Poëzie en Kunst, een bijzondere serie kunstkaarten

Panta Rhei. Levensstroom

Voor mij ligt een stapeltje ‘klapkaarten’ in een handzaam vierkant formaat. De glanzende voor- en achterkant geeft ze een luxe uitstraling. Op elke kaart staat een schilderij afgebeeld, haarscherp en in heldere kleuren afgedrukt; en op elke rechter binnenpagina een gedicht.
Mooi werk, deze set kunstkaarten, van de Zaanse drukkerij Heijnis & Schipper. Ze zijn eigenlijk te mooi om als wenskaart te gebruiken vind ik en horen bij elkaar te blijven als de pagina’s van een (bibliofiel) boekje.

Maar het gaat natuurlijk ook en vooral om de inhoud. Ik heb een co-creatie voor me van beeldend kunstenaar Gea Zwart en taalkunstenaar/dichter Méland Langeveld. De poëtische beeldentaal van de een inspireerde de ander tot een beeldenrijk gedicht bij elk afzonderlijk schilderij. Zo resulteerde hun onderlinge samenwerking in een serie van acht kaarten met kunst en poëzie.
Zowel de schilderijen als de gedichten vragen van de kijker en lezer enige inspanning en roepen in eerste instantie de vraag op: wat zie en lees ik eigenlijk? Bij beeld noch tekst ligt de betekenis zomaar voor het oprapen. Het is overigens een kenmerk van veel goede kunst, dat je erdoor geboeid of geraakt kunt worden, zonder dat je onmiddellijk kunt zeggen waarom en hoe.

Nader beschouwd, blijkt de serie schilderijen Panta Rhei als gemeenschappelijk thema te hebben. Deze twee Griekse woorden (‘Alles stroomt‘) vormen een gevleugelde uitspraak van de filosoof Heraclitus, die de permanente verandering en beweging als wezenskenmerk beschouwde van alles wat bestaat. ‘Niemand stapt twee keer in dezelfde rivier‘ is een andere bekende uitspraak van deze wijsgeer uit de Griekse Oudheid.
Ook voor Gea Zwart is, naar haar eigen zeggen, de beleving van voortdurende veranderingen het basisthema van haar hele schilderkunst. Op haar, uiteraard, mooi opgemaakte website zegt ze over de serie Poëzie en Kunst Kaarten dat deze ‘gaat over stromen. Het leven, verleden, heden, toekomst, water, diepte, lagen, planten, gezichten, wat opborrelt en wat verzinkt…

Zij verwoordt hiermee inderdaad heel treffend de impressies die haar kleurrijke en vloeiende schilderijen bij mij oproepen. Deels abstract, deels figuratief, ademen ze een sfeer uit van vitaliteit, groei, verbinding, beweging. Ik kon dan ook de neiging niet onderdrukken, om de kaarten naast elkaar op tafel te leggen, zodat de stroom van beelden nog beter zichtbaar werd. Waarbij ik het gevoel had, dat de volgorde niet uitmaakt.
Behalve een fraaie webstek heeft Gea ook een interessante Facebook-pagina ‘Poëzie & Kunst’ (@poezieenkunst). Daar las ik dat ze al met zo’ n 100 (!) Nederlandstalige dichters online heeft samengewerkt om beide -haar even dierbare- kunstvormen met elkaar te verbinden. Ook met poëten uit Vlaanderen, Suriname en de VS.

Méland Langeveld uit Amsterdam is dus een van de circa 100 uitverkorenen binnen dit grensoverschrijdende kunstproject van Gea Zwart. Ik schreef al eerder over zijn poëzie dat je niet ontkomt aan close reading bij deze dichter, om de stroom van zijn associatieve taalgebruik te kunnen volgen. Dat laatste lukt mij bij het ene gedicht beter dan bij het andere. Maar het vloeiende en deels ongrijpbare karakter van Mélands gedichten past goed bij de sfeer van Gea Zwarts Panta Rhei-serie. In sommige gedichten sluit de intense natuurbeleving, of zelfs natuurmystiek, heel direct aan bij de algemene thematiek van de schilderijen. Bijvoorbeeld in het gedicht ‘Lokroep’ over een vijver in het voorjaar.

Sereen de spiegeling van
de vijver, dotterbloemen
openen hun harten in
de opkomende zon

lokroep van diep water
overschaduwt verbeelding
weids licht spreidt
zich voor me uit

vijver hoogzwanger met nieuw
voortleven, mystiek onder de
oppervlak verborgen laveren
ze loom in de luwte

onvermoeid vult water
schaduw in rondingen
dwingt lucht borrelend
uit haar spelonk.

