Nieuwe bundel "Utrecht onder vier ogen" verschenen!

Op zondag 1 december is met medewerking van Ellen Deckwitz in het Literatuurhuis te Utrecht de nieuwste uitgave gepresenteerd van Uitgeverij De Hooiwaagen, verbonden aan de Stichting Dirkje Kuik. De bundel 45 gedichten, Utrecht onder vier ogen bestaat uit een tweeluik met gedichten van Marlies Souren en Leo Mesman.

Beide dichters kwamen in de jaren zeventig vanuit het zuiden des lands naar Utrecht, om er te werken en te wonen. In deze cyclus ontvouwen ze hoe ze zich door deze prachtige, maar weerbarstige stad lieten veroveren; wat Utrecht met hen deed en omgekeerd. De dichtbundel laat zich lezen als een tweestemmige ode aan de stad die hun zowel vreugde als weemoed schonk. Voor de ene lezer een feest der herkenning, voor de andere een boeiende ontdekkingsreis.

Het is een digitale productie op een fraai vormgegeven usb-kaart (zie boven). Hierop vindt men niet alleen de dichtbundel als e-boek, met pagina’s die knisperen bij het omslaan. Het is tegelijkertijd een luisterboek: op elke bladzijde kan men een icoontje aanklikken om het betreffende gedicht live te horen voordragen door de dichter(es). Ook kan men elk gedicht naar believen uitprinten. De SD-kaart bevat bovendien een pdf-versie van de complete bundel en een document met informatie over persoon en werk van beide auteurs, verlucht met foto’s en illustraties.

Meer informatie over deze bijzondere uitgave is hier te vinden: Dirkje Kuik Website
De usb-dichtbundel (winkelwaarde € 22,50) zal binnenkort te koop zijn bij diverse literaire boekhandels, maar is nu al te bestellen per e-mail: De Hooiwaagen
Er is ook een bibliofiele, genummerde en gesigneerde, uitgave in een lederen etui (€ 35,00) verkrijgbaar.

Voorjaar in Utrecht

Domtoren Utrecht

Dichters grazen op de daken van de stad
Meeuwen weven witte linten om hen heen
Eén schoorsteen torent boven alles uit
Bruigom is de lentezon
En Utrecht is de bruid

 

Totempalen

 

Er heerst weer een ware pandemie van stokrozen in de stad.  Vroeg in de zomer verschijnen ze in allerlei kleuren en maten, langs straten, stegen en kaden. Ze laten het verschil tussen stad en platteland vervagen.

Stokrozen houden van steden om hun rijkdom aan stenen, plavuizen en muren, steeds op zoek naar kieren en gaatjes waar hun zaadjes veilig en warm kunnen ontspruiten; om vervolgens uit te groeien tot metershoge totempalen, rijk getooid met bloemen van kwetsbaar ogend en toch sterk crêpepapier.

Vanaf mijn fiets groet ik vol bewondering de vele, gretig bloeiende stokrozen met hun fraaie pastelkleuren of intens donkere tinten: ‘Wat heerlijk om met jullie in deze stad te wonen!’