Verslaafd aan geweld

Volgens het SIPRI werd in 2013 wereldwijd aan militaire uitgaven het enorme bedrag van 1747 miljard dollar besteed oftewel circa 1.300 miljard euro. Dat is in cijfers 1.300.000.000.000 euro. Er is bovendien vooral sprake van groei in bewapening in ontwikkelingslanden en opkomende landen. VN-secretaris Ban Ki Moon verzuchtte al eens dat de wereld in een maand meer uitgeeft aan defensie dan in een heel jaar aan ontwikkeling.

Hoeveel geld zou er eigenlijk besteed worden aan onderzoek naar en training in geweldloze vormen van conflictoplossing tussen vijandige landen en bevolkingsgroepen? Ik vrees bitter weinig. Wat zou men niet kunnen doen met zeg 1 procent van de wereldwijde defensie-uitgaven aan vredeswerk? Dan hebben we het over een bedrag van 13 miljard euro.

Nu we dezer dagen getuige zijn van de zoveelste gewelduitbarsting tussen Israël en raketten afvurende Palestijnse desperado’s in Gaza, blijkt het geloof in geweld helaas nog steeds veel groter dan de wil tot vrede en verzoening. Wie draait de knop om en doorbreekt de spiraal van wederzijdse angst, dreiging en geweld?

Op de Westbank, 2007

Gelegenheidsgedicht

Soms schrijf ik een zogeheten “gelegenheidsgedicht” waarvan ik vind dat het, ook los van de aanleiding, een goed gelukt gedicht is. Het helpt natuurlijk wel als de “aanleiding” boeiend en inspirerend genoeg is om mijn dichtersader te doen vloeien. Dat was zeker het geval bij het afscheid van André Dumont als internationaal secretaris van de Algemene Onderwijsbond in 2007, met wie ik de liefde voor de poëzie, het vredeswerk en de geuren van het goede leven gemeen heb.

VOOR ANDRÉ DUMONT 
Vredestichter

Ik zie je bezig op een zondagmorgen.
Het is bewolkt maar zacht, met ijle vlagen mist.
Je voelt je in je groentehof geborgen,
Ver van geweld en ’s mensen lage list.

Toch kan Flora’s schoonheid je niet verhelen,
Dat ook vandaag om offers wordt gerouwd
Van achterdocht en domme vooroordelen,
Omdat men eigen land of volk voor beter houdt.

Zolang er zijn als jij, is hij nog niet verloren:
De oorlog tegen haat en onverdraagzaamheid,
Tegen de macht die niet van recht wil horen
En bot vertoon van onverschilligheid.

Je baande op de Balkan nieuwe wegen,
Hielp bonden om weer solidair te zijn
En wist: ondanks de ballast van het verleden,
De zachte krachten zullen winnen in het eind.

Botanische tuin Fort Hoofddijk Utrecht

Een monument met veel verhalen

Gedurende dit jaar zal op allerlei manieren worden herdacht dat een eeuw geleden de Eerste Wereldoorlog uitbrak. In dit verband is er naar mijn mening één monument in Nederland dat speciale aandacht verdient. Ik doel op het wellicht grootste, merkwaardigste en minst bekende gedenkteken in ons land: het zogeheten Belgenmonument op de Amersfoortse Berg, een heuvel van 45 meter hoogte in de bossen bij Amersfoort. Het monument is bijna honderd jaar geleden, steen voor steen, bij elkaar gemetseld door jonge Belgische soldaten. Die waren, net als vele ontredderde burgers, het oorlogsgeweld in eigen land ontvlucht. Eenmaal op Nederlandse bodem, werden ze terstond ontwapend en geïnterneerd, dat wil zeggen opgesloten, in een aantal leegstaande kazernes, verspreid over het land. De meesten van hen kwamen terecht in Amersfoort en Harderwijk. Een aantal van de geïnterneerde soldaten werd tewerkgesteld op de Amersfoortse Berg voor de bouw van dit enorme monument. Dat gebeurde op Belgisch initiatief. Zoals een gedenkplaat uit 1938 vermeldt: “uit dankbaarheid voor de edelmoedige hulpvaardigheid door het Nederlandse volk in 14 – 18 bewezen aan de Belgische uitgewekenen.


