WILHELMINA, MIJN BUURVROUW

Robuust en strak
in jas en rok
de slimme vos
om zich heen geslagen
zo staat zij mij nabij
zonder saluut
dat is zij zelf
in haar verzet

voorbij de speelweide
ziet zij naar
het verre zuiden
waar zij in vette klei
haar schoenen zette
bevrijd land onder haar voeten

‘wilt u ons op de foto zetten
met dat gouden wijf?’
zij kwamen van ver
en kenden haar stem
uit barre tijden

het oude paar hurkte
aan haar voeten
ik klikte
het beeld bleef staan

hun dag was goed
zonder te zingen
en zonder krans
de foto was genoeg

Met dit charmante titelgedicht opent het gelijknamige dichtbundeltje, verschenen in 2003 en nog steeds verkrijgbaar bij de Stichting De Plantage Utrecht, van Frank Chapel (pseudoniem van Frans Dekkers, 1937 – 2012). Deze priester-dichter woonde van 1972 tot 2003 in Utrecht, niet ver van zijn geliefde Wilhelminapark. Bij zijn vertrek uit de stad in 2003 nam hij er met een twintigtal gedichten liefdevol afscheid van. Daarvoor had hij diverse andere literaire kleinoden geschreven, onder andere over de Mgr. Van de Weteringstraat, de Maliebaan en andere historisch geladen en beladen plekken in Oost-Utrecht.

Voorzijde bundel, ontwerp Ciano Siewert

 

Zelf schreef ik over hetzelfde bronzen standbeeld van Wilhelmina (Mari Andriessen, 1968) een enigszins verwant gedicht, dat is opgenomen in mijn bundel Zomaar zestig uit 2009:

WILHELMINA IN HET PARK


Telkens als ik wandelend
of op de fiets passeer
scheelt het maar een haartje
of ik salueer.

Ze staat er ook zo fier
met rechte ruggengraat
in haar lange mantel
als een heilsoldaat.

In gedachten zie ik
hoe ze met één blik
al die slappe kerels
verstijven deed van schrik.

Haar beeld is ons gebleven
zonder sentiment
strak in brons gegoten
als een monument.          

 

Zie ook: https://www.nieuws030.nl/kunst/de-utrechtse-beeldengalerij-15-wilhelmina/

Over de dichtbundel CROW van Ted Hughes

 

Tegen het eind van mijn theologiestudie, ruim 40 jaar geleden, schafte ik een van de grimmigste en ‘zwartste’ mij bekende dichtbundels aan, Crow, van de Engelse dichter Ted Hughes (1930-1998). Met een kraai als ‘hoofdpersoon’ en gebruik makend van allerlei mythologische (vooral Bijbelse) beelden stelt de dichter de onvolkomenheid van de schepping en het falen van de Schepper aan de kaak. Het apocalyptische en duistere (bij tijden humoristische) karakter van de bundel sprak mij als jonge, zoekende theoloog wel aan; al denk ik dat ik nu beter in staat ben de portee van deze poëzie te vatten dan toen. Net als twee andere belangrijke Engelse dichters, Philip Larkin en Stevie Smith, twijfelde Ted Hughes fundamenteel aan de betekenis en toekomstkansen van het christendom in de geseculariseerde consumptiemaatschappij, zoals die zich vanaf de jaren vijftig ook in Engeland begon te ontwikkelen. (Hughes vond uiteindelijk geestelijke rust en levensvreugde in de natuur, waarvan hij -net als Stevie Smith- zowel de schoonheid als de wreedheid bezong.)

Ted Hughes had persoonlijk alle reden om boos te zijn op God en zich te beklagen om zijn lot. Zijn eerste vrouw, Sylvia Plath, leed aan zware depressies als gevolg van een bipolaire stoornis (zoals haar aandoening heden ten dage wordt genoemd). Een jaar na hun scheiding in 1962 pleegde zij zelfmoord. Haar tragische dood, min of meer aangekondigd in haar roman The Bell Jar (De glazen stolp) en haar na haar dood verschenen en nog altijd geprezen, tweede dichtbundel Ariel (1965) bezorgden Sylvia Plath postuum veel literaire roem. Ze werd ook al snel tot feministisch icoon verheven, uiteraard met de weduwnaar en beheerder van haar literaire nalatenschap, Ted Hughes, in de beklaagdenbank. Zes jaar later pleegde Hughes’ minnares Assia Wewill suïcide, waarbij zij ook hun 4-jarig dochtertje Shura meenam in de dood. De dichter (die in 1984 Engelands Dichter des Vaderlands werd) zou pas in de kort voor zijn dood in 1998 gepubliceerde dichtbundel Birthday Letters met 88 gedichten zijn stilzwijgen verbreken over zijn relatie met Sylvia Plath.

Crow verscheen voor het eerst in 1970 en werd aan Assia en Shura opgedragen. 

Lees verder “Over de dichtbundel CROW van Ted Hughes”

de dag doet open: een juweel van een haikubundel

 

Beeld van Saar Scheerlings bij het titelgedicht

Als liefhebber van bibliofiele uitgaven – het leven is te kort voor onverzorgd uitgegeven boeken en slechte wijnen – stuit je soms op een verrassing die een toch al mooie dag helemaal goed kan maken. Dat overkwam mij gisteren, als gast op een gemoedelijke dichtersmiddag in mijn geboorteplaats Nuenen, waar ik kennismaakte met de dichter Luuk den Hartog. Hij bleek samen met de jonge kunstenares, Saar Scheerlings, een juweel van een bundel met haiku’s te hebben gemaakt. Al na een vluchtige blik op de inhoud, telde ik zonder aarzeling 15 euro neer voor in dit in eigen beheer uitgebrachte boekwerk (Druk: Weemen, Gemert 2014). De titel van deze bijzondere uitgave is ontleend aan deze haiku:

weer verdwijnt de maan
de koekoek verbergt zich niet
de dag doet open

Gevat in een stevige dikke kaft, bevat de (rechthoekige) dichtbundel de dag doet open precies 40 klassieke haiku’s, door de auteur geschreven tijdens een duizend kilometer lange voettocht van Sevilla naar Santiago de Compostela, de zogeheten Zilverroute (Via de la Plata). In plaats van minutieus een dagboek bij te houden, zoals gebruikelijk onder pelgrims, legde de dichter elke dag één ogenblik vast in een haiku van slechts drie korte regels, als ‘uitdrukking van een innerlijke ervaring’, in navolging van de grote Japanse meester Matsuo Basho (1644-1694).

Elke haiku is op de flankerende rechterpagina schitterend geïllustreerd door Saar Scheerlings, met landschappen. Los van de feitelijke topografie, variëren ze op het thema van de weg. Haar tekeningen zijn een lust voor het oog, zoals de hele vormgeving van het boek van goede smaak en kwaliteitsbesef getuigt. De haikuverzen zijn van grote klasse, spiritueel en aards tegelijk. Er schemert in een enkel melancholiek vers rouw door om een dierbaar persoon. Zoals in deze haiku:

jij was ook ginds
een leven om te vinden
de hemel zocht mee

 

Aan het slot van hun Ten geleide roepen de samenstellers de lezer op om hun ‘lees- en kijkboek’ zonder haast tot zich te nemen. “Zeshonderdtachtig lettergrepen, zo veel is dat niet, dus langzaam, wandelaar, langzaam.” Aan iedereen die voor een dergelijke trage, spirituele wandeling openstaat, beveel ik deze ‘reisgids’ van harte aan!

Omslag Haiku bundel de dag doet open
Het boek is te bestellen via l.denhartog29 (apenstaartje tussenvoegen) gmail.com