Hartslagen van de mus, dichtbundel van Ali Şerik

DE GOUDEN TANDEN

Het was de koudste winterdag van januari

de wind drong door de muren heen 
door de ijsbloemen kon je niet naar buiten kijken
de waakhonden waren nog nooit zo stil
Op die dag stierf mijn opa in zijn slaap
volgens sommigen omdat zijn tijd op was
Toen de hele familie om hem heen was verzameld 
kroop ik in zijn garderobekast en verstopte mij daar
wilde niet dat opa dood was
ik was een kind van nog geen vijf
Op zijn sterfdag hebben wij opa begraven
de grond was keihard, de sneeuwstorm was meedogenloos
het duurde lang voor de bevroren aarde zich opende 
Volgens de traditie zouden ze opa eerst wassen
om hem daarna in een lijkwade te wikkelen
maar eerst moest iedereen de kamer uit
Een vreemde man kwam binnen
ik keek door de kier, hij begroette opa
sprak Arabische woorden uit het heilige boek
haalde een tang uit zijn aktetas
deed de mond van opa open
trok drie gouden tanden uit zijn mond
Ik hoorde het gekraak van de tanden
en hoe opa schreeuwde van pijn
Daarna kwam mijn vader binnen
opende zijn hand en deed de tanden in zijn broekzak
Sindsdien heb ik medelijden met diegenen
die gouden tanden hebben

Dit tamelijk gruwelijk, maar meeslepend geschreven gedicht komt uit de nieuwste dichtbundel Hartslagen van de mus van de Turks-Nederlandse dichter Ali Şerik (1962). Het is een rijkgevulde bundel, met ruim 160 -vaak lange- gedichten, waarin zijn vorige, eerder door mij besproken bundel uit 2011 is opgenomen: Doorbloeiend heimwee

De nieuwe bundel van Ali is op zondagmiddag 4 oktober 2015 op indrukwekkende wijze gepresenteerd in een overvolle Keizaal van de Amersfoortse Eemland Bibliotheek. Ik herhaal nog maar eens mijn suggestie om Ali Şerik uit te nodigen voor de Nacht van de Poëzie, waarvan de jongste (33e) aflevering weer grotendeels gevuld was met al lang gearriveerde, oude dichters.
Zoals ik het, met alle respect, ook jammer vind dat een zo bijzondere dichter als Ali Şerik is aangewezen op een internetuitgever. Bij Ali’s warmbloedige en beeldenrijke gedichten steekt heel wat erkende Nederlandse poëzie naar mijn smaak nogal kleur- en bloedeloos af…

 

 

de dag doet open: een juweel van een haikubundel

 

Beeld van Saar Scheerlings bij het titelgedicht

Als liefhebber van bibliofiele uitgaven – het leven is te kort voor onverzorgd uitgegeven boeken en slechte wijnen – stuit je soms op een verrassing die een toch al mooie dag helemaal goed kan maken. Dat overkwam mij gisteren, als gast op een gemoedelijke dichtersmiddag in mijn geboorteplaats Nuenen, waar ik kennismaakte met de dichter Luuk den Hartog. Hij bleek samen met de jonge kunstenares, Saar Scheerlings, een juweel van een bundel met haiku’s te hebben gemaakt. Al na een vluchtige blik op de inhoud, telde ik zonder aarzeling 15 euro neer voor in dit in eigen beheer uitgebrachte boekwerk (Druk: Weemen, Gemert 2014). De titel van deze bijzondere uitgave is ontleend aan deze haiku:

weer verdwijnt de maan
de koekoek verbergt zich niet
de dag doet open

Gevat in een stevige dikke kaft, bevat de (rechthoekige) dichtbundel de dag doet open precies 40 klassieke haiku’s, door de auteur geschreven tijdens een duizend kilometer lange voettocht van Sevilla naar Santiago de Compostela, de zogeheten Zilverroute (Via de la Plata). In plaats van minutieus een dagboek bij te houden, zoals gebruikelijk onder pelgrims, legde de dichter elke dag één ogenblik vast in een haiku van slechts drie korte regels, als ‘uitdrukking van een innerlijke ervaring’, in navolging van de grote Japanse meester Matsuo Basho (1644-1694).

