Soms zie je een es

 

Soms zie je een es
Soms een hele rij
Maar geen enkele es
Heeft de vorm van een S

Essen reiken vaak kaarsrecht
Meters hoog naar de hemel
Eenmaal geveld zijn ze erg in tel
Om hun harde duurzame hout

Bijvoorbeeld voor de tafel
Waaraan je kind op een
Vel papier haar eerste
Stamelende s schrijft

(Voor Sarah en haar ouders Sylva en Menze)


Gepubliceerd in ‘Zoveel zinnen die de hemel vullen’, Veertiende verzamelbundel Vereniging Taalpodium, TULIP ‘Tekst & Uitleg’ – literaire publicaties, Utrecht november 2015 ISBN/EAN 987-90-70908-27-0 

Sprokkelhout

Ik sprokkel takken in het sparrenwoud,
Die geven mild aroom en vlammengoud.

Ik sprokkel twijgen in Verleden Woud,
Om hartengloed, wijl is mijn heden koud.

Maar deze twijgen laaien goudig niet:
In asch en rook versmeult mijn oud verdriet.

Het woud van sparren dronk de zomerzon,
Waar ’t stralengloed en frissche aromen won.

Dies bloeien vlammen uit het harsig hout,
Maar enkel regen dronk mijn Smartenwoud.

En ’t kreeg zoo weinig en zoo bleeke zon
Dat al zijn hout geen vlammen geven kon.

Uit de dichtbundel Late Rozen (1920) 
van Hélène Swarth (1859-1941)