De bruiloftsmars (Georges Brassens)

Iconische foto van Jacques Brel, Léo Ferré en Georges Brassens

Je kunt uit liefde trouwen, of louter om de poen.
Ik heb het heel wat mensen met elkaar zien doen.
Lieden arm als luizen en heren hoog gezeten,
Kappers met kapsones, notarissen bescheten.

Zelfs als ik tot het eind der tijden door zou leven,
Zal één herinnering mij altijd vreugde geven,
De dag dat pa en ma naar het stadhuis toe reden
Om daar voor de wet hun huwelijksband te smeden.

Op een ossenkar gezeten, ik zeg het zonder jokken,
Geduwd door beider ouders, door vrienden voortgetrokken,
Ging het oude liefdespaar hun bruiloftsfeestje vieren.
Die eeuwige verloving kon heus niet langer duren.

We vormden een processie die echt nergens naar leek
En die de goegemeente dus vol wantrouwen bekeek.
Ze vonden ons gezelschap een onbeduidend zootje.
‘Wie dat een bruiloft noemt, die neemt ons in het ootje!’

Er stak opeens een windvlaag op, het was ellendig hoor,
Die rukte vaders hoed mee en de kinderen van het koor.
Tot overmaat van ramp, volgde er een harde regen.
Er rustte op dit huwelijk, zo leek het wel, geen zegen.

Nog zie ik hoe de bruid het uitsnikte, och arme,
Haar fraaie bruidsboeket verregend in de armen.
Ik wilde haar graag troosten en speelde uit alle macht
Op mijn harmonica, op volle orgelkracht.

De bruidsjonkers staken een vuist omhoog, in koor
Roepend: ‘Bij Jupiter, de trouwpartij gaat door.
Al werkt de hemel tegen en lacht het volk ons uit:
Die bruiloft gaan we vieren, lang leve onze bruid!’

(Eigen vertaling van het chanson La marche nuptiale van Georges Brassens)

Een portret van een hond als een oude vent

Toen zijn baasje in 2000 doodging en een nieuw gezin
hun Moskouse appartement betrok,
voegde hij zich bij zwerfhonden in het park.
’s Zomers was er genoeg te eten, kinderen lieten
vaak boterhammen, hotdogs en ander etenswaar slingeren.
Hij had trouwens niet veel trek,
want hij miste zijn vroegere maat nog steeds.
En hij was oud, de dames wonden hem niet meer op,
hij verbrandde geen calorieën meer met achter ze aan te jagen.
Toen werd het winter en kwamen er geen kinderen meer in het park.
Hij kwam op het idee om afval te gaan eten,
maar vanaf het moment dat hij begon te rommelen in de
overvolle vuilcontainer zei een stem
in zijn hoofd: ‘Nee, Rex!”
De restanten van een goede opvoeding verzwakken
onze natuurlijke overlevingskansen.

Ik zag hem weer in het vroege voorjaar van 2001.
Hij zag er fantastisch uit. Hij werd grijs, wat hem goed stond.
Zijn donkere herdersogen straalden helder als die van een puppy.
Ik vroeg hem hoe hij zich in leven hield
in deze nieuwe vrijemarkt-toestand
waarin zelfs de menselijke soort aan ondervoeding leed.
Als reactie vertelde hij mij zijn verhaal:
hoe hij in het begin dacht dat het leven zonder zijn baasje
niet de moeite waard was en hoe degenen
die hem eerst aanhaalden als hun huisdier
hem vervolgens lieten vallen en hoe hij op een nacht
een openbaring kreeg.

Zijn baas bezocht hem in zijn slaap,
tikte hem op zijn magere nek en zei:
“Laten we gaan winkelen!” De volgende morgen namen ze dus de metro
en gingen naar de markt
waar ze ’s zondags altijd naartoe gingen en
kooplui hem herkenden en wat lekkers gaven,
wat hij zich goed liet smaken.
“Misschien moet je wat dichter bij die buurt gaan leven?”
opperde ik voorzichtig – “Nee, ik blijf liever hier,” verzuchtte hij,
“Oudjes moet je niet meer verkassen. Dat zei mijn baas altijd.”
Ja, hij klonk nu zelf als een oudje.

Eigen vertaling uit het Engels van het gedicht A Portrait of a Dog as an Older Guy van Katia Kapovich. Voor de originele versie zie: https://www.poetryfoundation.org/poems/57926/a-portrait-of-a-dog-as-an-older-guy

Redetwistend

Landschap Noord-Albanië juni 2010

Voor M. die vandaag 66 wordt

De klassieke filosofen beweerden dat vriendschap nooit blijvend kan zijn.
We wandelen met een paar oude vrienden over zacht glooiende berghellingen,
En discussiëren over de vraag hoe ze ontstaan zijn. De wind doet onze jassen opbollen.
Er gaat een uur voorbij, dan zien we dat we met geheven wandelstokken staan te zwaaien.
We zijn buiten adem. We moeten ruzie gemaakt hebben!
Sommige profetieën die je ooit gehoord hebt, komen uit.
Snel laten we het onderwerp rusten en openen onze picknickmanden
En schenken de wijn in. Wat zou het treurig zijn om in je eentje te drinken!
Iemand draagt een gedicht voor over hoe verdrietig het is van elkaar gescheiden te zijn.
Kennelijk hadden die illustere wijzen het niet altijd bij het rechte eind.

Tao Chung Yu, 18e (?) eeuw

(Vertaald uit het Engels)