Het recht om lief te hebben – Le droit d’aimer

Of ze opkomen of doven
Die zonnen rood of grijs
En of de uren vliegen
Het leven verder glijdt

Voor het oog van de mensen
Tegen hun wetten in
Niets of niemand zal mij ooit hinderen
Te beminnen wie ik wil

Ik heb het recht om lief te hebben
Ik heb er recht op

Voor het oog van de mensen
Tegen hun wetten in
Niets of niemand zal mij ooit hinderen
Te beminnen wie ik wil

Een bruiloftsfeest te wensen
Zoals bij jonge mensen
Rijp voor het liefdesspel
Dat recht heb ik gewild
In dronken ochtenduren
En nachten vol van vrees

Voor deze liefde vechtend
Heb ik dit recht veroverd
En alles op het spel gezet
Mezelf op het spel gezet
Ik heb er duur voor betaald
Dat deze liefde zou leven

Al wist de tijd geen droefheid
En ook geen vreugdes weg
Wat ze ook doen of zeggen
Zolang mijn hart zal slaan

Hoe de bekroning ook uitvalt
Doornenkroon of zegekruis
Niets of niemand zal mij ooit hinderen
Te beminnen wie ik wil

Ik heb het recht om lief te hebben
Ik heb er recht op

Voor het oog van de mensen
Tegen hun wetten in
Niets of niemand zal mij ooit hinderen
Te beminnen wie ik wil

Om van jou te houden
Om zelf bemind te worden
Om zelf bemind te worden

Eigen vertaling van het chanson Le droit d’aimer van Edith Piaf
Voor alle mensen die om de vrijheid van hun liefde moeten strijden.

Requiem voor een apin (Léo Ferré)

Je had handen als tennisrackets
Pépée…
En als ik je nagels deed
Zag ik bloemetjes in je kinnenbaard
Je had de oren van Gainsbourg
Maar je had geen whisky nodig
Om ze plat te krijgen voor de nacht.
Terwijl hij…tja, hij wel
Pépée, Pépée, Pépée…

Je had ogen als bovenlichten
Pépée…
Zoals je die ziet in de haven van Antwerpen
Wanneer de matrozen op zoek zijn naar vertier
En smachten naar vreemde ogen
Om de nacht mee door te brengen
Zoals wij naar een chimpansee keken
In huize Ferré
Pépée, Pépée, Pépée…

Je hartslag klonk als een van die trommen
Pépée…
Die op Goede Vrijdag worden omfloerst
Als het drie uur ’s middags wordt
En men toekijkt hoe die Jezus van hen
Zijn drieëndertig kaarsjes uitblaast
Terwijl jij er maar acht had
Op die zevende april
In achtenzestig
Pépée, Pépée, Pépée…

Had ik de handen van de dood maar
Pépée…
En ook de ogen en het hart
Dan zou ik me naast je neervlijen
Er zou om mij heen niets veranderen
Er slapen altijd doden bij je in bed
Er slapen altijd doden bij je in bed
Er slapen altijd doden bij je in bed
Pépée, Pépée, Pépée…

(Eigen vertaling van het chanson Pépée van Léo Ferré)

What thing is love? (vertaling)


Wat liefde is? Toe, zeg het mij.
Zij is een prikkel, zij is een steek,
Zij is een prachtig feest.
Zij is een vuur, dat gloeit als kool,
Haar tongen reiken overal,
Wat ik het best bedenken kan:
Wie liefde zoekt, zie Dames aan.

Eigen vertaling van het lied ‘What thing is love?’
Uit: A Booke of Ayres, John Bartlett 1606

What thing is love? I Pray thee tell.
It is a prickle, it is a sting,
It is a pretty thing.
It is a fire, it is a coale,
Whose flame creeps in at every hole,
And as my wits can best devise,
Love’s darling lies in Ladies’ eyes.

Als jij

Dit is mijn leven,
steen,
als jij. Als jij,
kleine steen;
als jij,
lichte steen;
als jij,
ik zing dat je
over de wegen rolt
en over de trottoirs;
als jij,
bescheiden kiezel van de straat;
als jij,
die op stormachtige dagen
de modder van de aarde
induikt
en dan
vonken slaat
onder de hoeven
en onder de wielen;
als jij, die niet hebt
gediend als steen
van een beursgebouw,
of als steen van een rechtbank,
of als steen van een paleis,
of als steen van een kerk;
als jij,
avontuurlijke steen;
als jij,
die er misschien gewoon
bent voor een katapult,
kleine
en lichte
steen…

(Eigen vertaling van het gedicht ‘Como tú’ van de revolutionaire Spaanse dichter Léon Filipe.)

Een lied van verzoening

Zeker, ze hebben er geen Seine
En ook geen Bois de Vincennes
Toch mag ik er erg graag verblijven
In Göttingen, in Göttingen

Geen kades en populaire liedjes
Met hun slepende treurmelodietjes
Maar er zijn evengoed verliefde grietjes
In Göttingen, in Göttingen

Ze hebben geloof ik een betere kijk
Dan wij op de koningen van Frankrijk:
Herman, Peter, Helga en Hans
In Göttingen

Ik wil echt niemand bezwaren
Maar de sprookjes uit onze kinderjaren
Met hun “Er was eens” stammen
Uit Göttingen

Ik weet het, wij hebben de Seine
En ook nog ons Bois de Vincennes
Maar hoe goddelijk bloeien de rozen
In Göttingen, in Göttingen

Wij hebben onze nevelmorgens
En Verlaines ziel vol zorgen
Maar zij zijn de melancholie zelve
In Göttingen, in Göttingen

Als ze ons niet kunnen verstaan
Kijken ze ons glimlachend aan
Och, we begrijpen ze niettemin
In Göttingen, in Göttingen

En jammer voor wie mij vindt zweven
En dat de anderen het me vergeven
Maar de kinderen zijn toch echt hetzelfde
In Parijs en in Göttingen

O laat toch nooit de tijd herleven
Dat we voor haat en geweld moesten beven
Want er zijn mensen van wie ik houd
In Göttingen, in Göttingen

En mocht ooit opnieuw het alarm afgaan
Omdat we elkaar weer naar het leven staan
Dan zal mijn hart vol tranen zijn
Om Göttingen, om Göttingen

(Eigen vertaling van het chanson Göttingen van Barbara over de verzoening tussen Duitsland en Frankrijk.)