Treuren om een linde

BDB22DEB-8F80-42F1-A22C-8D997C7C43B2

Soms ben ik jaloers op bomen: ze zijn zo standvastig, nemen met de jaren toe in schoonheid en bereiken vaak een hogere leeftijd dan wij mensen. Maar niet altijd. Deze zomer miste ik, op weg naar het station, ineens de treurlinde op zijn vertrouwde plek tussen de busbaan en het stadskantoor. Van zijn machtige gestalte restte niet meer dan een blank afgezaagde stomp. Misschien was hij ernstig ziek en moest hij weg omwille van de verkeersveiligheid. Het kan ook zijn dat de werknemers van het belendende kantoor het gebrek aan daglicht in de zomer beu waren en de boom hebben aangeklaagd. De linde stond er al lang voordat van een stadskantoor of busbaan sprake was, hij hoorde bij de tuin van het uit het stadscentrum verhuisde Academisch Ziekenhuis. Maar ja: de Arbowet geldt alleen voor mensen. Wie weet krijgen -na de arbeiders, de vrouwen, de bejaarden en de dieren- ook de bomen ooit nog hun politieke spreekbuis in de Tweede Kamer. Wie mijn rouwbeklag om een verdwenen boom sentimenteel vindt, wat ik mij best kan voorstellen, wijs ik ter verontschuldiging op het versje van een andere bomenminnaar uit vroeger tijden, Guido Gezelle:

Neen geen zwaarder kruise geen
dan ‘t kruise der poëten.

De wilg

Knotwilgen langs de Kromme Rijn

Olijfboom zonder olijven
Tafelzilver van onze landerijen
Onlosmakelijk met het landschap verbonden
Als koperwiek en blauwe reiger

Ode

Twee hoge omes op het erf
die ik elke dag begroet
als ik naar mijn baas toe moet.

Bakens van de vier seizoenen
die nog vele lentes groenen
als ik al lang en breed bederf.
 

O kastanje, ik hou van je!
O plataan, je grijpt mij aan!
 

Waarom hou ik van die bomen?
Ben ik fallisch gefixeerd?
Och, die Freud was zelf verkeerd.

Ik denk liever dat ze leven
om ons het signaal te geven:
ook een oude boom mag dromen!
 

O kastanje, ik hou van je!
O plataan, je grijpt mij aan!

 
IMG_5635
Eerder verschenen in mijn bundel Vallend Licht (december 2001).