Een ‘Blijf thuis’-gedicht uit China

Lekbrug bij Vianen in de mist

Mijn bediende wekte me: “Meester, het is klaarlichte dag,
Kom uit bed, ik breng u wasbekken en kam.
Het wordt winter en de ochtendlucht is kil;
Vandaag kan U edele beter niet naar buiten gaan.”

Wanneer ik thuisblijf en er komt niemand langs;
Wat moet ik dan met die lange, lege uren?
Mijn stoel neerpoten waar wat zwak zonlicht binnenvalt.
Ik heb wijn opgewarmd en mijn poëzieboeken opengeslagen.

Po Tsjü-i (772 – 846)

(Eigen versie naar een Engelse vertaling uit het Chinees)

Een ode aan Kees Stip

Het eerbetoon van schrijver/dichter Ivo de Wijs aan plezierdichter Keest Stip op tv bij Mathijs gaat door inspireerde mij tot herlezing van het hierboven afgebeelde boekje. Dit literair kleinood werd uitgegeven in 1956 bij L.J.C. Boucher ’s-Gravenhage, fraai voorzien van vignetten van Jean Paul Vroom. Het bleef niet bij lezen alleen: ik waagde de poging om zelf ook twee dierenversjes te maken, in de trant van Trijntje Fop.

Op een walrus

Een walrus op een eenzaam wad
Had graag een lieve vrouw gehad.
Hij tuurde elke dag rondom
Of ergens niet zo’n leukerd zwom.
Zag wel een lagerwalrussin.
Daar zat voor hem geen toekomst in.

Op een pauw

Een trotse pauw uit Overveen
Heeft graag veel kijkers om zich heen.
Zijn ijdelheid wordt vaak beloond:
Als hij zijn pauwenpluim vertoont,
Vergapen zich – ‘t is ongelogen –
Wel honderdvijftig pauwenogen!