Stilstaan bij schending mensenrechten in Belarus

Uitnodiging herdenking 16 september 2022
Eindhoven herdenkt vier verdwenen Belarussen.


Op 16 september 1999 werden Anatoly Krasovsky en Viktor Gonchar op straat gekidnapt. Sindsdien is niets meer van hen vernomen. Ook Yuri Zakharenko en Dmitry Zavadsky verdwenen van het een op het andere moment spoorloos. In veel steden en landen wordt jaarlijks stilgestaan bij deze politiek gemotiveerde gebeurtenissen. Zo zijn in 2008 in Eindhoven vier bomen geplant en is een gedenksteen geplaatst. Voor de nabestaanden is dit een unieke plek geworden om de verdwenen mannen te herdenken. De frauduleuze presidentsverkiezingen in Belarus van twee jaar geleden en de neergeslagen volksopstand die er op volgde maken de herdenking relevanter dan ooit. Mondige burgers en oppositionele politici worden met grof geweld, onwettige arrestaties en brute marteling onderdrukt. Meer dan 1500 mensen zitten vast, er zijn mensen vermoord en er verdwijnen weer mensen. Daarom vindt aansluitend aan de herdenking een actie plaats om de politieke gevangenen in Belarus te steunen en een hart onder de riem te steken.

De herdenking vindt plaats op vrijdag 16 september van 15:30 tot 16:30 uur in het VierBomen plantsoen (hoek Frederik van Eedenplein, Paradijslaan, Eindhoven). Er zijn zitplaatsen voor oudere bezoekers.

Onder meer Irina Krasovskaya (echtgenote van Anatoly Krasovsky), Samir Toub (wethouder gemeente Eindhoven) en Franka Hummels (freelance journalist, Belarus expert) zullen het woord voeren. Op het programma staan gedichten van Leo Mesman en Elena Kalinovskaja en muziek van Fried Manders en Wendy Lina. Zij schreven het lied “Vleugelslag” voor alle “vermisten” in Belarus en voor alle mensen die hen missen. Rosa van der Vijver maakte er een videoclip bij met zandschilderingen, die we op de herdenking aan het publiek zullen tonen.

Wij nodigen u van harte uit de herdenking en de aansluitende actie bij te wonen.

Eindhoven, 4 september 2022
http://www.vierbomen.nl (Amnesty International, FNV, We Remember, Mission to Minsk)
Voor vragen: Jip van Limpt (06-48412444) / jipvanlimpt@yahoo.es

Baudelaire vertalen…

In de jaren tachtig (ik was zelf in mijn dertiger jaren) waagde ik mij op vrije winteravonden aan het vertalen van gedichten uit Les Fleurs de Mal van Charles Baudelaire, de dichtbundel waardoor ik al sinds mijn Nijmeegse studentenjaren gefascineerd was. Ik liet het uiteindelijk bij een twaalftal verzen. Midden jaren negentig verschenen er twee volledige Nederlandse vertalingen van de bundel, achtereenvolgens door Peter Verstegen (1995) en Petrus Hoosemans (1997). Twee prachtige, heel verschillende vertalingen van Baudelaires meesterwerk. Ik schafte beide uitgaven aan en peinsde er niet meer over mijn eigen vertaalinspanningen te hervatten.

Vandaag trof ik het mapje met mijn vertaalproeven aan in een archiefdoos. Nieuwsgierig las ik ze door en dacht: waarom zou ik er niet een op mijn weblog plaatsen? Mijn vertaling is ongetwijfeld minder geslaagd dan die van de professionele vertalers, maar het is wel mijn eigen originele poging a) om te begrijpen wat de dichter schreef en b) om zijn poëzie in een passende Nederlandse taalvorm te gieten. Vandaar onderstaande vertaling van het openingsgedicht Bénédiction (Zegening), die ik eerlijk gezegd nu nog wat bijgeschaafd heb. Het omvangrijke en nogal heftige poëem telt in totaal 19 strofes. Die uitdaging ging toen mijn krachten en beschikbare tijd te boven. Ik hield het op de eerste zeven strofen, die samen wel een eenheid vormen binnen het geheel van het gedicht.

ZEGENING (I – BÉNÉDICTION)

Als door een wilsbeschikking van de allerhoogste machten
in dit verveeld ondermaanse de Dichter verschijnt,
heft zijn moeder, hevig ontsteld en godslasterend,
haar gebalde vuisten naar God, die met haar medelijdt.

”Ach, liever had ik een kluwen adders gebaard
dan dit lachwekkend wicht te moeten zogen.
Vervloekt zijn de nachtelijke lusten, zo vluchtig van aard,
waarin deze straf aan mijn schoot is ontsproten!

Nu Gij mij uitverkoren hebt onder alle vrouwen
om tot walging te zijn van mijn arme manlief
en ik aan het vuur niet weer kan toevertrouwen
dit monsterlijk gedrocht, gelijk een minnebrief,

zal ik de haat waarmee Gij mij hebt overweldigd
op het verdoemd instrument van uw boosheid uitleven
en deze miserabele boom zozeer beknellen
dat zijn stinkende knoppen het zullen begeven!”

Zo raakt zij haar schuimende haat wel kwijt,
maar brengt zij, vol onbegrip voor de eeuwige plannen,
de brandstapels diep in de hel in paraatheid
waarop misdadige moeders voor straf moeten branden.

Toch, door een Engel onzichtbaar bevoogd,
bedwelmt aan de zon zich het onterfde Kind,
en ontdekt ambrozijn en de gouddrank der goden
in al wat het eet en in al wat het drinkt.

Het spel van de wind en de taal van de wolken
maken hem dronken, terwijl hij zijn kruisweg bezingt;
En de Geest, die op zijn pelgrimstocht hem volgt,
weent dat zijn oog blij als een vogel hem vindt.