Week van gedichten

Tijdens Gedichtenweek
zocht hij naar een gedicht

dat zijn geliefde zo
week zouden maken

dat ze nooit meer
van zijn zijde zou wijken.

Ontbijt (Déjeuner du matin)

Jacques Prévert

Hij heeft het kopje
koffie ingeschonken
hij heeft de melk
in de koffie gedaan
hij heeft de suiker
in de koffie gedaan
met het lepeltje
hij heeft geroerd
hij heeft de koffie opgedronken
en het kopje neergezet
zonder mij iets te zeggen
hij heeft een
sigaret opgestoken
hij heeft kringetjes
geblazen met de rook
hij heeft de as
in de asbak gedaan
zonder mij aan te spreken
of aan te kijken
hij is opgestaan
hij heeft zijn
hoed opgezet
hij heeft zijn
regenjas aangetrokken
omdat het regende
en hij is vertrokken
in de regen
zonder een woord
zonder een blik
en ik heb mijn hoofd
in mijn handen genomen
en gehuild.

Jacques Prévert

Uit: Paroles (1946)

Deze vertaling van mij uit het Frans  is -met toestemming van uitgeverij Gallimard- opgenomen in de poëziebloemlezing Aan de laatste roker, samengesteld door Henny Vrienten, met tekeningen van Peter van Straaten. Uitgegeven door De Harmonie – Amsterdam, november 2014.

Het geweld van de liefde

Tijdens de uitvaart van de goede Augustijner pater Piet Balm, op 4 oktober, werd een tekst gelezen over “de kracht van de liefde”. De passage komt uit een preek van de heilige Augustinus over een van de psalmen. De inhoud trof mij in het hart. Deze beschouwing van de kerkvader uit de vierde/vijfde eeuw gaat over de essentie van het menselijk bestaan en is bovendien in mijn ogen pure poëzie.

Wat is de kracht van de stad van God? 
Wie de kracht van deze stad wil begrijpen, 
moet de kracht van de liefde verstaan.
De liefde is immers een kracht 
die niemand kan weerstaan.
Geen wereldstorm en geen stortvloed van beproevingen
kunnen het vuur van de liefde doden.
Want over haar staat geschreven:
“Sterk als de dood is de liefde.”(Hooglied, 8,6)

Daarin lijkt de liefde op de dood.
Wanneer de dood komt, kan niemand hem weerstaan.
Met hoeveel ingrepen of geneesmiddelen
men de dood ook bestrijdt,
aan het geweld van de dood
kan een sterfelijke mens niet ontkomen.
Zo kan de wereld ook niets ondernemen
tegen het geweld van de liefde.

Maar de gelijkenis tussen de liefde en de dood
bevat ook een tegenstelling.
Want zoals de dood alle kracht bezit
om ons uit het leven weg te rukken,
zo bezit de liefde alle kracht
om ons in leven te houden.