In andere gedichten spelen nostalgische herinneringen aan dierbare personen een rol: moeder, vader, een overleden dochtertje, een verloren liefde. Het verband met de schilderijen is daarbij minder evident. Zoals het hoort, kunnen de schilderijen en gedichten heel goed zonder elkaar bestaan. Maar het zoeken en tasten naar al dan niet gezochte verbanden tussen woord en beeld, maakt het bekijken, lezen en beleven van deze serie kunstkaarten tot een intellectueel genoegen en avontuur, voor wie gevoelig is voor deze beide vormen van expressie.

Interesse gekregen in deze serie kunstkaarten? Dan vind je hier de vereiste informatie om ze te bestellen.

 

Een sprankelend debuut

omslag-bundel-avs

Op haar 66-ste verjaardag (12 oktober 2016) presenteerde Taalpodiumlid Anneke van Schaik in het Utrechtse Theater Schiller haar eerste dichtbundel: Met Lach en Wimpel. De titel dekt de lading van deze sprankelende bundel volkomen. Het taalplezier spat er van af. In beeldende gedichten krijgen dingen van alledag een vrolijke twist, zoals het afscheid van een paar dierbare schoenen. Maar ook serieuze zaken komen in deze overwegend luchtige dichtbundel aan bod. Het boekje (71 bladzijden) ligt lekker in de hand en is oogstrelend mooi uitgegeven door internetuitgever Boekscout.nl.

Dit is mijn favoriete gedicht (in de serieuze categorie):

Schelpje

Wit schelpje van het strand
hij neemt je in zijn hand

Zijn hand, mijn hand

Wit schelpje van het strand
hij legt je in mijn hand

Mijn hand, zijn hand

Wit schelpje van het zoute water
zoete herinnering voor later

 

Met Lach en Wimpel bestel je hier

Zijwaarts springen, dichtbundel Méland Langeveld (recensie)

BAROMETER

Aan tafel gezeten
is vader alles vergeten
zelfs dat wat hij deed
een minuut geleden

als de gewoonte van de wind
-het onverbiddelijk meesleuren
van al wat zich laat meevoeren-
tikt vader bij het opstaan
zijn knokige knuist tegen de barometer

wijzer wijst deze morgen
wederom veranderlijk aan,
kon die veranderlijkheid
zich maar bij vader beklijven

de talloze elektroshocks
in zijn jonge jaren
hebben in zijn herfstdagen
gewenst effect gesorteerd

vaders immer malende gedachten
staan op uit.

Dit (vermoedelijk autobiografische) vadergedicht is een van de 48 gedichten in de bundel Zijwaarts springen van Méland Langeveld. Zijn debuutbundel werd op 22 november 2015 op feestelijke wijze in De Nieuwe Anita in Amsterdam gepresenteerd, na drie jaar voorbereiding. En dat is te merken aan de inhoud: elk woord lijkt zorgvuldig gewikt en gewogen in deze rijke en rijpe bundel. De indrukwekkende reeks gedichten ademt een sfeer die mij aan de dichter Hans Lodeizen doet denken en vergt vaak close reading om alle nuances in betekenis goed te vatten.
Méland Langeveld schrijft poëzie die erom vraagt gelezen te worden zoals je een goed glas wijn drinkt: bedachtzaam nippend. Het wereldbeeld van de dichter komt ‘holistisch’ over. Zijn empathie met alles wat kwetsbaar is blijkt vrijwel grenzeloos. Zo toont hij zich in zijn gedichten begaan met het lot van uiteenlopende fenomenen als: gerooide populieren, gevallen soldaten, ‘gesneuvelde’ bladeren, vergeten graven, ja zelfs de dode arm van een rivier. Herhaaldelijk komen ook zijn ouders in hun laatste levensfase in beeld, zoals in het hierboven weergegeven gedicht.
Zijwaarts springen is een warm aanbevolen bundel, waarop bij uitstek de gevleugelde uitspraak van de dichter Novalis van toepassing lijkt: “Poëzie heelt de wonden die het verstand heeft geslagen.”

Klik, voor meer informatie over de inhoud van deze gedichtenbundel en hoe deze te verkrijgen is, op deze link naar de website van Méland Langeveld: Zijwaarts springen