Gedenkplaat op het monument
Het Belgenmonument is een merkwaardig geschenk waaraan veel verhalen vastzitten. Om te beginnen dus het verhaal van die Belgische jongemannen die hier wat om handen kregen, om aan de verveling van het krijgsgevangenenbestaan te ontsnappen. Ze moesten vooraf wel plechtig beloven dat ze geen poging zouden wagen om zelf te ontsnappen! Dan is er het merkwaardige verhaal van de overdracht van het geschenk door Leopold III, de Koning der Belgen, aan de toenmalige Nederlandse vorstin Wilhelmina. De symbolische overhandiging liet 20 jaar op zich wachten, vanwege de moeizame verhouding tussen beide buurlanden in de nasleep van de eerste Wereldoorlog. Maar het belangrijkst lijken mij toch de verhalen van oorlog en vrede, die dit “Belgenmonument” al bijna een eeuw lang vertelt aan degenen die het, doelbewust of bij toeval, komen bezoeken. Zij zullen ontdekken dat hier de muren spreken, zeker als ze de tijd nemen om de bijzondere reliëfs te bekijken, die door de beeldhouwer Hildo Krop zijn vervaardigd en aangebracht (op basis van ontwerpen van twee Belgische kunstenaars).
 
Als we de Amersfoortse Berg opgaan, komen we eerst het verhaal van een oorlog tegen.
En wat voor een oorlog! De Grote Oorlog van 14 – 18, een massale en volkomen zinloze slachtpartij, die miljoenen mensen de dood injoeg, of voor het leven verminkte. Het grote verhaal van de Grote Oorlog omvat op zijn beurt weer vele kleine oorlogsverhalen. Ontelbaar als de bakstenen waaruit dit enorme monument is opgebouwd. Het Belgenmonument is in mijn ogen geen monument van “Macht en Pracht”(het thema van Monumentendag 2013), maar van Onmacht en Ontluistering; van het grote leed dat oorlog heet.
Vluchtelingen en opvang

Maar het monument herinnert ons niet alleen aan de grote en kleine verhalen van oorlog, vernietiging, verminking, verdrijving, vlucht en vernedering. Als we onze blik naar het bovenste bouwwerk richten, zien we daarop het andere verhaal afgebeeld. Het verhaal van de oermenselijke hunkering naar vrede, van het niet aflatende verlangen van mensen naar een vreedzaam en veilig bestaan. Met vader aan de eerlijke arbeid in de smidse en moeder die thuis het garen spint en de kindertjes die vrij en blij spelen op het boerenland, terwijl het carillon vrolijke deuntjes over hen uitstrooit.

Spelende kinderen op hoofdgebouw
Vrolijke deuntjes? Hoe zullen de klanken van het carillon in de oren klinken bij de mensen die, niet zo ver van deze plek vandaan in Kamp Zeist verblijven? Mensen die, net als de Belgische burgers en soldaten honderd jaar geleden, de oorlog en ellende in hun land zijn ontvlucht en een beroep deden op onze “edelmoedige hulpvaardigheid”. Na jarenlange, vergeefse procedures wachten ze achter tralies op hun uitwijzing. Ze doen dit in hetzelfde Kamp Zeist, waar in 1914 door de Nederlandse overheid met geweld een einde werd gemaakt aan een vreedzaam protest van geïnterneerde Belgen tegen hun ondraaglijke levensomstandigheden. Vele kampbewoners raakten daarbij gewond. En 8 mensen vonden alsnog de dood, waaraan ze in grote nood juist meenden te zijn ontkomen. Ze liggen begraven in Harderwijk. En toch dit enorme bakstenen teken van dankbaarheid! 

Het bloedige drama in het “Interneringskamp Amersfoort – Legerplaats bij Zeist”, zoals de officiële benaming luidde, riep een storm van verontwaardiging op door heel Nederland. Het bloedbad werd het begin van een humaner opvangbeleid. In die zin bleek het offer van de alsnog “gesneuvelde” Belgen niet helemaal tevergeefs. Ook in onze dagen klinken protesten tegen de inhumane kanten van het asielbeleid in Nederland, zoals de campagne van Amnesty International onder het motto: “Ik schaam me diep”. Het lijkt erop dat deze campagne de Nederlandse overheid onlangs bewogen heeft tot “verzachting” van het vreemdelingenbeleid. Zo blijkt de merkwaardige geschiedenis van dit Belgenmonument, bijna een eeuw na zijn totstandkoming, ook voor de mensen van nu nog steeds heel actueel en leerzaam.
Zicht op lagere deel monument