Guido Gezelle en Duurzaamheid


‘Duurzaamheid’ is een van de kernbegrippen in het huidige milieudebat. Bladerend in het werk van Guido Gezelle, kwam ik het woord tegen in een gelijknamig gedicht van hem uit 1871. Bij Gezelle heeft duurzaamheid een diep-religieuze lading. Niet verwonderlijk bij deze priester-dichter, die een aantal onsterfelijke gedichten op zijn naam heeft staan.
Het gedicht gaat, in de originele versie, als volgt:

DUURZAAMHEID

De macht ontvalt den mensche aleer hij ‘t weet;
wat baat hem dat hij werkt, en leeft, en eet?
Het leven zelf doet ‘t leven dood, en ‘t is
dat wij geen duur en hebben, ‘t grootst gemis
van al dat ons ontbreekt. o Duurzaamheid
oneindig, al omvattend, uitgebreid,
die, onbegonnen, nooit sterven zult;
die ‘t wezen van het wezen heel vervult,
u ken ik, ja, heb dank; u ben ik? Neen:
want duurzaamheid, o God, zijt Gij alleen!

Vlinders (haiku)

05327BAD-D30D-4AB7-B03E-50D8F8BDC63A

o vlinders, gij zijt
zo verblindend van schoonheid
haar prijs: vluchtigheid

895B562B-1AAF-4363-8972-A9EA87667098

Deze opnamen zijn gemaakt in de vlindertuin van de Botanische Tuinen Universiteit Utrecht.

De vlinder wordt in een gedicht van Guido Gezelle “fliefflodderke” genoemd.