Katholieke kunst uit de jaren dertig

Rondsnuffelend in de boekenkast (genoeg tijd nu!), stuitte ik op een exemplaar van een dichtbundel die in 1933 is uitgegeven door de Utrechtse Uitgeverij De Gemeenschap en gedrukt op de persen van Drukkerij Lumax te Utrecht. Het gaat om de bundel NIS EN NIMBUS – Verzen van zaligen en heiligen van Jacques Schreurs M.S.C. De gedichten van de priester-dichter zijn in onze tijd hooguit nog interessant uit literair-historisch oogpunt. Dat geldt naar mijn smaak niet voor de prachtige illustraties bij de gedichten. Die zijn van de hand van vier, met De Gemeenschap verbonden en nog altijd gewaardeerde kunstenaars: Charles Eyck, Joep Nicolas, Otto van Rees en Lambert Simon.

Ik heb de zes tekeningen van Lambert Simon (1909-1987) uit de bundel gescand en hieronder geplaatst. Ze dragen achtereenvolgens de titels: Crucifix, Piëta, Sint Jan, Sint Paulus, Sint Sebastianus en Sint Laurentius. De illustraties van Simon springen er voor mij uit om hun krachtige stijl; maar ook vanwege de esthetische uitbeelding van Christus en de apostelen en heiligen als jonge mannen in de bloei van hun leven. Opvallend zijn ook de picturale verwijzingen op vrijwel alle kunstwerken naar klassieke tempels uit de Griekse Oudheid. Misschien een verwijzing naar het geboorteland van de democratie in de donkere jaren dertig van de vorige eeuw? De Gemeenschap* was van 1925 tot 1941 het toonaangevende culturele tijdschrift van jonge en progressief denkende katholieke intellectuelen. Lambert Simon was (muur)schilder, tekenaar, beeldhouwer en glazenier en lid van het Utrechtse Genootschap Kunstliefde.

*In 1964 verscheen bij uitgeverij Amboboeken Utrecht een studie over het maandblad De Gemeenschap, die in opdracht van het ministerie van onderwijs, kunsten en wetenschappen was geschreven. De auteur was dr Harrie Kapteijns, van wie ik in de jaren zestig Nederlandse les kreeg op kleinseminarie, tevens gymnasium, Beekvliet. Hij was in 1949 gepromoveerd op een proefschrift over typen van Poètes Maudits, onder de titel AUTONOME DICHTERS. Het bevatte de neerslag van een onderzoek naar het werk van de dichters Baudelaire, Wilde, Rilke, Van de Woestijne en Slauerhoff. Leraar Kapteijns was vader van een groot gezin en had in de tuin een knus schrijfhuisje. Een mooie herinnering: ik mocht een keer op een woensdagmiddag in alle rust een aantal van zijn platen met Franse chansons beluisteren…

Zakgeld (James Masao Mitsui)

Ik ben tien.
Mijn moeder zit in een zwarte
schommelstoel in de salon
en vertelt verhalen over een plattelandsschool
omgeven door rijstvelden
en zonder wegen.

Ik sta in het licht van een petroleumlamp
achter haar,
en verdien mijn zakgeld.
Een cent
voor elke witte haar die ik eruit trek.

Eigen vertaling van het gedicht ‘Allowance’ van de Amerikaanse dichter James Masao Mitsui.
Kijk hier voor het origineel: https://www.poetryfoundation.org/poems/141925/allowance

Danse Russe (William Carlos Williams)

Als ik, terwijl mijn vrouw slaapt
en de baby en Kathleen
ook slapen
en de zon een vuurwitte schijf is
in zijdeachtige nevels
boven glanzende bomen, —
als ik in mijn kamer op het noorden
in mijn blootje een potsierlijk dansje maak
voor mijn spiegel
mijn hemd om mijn hoofd zwaaiend
en zachtjes in mezelf zingend:
“Ik ben eenzaam, eenzaam;
Ik werd geboren voor eenzaamheid,
Ik voel me helemaal oké!”
Als ik mijn armen en gezicht bewonder,
en mijn schouders, flanken, billen,
tegen de geel getekende tinten, –

Wie zal ontkennen dat ik
de gelukkige schutsengel van mijn gezin ben?

Eigen vertaling uit het Engels.
Lees hier het origineel:
https://www.poetryfoundation.org/poems/46483/danse-russe