Zuigelingenleed – William Blake

Bij moeders kreet en vaders snik
De enge wereld in sprong ik:
Weerloos, naakt, met veel geluid
Als een duveltje een wolkje uit.

Worstelend in mijn vaders handen,
Vechtend tegen mijn bakerbanden,
Verkoos ik, klem en moe, mijn dorst
Mokkend te lessen aan mama’s borst.

(Eigen vertaling van het gedicht Infant Sorrow van William Blake, 1757 – 1827)

Stille zomerdag

Boven alle daken hangt een diepe rust.
In ‘t gebladerte klinkt nauwelijks een zucht.
Ook vogeltjes houden zich nu stil.
Geen fijne dag voor wie graag leven wil.

(Vrij naar Johann Wolfgang von Goethe)

Vier Perzische kwatrijnen


Het eerste groeien aan den waterkant
hoe wel herkent het zinnende verstand
dons van een cherublip daarin en waas
van kinderwangen in de jonge plant.

Veel kostbaar bloed heeft ‘s werelds loop gestort
en menig bloem is onverhoopt verdord;
verhef u niet op jongzijn en op glans,
de knop valt af, eer zij geopend wordt.

De wereld gaat en gaat, als lang na deze
mijn roem verging, mijn kennis hooggeprezen.
Wij werden vóór ons komen niet gemist,
na ons vertrek zal het niet anders wezen.

O droomend hart, kies u een nieuw vertier
in vrouwenwang en purperen eglantier;
licht als kwikzilver vlieten onze dagen,
de pracht der jeugd zinkt als een bergrivier.


Vier melancholische kwatrijnen over de vergankelijkheid uit de Rubaijat van Omar Khayyam (1048-1131) in de vertaling door J.H. Leopold in zijn bundel Verzen. (Op de foto de omslag van de tweede druk uit 1920.)

Mijn Japanse tuin (Marlies Souren)

Meditatief gedicht uit het Kettingboek (2009) van dichter Marlies Souren, overleden op 22 februari 2025, 79 jaar oud.