Zondagochtend

Volgens het radiojournaal dat ons wekt
Wemelt het in de wereld van geweld

Waarna ons door Vroege Vogels wordt verteld
Dat het in de Oosterschelde wemelt van ansjovis

Het weerbericht meldt: het wordt een mooie zomerdag
Elders in de wereld wemelt het van geweld

 

Merels op 4 mei

Als op de avond van 4 mei
De mensen even zwijgen
Horen ze de merels
Dezelfde melodieën fluiten
Als op de godverlaten plekken
Waar de gruwelen gebeurden

Getuigen die niet zwijgen
Maar argeloos de schone
En droeve tonen zingen
Die door de jaren heen
Slachtoffers en rouwenden
Met elkaar verbinden

Oorlogsmonument Picardie

Een schreeuw uit het graf

Zoek het dode spoor

sprak de blinde tot de dove
(wie zich dood schaamde
bleef leven).

Zal er ooit vrede zijn
in de lieflijke valleien
van de Balkan

geurend naar:

geroosterd vlees
pruimenjenever
geronnen bloed?

Er is geen vrede
er is alleen
verlangen naar vrede.

Er is geen recht
dan het vertrapte.

Er is geen hoop.

Moeders!
Kinderen!
Vrouwen!

Tel de doden:

in de greppels
in de schuren
in de bossen
in de bergen.

Tel de doden
tot je niet meer
tellen kan.

Droog je tranen:

met woorden
met cijfers
met rapporten
met herinneringen.

Verbranden
zullen allen
die vertrouwen.

Gedicht, geschreven na het zien van de documentaire A Cry From The Grave  van de Britse filmer Leslie Woodhead uit 1999 en in 2001 gepubliceerd in mijn dichtbundel ‘Vallend Licht’