De dichter, de koe en het meisje

Koe_franz_marc

De koe herkauwt in een schuur vol hooi,
Ik leg mijn hoofd tegen haar grote flank
En voel de warmte uit haar diepste binnenste,
De warmte van hooi, gebonden op de weiden.
Boven haar zwarte horens hangt een lamp
Die afschijnt op de emmer vol melk.
Ik kan niet van de koe vandaan.
Met mijn hoofd tegen haar flank, ruik ik de schuimende melk.
De melkster verplaatst voorzichtig de emmer.
En wacht een ogenblik, met druipende handen.
Ze vraagt:
‘Ben jij een veearts?’
Mijn hoofd laat de flank los:
‘Nee, een dichter.’
Ze lacht en neemt me op met haar blauwe ogen,
Lieflijk, wijs en vredig.
Ze denkt een ogenblik na en beseft
Dat ik geen regel kan schrijven zonder een koe…

Dit mooie gedicht is van Dritëro Agolli. Een dichter uit Albanië, die nu 76 moet zijn als hij nog leeft. Ik vond het in Klaagzang van een vogel, de eerste in het Nederlands verschenen bloemlezing van moderne poëzie uit Kosova en Albanië, samengesteld en vertaald door Koen Stassijns (uitgegeven door Lannoo/Atlas in 2000 en nu in de ramsj verkrijgbaar).

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s