Geloven in Uruzgan

 

Wat drijft een nuchtere Nederlander, die niet in de ban is van een religieuze of politieke verlossingsleer, om zich ver van huis en haard en met gevaar voor eigen leven in te zetten voor een betere wereld? Dat vroeg ik mij gisteren opnieuw af bij het nieuws over het sneuvelen van de tiende Nederlandse militair in Uruzgan, Martijn Rosier. Hij laat drie jonge kinderen en een zwangere vrouw achter. Ik kan dergelijke menselijke drama’s niet zomaar beschouwen als het gevolg van een beroepsrisico, zoals je in sommige reacties leest, uit helaas maar al te gangbaar cynisme of de behoefte aan verdringing van de werkelijkheid. Er staat naar mijn oordeel veel meer op het spel.

Toevallig vond ik nog dezelfde dag het antwoord op mijn vraag in een beschouwing van Rob Vreeken in de Volkskrant, naar aanleiding van een artikel in de National Geographic, over de ‘Vader Teresa van Pakistan’, Abdul Sattar Edhi. Net als de veel bekender geworden ‘semiheilige’ Moeder Teresa in India, wijdt deze 79-jarige man zijn leven aan de zorg voor zieken, armen en verdrukten in het politiek en religieus zo verscheurde Pakistan. Dit doet hij zonder zich ooit af te vragen of een verlaten kind, een dode, een psychiatrische patiënt of een mishandelde vrouw soenniet is of sjiiet, hindoe of christen. ‘Ik ben een moslim‘, zegt Edhi, ‘maar mijn ware geloof is de rechten van de mens.’

Terug naar Uruzgan: de Nederlandse (en andere) mannen en vrouwen die daar op dit moment vechten voor vrede, doen dit niet om de bevolking of het grondgebied van hun eigen vaderland te verdedigen, zoals in een klassieke oorlog gebruikelijk is. Zij verdedigen het recht van wildvreemde mensen op een menswaardig bestaan en nemen ze in bescherming tegen religieus gemotiveerde fascisten, die dit recht bedreigen. Als ze sneuvelen, doen ze dat niet voor de eer van hun vaderland, maar omwille van de waardigheid van de mens, van élke mens: ook die van mij. Ik twijfel dan ook niet aan de morele noodzaak en betekenis van de Nederlandse missie naar Uruzgan.

Hooguit kun je vragen stellen bij de praktische uitvoerbaarheid ervan, maar daarover kan en hoef ik niet te oordelen, in tegenstelling tot de verantwoordelijke politici. Ook kun je je afvragen of de Nederlandse soldaten die zich in Afghanistan of elders voor de bescherming van mensenrechten inzetten, vanuit hun eigen samenleving wel de steun, het respect en de dankbaarheid ontvangen, die ze op grond van hun hoogstaande en riskante taak verdienen. Waar zijn de steunbetuigingen van hun natuurlijke bondgenoten: de vele mensenrechten- en vredesorganisaties waaraan Nederland zo rijk is? Laat ik bij mezelf blijven. Elk menselijk offer voor gerechtigheid en vrede wil ik als een aansporing beschouwen om ernstig bij mezelf te rade te gaan en de vraag te stellen: Wat doe ik zelf eigenlijk concreet om mijn geloof in de rechten van de mens in praktijk te brengen?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.