
Illustratie: Ruurd Spijkerman

Illustratie: Ruurd Spijkerman

De grond is wit, de nevel wit,
De wolken, waar nog sneeuw in zit,
Zijn wit, dat zacht vergrijzelt.
Het fijngetakt geboomte zit
Met witten rijp beijzeld.
De wind houdt zich behoedzaam stil,
Dat niet het minste takgetril
’t Kristallen kunstwerk breke,
De klank zelfs van mijn schreden wil
Zich in de sneeuw versteken.
De grond is wit, de nevel wit.
Wat zwijgend toverland is dit?
Wat hemel loop ik onder?
Ik vouw de handen en aanbid
Dit grootse, stille wonder.
Jacqueline E. van der Waals (1868-1922)
Je zit in de trein en ziet weilanden, bomen, boerderijen aan je voorbijflitsen, voor zover geluidschermen langs het spoor het zicht niet belemmeren. En je weet: dit moment komt nooit meer terug. Zoals je ook beseft, dat je maar een fractie waarneemt van alles wat om je heen bestaat en gebeurt. De mens is het enige zoogdier dat niet samenvalt met het hier en nu en zich van het verglijden van de tijd en de eindeloze ruimte om zich heen bewust is.
Maar is er één mens die begrijpt waarom we (er) zijn? Velen geloven of hopen het te weten op grond van een of andere openbaring, dus van horen zeggen. Anderen beroepen zich voor hun inzicht op directe mystieke ervaringen, al dan niet geknield op een bed violen. Ervaringen die per definitie het menselijk verstand te boven gaan en onnavolgbaar zijn voor wie ze niet deelachtig wordt; als de betrokkene het nieuws van zijn uitverkiezing al niet in de zoom van zijn mantel verstopt, of er het zwijgen toe doet, omdat “men er niet over spreken kan”.
Je kunt als eenvoudige sterveling ook proberen te aanvaarden dat je het leven niet begrijpt en je er desondanks met hart en ziel aan overgeven. Je eigen leven kan zinvol zijn, zelfs als hét leven geen zin zou hebben. Wat we, zoals gezegd, niet weten.
IN DE TREIN
berijpte bomen
berijpte velden
roerloze schapen
in de kou
een rode zon
die stijgt en stijgt
het ochtendblad
blijft in de tas
ik wou dat het
immer winter
immer Winter-
reise was