Trees (Bomen), Joyce Kilmer

I think that I shall never see
A poem lovely as a tree.

A tree whose hungry mouth is prest
Against the earth’s sweet flowing breast;

A tree that looks at God all day,
And lifts her leafy arms to pray;

A tree that may in Summer wear
A nest of robins in her hair;

Upon whose bosom snow has lain;
Who intimately lives with rain;

Poems are made by fools like me,
But only God can make a tree.

Joyce Kilmer

Ik weet geen gedicht, zelfs niet als ik droom
Dat zo prachtig is als een boom.

Bomen lessen zo gretig hun dorst
Aan Moeder Aardes gulle borst;

De ganse dag staan ze de Heer te loven,
Met hun gebladerde armen naar boven;

Boomkruinen willen op  zomerdagen
Graag een nestje roodborstjes dragen;

Een boom torst evengoed een sneeuwen gewaad
Als dat hij zich eens lekker natregenen laat.

Ik maak gedichten, zoals menig andere zot,
Maar bomen zijn een schepping van God.


(Eigen vertaling uit het Engels)

Ineen bundel met boomgedichten (Een boom voor elke dag, samenstellers E. de Laat en J. Uytterhoeven, Antwerpen 1980) trof ik onderstaande vertaling aan van het gedicht Trees van Joyce Kilmer. Lees en vergelijk!

Gouden ginkgo

De ginkgo staat in gouden gloed
Betovert mijn bedaard gemoed
Het is geen boom meer maar een bloem
Zijn blad felgeel als een samoem
Wie ook dit wonder heeft bedacht
Alleen de mens herkent zijn pracht

Miljoenen jaren gingen heen
Voordat de eerste mens verscheen
Terwijl de ginkgo er al was
Hij overleeft het menselijk ras
Dan kleurt elk najaar weer zijn gloed
Onopgemerkt – maar dat is goed

Klik hier voor mijn voordracht van het gedicht

Almen


We zagen geen olmen in Almen,
wel veel rijk beladen 
eiken en kastanjes.
 
Alleen al om de mooie bomen
zou men in Almen 
willen wonen.