerende moeder weet ik dat vooral de overgangsfase erg zwaar is, vol angsten, wanen, verwarring en verdriet, en soms ook hilariteit. “Mijn hersens brokkelen af`”, zo vatte moeder treffend de boodschap van de arts samen over de bij haar aangetroffen hersenaandoening. Volgens verpleeghuisarts en filosoof Bert Keizer brokkelt daarmee ook de ziel af, die immers zetelt in ons brein.
Mijn eigen angst voor dit proces vond zijn weg naar een gedicht. Het sloot de dichtbundel af die verscheen op de dag dat ik Abraham zag (Als ik 50 word, 1999). Wie weet, werkt het schrijven of lezen van gedichten vertragend: poëzie tegen dementie!
EXIT
Het wemelt van de taalfouten
in je hoofd en ander ongerief.
Zinnen ontsporen als treinen
in een zandstorm. Klanken
verliezen hun kleur. Uit je
oren stroomt verdriet. Je
vingers slaan steeds meer
tonen mis onder je verbaasde
blik. Zelfs de wellust knaagt
niet meer aan je: alsof het
sop de kool niet waard is.
Het deurslot zoekt moeizaam
naar de sleutel in je hand.
Ook wie het leven toelacht,
lacht ten leste niet.