Vroman, Campert, Komrij

Een kind nog maar”, zei Leo Vroman vanmorgen op radio 4 in een gesprekje met Margriet Vromans, toen hij de leeftijd (68) vernam van zijn op 5 juli 2012 overleden confrère Gerrit Komrij. Hij had hem “een beetje” gekend en vond hem “leuk en interessant”.

Vroman is zelf 97 jaar oud en nog onverminderd geestelijk actief en productief. Hij heeft een eigen weblog (Leo’s Blog), waarop hij vrijwel dagelijks in dichtvorm zijn beleving van het ouder worden met ons deelt; openhartig, speels, dicht-op-de- huid en fijnzinnig als in heel zijn poëzie. Op de website, waarvan het blog een onderdeel is, wordt verder het hele, veel minder bekende, oeuvre van Leo Vroman als tekenaar voor het publiek ontsloten.

Het overlijden van Komrij raakt mij meer dan ik verwacht had, hoewel ik hem nooit persoonlijk ontmoet heb. Wel heb ik hem een aantal keren live zien en horen optreden. Ook was ik blij verrast een gedicht van mij opgenomen te zien in zijn eerste en helaas enige poëziekalender voor het jaar 2012.

Ik zal niet de enige zijn in dichtersland voor wie Komrij een soort vaderfiguur (of Über-Ich?) was, al was hij in mijn geval maar 6 jaar ouder. Remco Campert, die deze week 80 jaar wordt, noemde hem in zijn Volkskrantgedicht heel treffend een “liefdevolle strenge meester” van de poëzie. Hij heeft inderdaad jarenlang de norm gesteld en laat ons nu verweesd achter.

Er is één troost: een echte dichter sterft nooit. En Gerrit Komrij was een echte.

Een jonge gastdichter

Hij is een jongen van 8 jaar en houdt van voetbal en van drummen. Maar hij is ook de jongste dichter die ik ken. Hij is de zoon van mijn oud-collega Leona en heeft een zusje dat ook heel creatief is, Ilve. Zijn eerste gedicht werd meteen gepubliceerd. Dankzij zijn Nederlandse oma, die het vers opstuurde naar de redactie van de rubriek Achterwerk van de VPRO-gids. Menig volwassen dichter zou jaloers zijn op zo’n snel succes! Inmiddels heeft hij al zijn negende gedicht geschreven. Hopelijk zijn daar ook minder ernstige bij dan zijn eerste vers, dat ik hieronder -met toestemming van de dichter- publiceer op het wereldwijde web.

Ja mijn ouders beide
die zijn gescheiden
Het waren goede tijden en ze
Zeiden: Hallo! Ik hou van je
Die tijden zijn nu voorbij
Maar ze houden nog wel van mij
Mijn familie woont in Ierland 
en in Nederland
En ik weet niet waar ik bij hoor 
aan welke kant? 

Ryan Kruijt

Trees (Bomen), Joyce Kilmer

I think that I shall never see
A poem lovely as a tree.

A tree whose hungry mouth is prest
Against the earth’s sweet flowing breast;

A tree that looks at God all day,
And lifts her leafy arms to pray;

A tree that may in Summer wear
A nest of robins in her hair;

Upon whose bosom snow has lain;
Who intimately lives with rain;

Poems are made by fools like me,
But only God can make a tree.

Joyce Kilmer

Ik weet geen gedicht, zelfs niet als ik droom
Dat zo prachtig is als een boom.

Bomen lessen zo gretig hun dorst
Aan Moeder Aardes gulle borst;

De ganse dag staan ze de Heer te loven,
Met hun gebladerde armen naar boven;

Boomkruinen willen op  zomerdagen
Graag een nestje roodborstjes dragen;

Een boom torst evengoed een sneeuwen gewaad
Als dat hij zich eens lekker natregenen laat.

Ik maak gedichten, zoals menig andere zot,
Maar bomen zijn een schepping van God.


(Eigen vertaling uit het Engels)

Ineen bundel met boomgedichten (Een boom voor elke dag, samenstellers E. de Laat en J. Uytterhoeven, Antwerpen 1980) trof ik onderstaande vertaling aan van het gedicht Trees van Joyce Kilmer. Lees en vergelijk!