Elke haiku is op de flankerende rechterpagina schitterend geïllustreerd door Saar Scheerlings, met landschappen. Los van de feitelijke topografie, variëren ze op het thema van de weg. Haar tekeningen zijn een lust voor het oog, zoals de hele vormgeving van het boek van goede smaak en kwaliteitsbesef getuigt. De haikuverzen zijn van grote klasse, spiritueel en aards tegelijk. Er schemert in een enkel melancholiek vers rouw door om een dierbaar persoon. Zoals in deze haiku:

jij was ook ginds
een leven om te vinden
de hemel zocht mee

 

Aan het slot van hun Ten geleide roepen de samenstellers de lezer op om hun ‘lees- en kijkboek’ zonder haast tot zich te nemen. “Zeshonderdtachtig lettergrepen, zo veel is dat niet, dus langzaam, wandelaar, langzaam.” Aan iedereen die voor een dergelijke trage, spirituele wandeling openstaat, beveel ik deze ‘reisgids’ van harte aan!

Omslag Haiku bundel de dag doet open
Het boek is te bestellen via l.denhartog29 (apenstaartje tussenvoegen) gmail.com

 

Meer lief dan leed, in 77 poëtische tinten – een recensie

Onder bovengenoemde titel verscheen begin mei de nieuwste gedichtenbundel van Marlies Souren. De inhoud van haar zevende bundel is vrij eenvoudig samen te vatten: vrijwel alle gedichten gaan over de dichter zelf. Zij is zowel het onderwerp als het ‘lijdend voorwerp’ van haar poëzie, die dan ook als lyriek pur sang te typeren is.

Maar daarmee is natuurlijk niet alles gezegd. Want Marlies Souren is een complexe persoonlijkheid. Niet de enige op deze aarde, maar wel iemand die bereid is dieper in het eigen innerlijk te graven dan menig andere mens zou durven doen. Laat staan erover schrijven en publiceren. En dat maakt de nieuwe bundel van mijn Utrechtse collega-dichter in mijn ogen zo boeiend, hier en daar zelfs aangrijpend en van de eerste tot de laatste letter authentiek.

Belangrijke thema’s in ‘Meer lief dan leed’ zijn onder meer: de worsteling met de taal, het diepe verlangen als dichter gekend en erkend te worden, de rouw om de overleden geliefde en de vreugde om een nieuwe liefde, uiteenlopende herinneringen aan de jeugdjaren, vrees voor de naderende ouderdom, de impact van de economische crisis. Dit alles verwoord in toegankelijke, met een fijne pen en als het ware op de huid geschreven gedichten. De  bundel bevat verder enkele fraaie staaltjes van door zelfspot gekleurde light verse, een geestige en tedere ode aan huiskat Slash, de diepzinnige monoloog van een winkelwagen (!) en een aantal meditatieve gedichten, die Japans aandoen.

Een enkel gedicht, gericht aan de met ‘u’ aangesproken lezer, vind ik wat prekerig van inhoud en hoogdravend van toon, zoals het titelgedicht waarmee de bundel opent. Maar, al met al, vind ik dat ‘La Souren‘ de wereld verrijkt heeft met een fonkelend kleinood (even fonkelend als de door Tasja van der Veen ontworpen omslag), waartegen zelfs de door deze dichter gehekelde ‘poëziepolitie’ waarschijnlijk geen bezwaar zal maken.

Een gedicht uit de bundel dat mij ontroert en wat mij betreft een Prijs verdient:

OMDAT WE MOOI ZIJN
(voor S)
 
Met mijn dochter zit ik in de bus
die een weg zoekt door het platteland.
“Zag jij die man,” zegt ze angstig,
“die keek naar ons.” Zij heet schizofreen
tegenwoordig heet dat
‘disfunctionele kijk op de realiteit’.
“Ja,” zeg ik, “die man, hij keek,
want wij zijn mooi.” De rest van de
tocht kijkt alles, schapen, eenden
een controleur en een koe op
de rijbaan naar ons, alleen naar
ons omdat we mooi zijn.
De dichtbundel is te bestellen bij: Webwinkel Boekscout.nl