Tag: Guido Gezelle

Treuren om een linde

BDB22DEB-8F80-42F1-A22C-8D997C7C43B2

Soms ben ik jaloers op bomen: ze zijn zo standvastig, nemen met de jaren toe in schoonheid en bereiken vaak een hogere leeftijd dan wij mensen. Maar niet altijd. Deze zomer miste ik, op weg naar het station, ineens de treurlinde op zijn vertrouwde plek tussen de busbaan en het stadskantoor. Van zijn machtige gestalte restte niet meer dan een blank afgezaagde stomp. Misschien was hij ernstig ziek en moest hij weg omwille van de verkeersveiligheid. Het kan ook zijn dat de werknemers van het belendende kantoor het gebrek aan daglicht in de zomer beu waren en de boom hebben aangeklaagd. De linde stond er al lang voordat van een stadskantoor of busbaan sprake was, hij hoorde bij de tuin van het uit het stadscentrum verhuisde Academisch Ziekenhuis. Maar ja: de Arbowet geldt alleen voor mensen. Wie weet krijgen -na de arbeiders, de vrouwen, de bejaarden en de dieren- ook de bomen ooit nog hun politieke spreekbuis in de Tweede Kamer. Wie mijn rouwbeklag om een verdwenen boom sentimenteel vindt, wat ik mij best kan voorstellen, wijs ik ter verontschuldiging op het versje van een andere bomenminnaar uit vroeger tijden, Guido Gezelle:

Neen geen zwaarder kruise geen
dan ‘t kruise der poëten.

’t Kriepen van de mussen

Hartslagen van de mus

Van een roman of interview blijft soms maar één zin in je geheugen hangen, maar dan ook levenslang. Zo herinner ik mij een passage uit een interview, lang geleden opgetekend door de legendarische Vrij Nederland-journaliste Bibeb, waarin de tekenaar Peter Vos lyrisch uitweidde over de schoonheid van de bewegingen van mussen. Dit in tegenstelling tot het in zijn ogen plompe mechanische geschutter dat bij duiven voor lopen moet doorgaan.

Mussen spelen een belangrijke rol in de literatuur. Denk aan het beroemde gedicht De Mus van Jan Hanlo (te vinden in zijn Verzamelde Gedichten, een Van Oorschot-uitgave die bij elke Nederlandstalige poëzieliefhebber in de boekenkast dient te staan), of aan het werk van Guido Gezelle. De slotregel van diens gedicht Winterstilte vormt de titel van dit stukje. Mussen figureren ook in de titel van een van Joke van Leeuwens dichtbundel, Wuif de mussen uit.

En dan zijn er dus de talloze tekeningen van mussen en andere vogels van Peter Vos. (We prijzen ons gelukkig met het bezit van zijn prachtig etsje van een ‘Seraf’ uit 1969,  een kruising van een giraf en een engel, ook erg boeiende schepselen.) Ooit zag ik in de miljoenenstad Moskou een erg geanimeerde mus bezig in de buurt van het Kremlin. Het gedicht dat ik hierover schreef verscheen op 3 september 2000 in de Meanderkrant op Zondag, toen poëzie op internet nog een zeldzame en sobere aangelegenheid was.

MUS

Wat doet een mus in Moskou
op het grote Rode Plein?

Om dat te weten, hoef je
geen Russofiel te zijn:

hij tjilpt er, net als elders,
zijn Mussische refrein!

PS:
Voor een weergave op schrift

moet je bij Hanlo zijn.