Dronken (in Utrecht)

IMG_9074

Dronken van de bloesemgeuren,
wandel ik met mijn beminde
langs de stille Nieuwegracht.

We zijn dronken, maar we weten:

geen agent zal ons bekeuren,
want het komt van al die linden,
geurend in de zomernacht.

Wit is papier

Aspro cittó chartí ce aspro to chioni.
(Wit is papier en wit is de sneeuw.)
Aspro cittó chalazi me olo’ tta chila.
(Wit is de hagel en wit ook je lippen.)
Aspro to vróntiló’ -ssu ce aspri i vrachoni.
(Wit is je voorhoofd en wit zijn je armen.)
Ce su so’ ppetto vastá dio mila asimi.
(Op je borst heb je twee appels van zilver.)
Ce se pingézzan dio calí mastóri.
(Twee grote meesters hebben jou geschilderd.)
Ce se cáma’ ssa’ ttin aja’ Ccaterina.
(Ze hebben je tot Sint-Catharina verheven.)
Ce se pingézza’ cce se cáman órria.
(Ze hebben je geschilderd en mooigemaakt.)
Ca ímine iss olo’ tto’ ccosmo ja memórria.
(Opdat men je over de hele wereld niet zal vergeten.)

Dit liefdesliedje komt uit Corigliano d’ Otranto, een van de dorpen in de Salento, het zuidelijke deel van Apulië (in de ‘hak’ van Italië) waar Griko wordt gesproken. Dit is een per dorp variërend, oeroud dialect, dat nooit op schrift is gesteld en vanaf de Griekse oudheid, dus gedurende meer dan 2000 jaar, van generatie op generatie mondeling is doorgegeven. Pas sinds de jaren zeventig van de 20e eeuw is de orale liedcultuur in deze taal op geluidsband en (in fonetisch Italiaans) op papier vastgelegd. Gelukkig maar, want de Griko sprekende minderheid vergrijst en slinkt in ras tempo. Het leven van de boeren in dit water-arme en steen-rijke uiterste puntje van Italië was tot voor kort ongelofelijk hard en aan strenge feodale regels onderworpen. Het was een volk van gehoorzame mannen en zwijgzame vrouwen. Des te verrassender is het dat ze een liedcultuur hebben voortgebracht, waarin op een zo speelse en erotische manier de liefde van een man voor een vrouw wordt bezongen als in bovenstaand canto d’ amore. Seks en religie vormen de hoofdthema’s van deze volkscultuur. De verwijzing naar de heilige Catharina van Alexandrië (“van het rad”) is dan ook niet toevallig. Ik trof het lied aan op een gelijknamige cd die, vergezeld van een prachtig tweetalig (eigenlijk drietalig) boekwerk, in 2000 is uitgebracht door Edizioni Aramirè in Lecce. (Eigen vertaling van het lied.)

Liefdes macht

zonneklok nyon

Hij was een held en droomde van de zege;
Er wenkten hem enkel opwaartse wegen.
Geen tegenwind kon zijn ambitie doven:
Hij zou de wereld eens een kooltje stoven…

Als producent van menige bestseller,
Werd hij een literaire Rockefeller.
Zijn oeuvre groeide met de jaren:
En maar royalty’s en roem vergaren…

De pijl van Amor kliefde droom en daad;
Hij kwam haar tegen in de Dapperstraat.
In zijn talenten had zij geen fiducie:

Zijn ganse loopbaan werd een desillusie…
Het enig streven dat voor hem nog telt:
Dat zij zich elk uur om zijn liefde kwelt.

 

Dit sonnet van mij verscheen in: Nooit te laat / 45 (Eigen)zinnige varianten op P.C. Boutens’ Liefdes uur, Uitgave Literaire kring Goirle, 30 januari 2003

De poëziekenner zal in dit gedicht ‘intertekstuele’ verwijzingen naar nog 3 bekende Nederlandse dichters terugvinden.