
Ik had een droom, fluistert de boom.
Ik stond op de oever van een beek
En zag mijn spiegelbeeld op het water.
Het was een droom, verzucht de boom.
Maar wie weet dienen mijn planken later
Als brug over de beek uit mijn droom.

Ik had een droom, fluistert de boom.
Ik stond op de oever van een beek
En zag mijn spiegelbeeld op het water.
Het was een droom, verzucht de boom.
Maar wie weet dienen mijn planken later
Als brug over de beek uit mijn droom.

In Nuenen is een tuin
Vol wonderen der natuur.
Een smalle drukke weg
Voert uit het dorp daarheen.
Maar eenmaal in die hof
Ben je in een paradijs
Waar bloemen, boom en plant
Het oog en hart bekoren.
Je dwaalt langs smalle paadjes
In zon en schaduw rond,
Na elke bocht opnieuw verrast:
Door een waterval van rozen,
Een boom als een sculptuur,
Een bank om stil te rusten,
Een vijver die doet dromen,
Of een mooi natuurpoëem.
In Nuenen is een tuin
Vol wonderen der natuur
En dierbare herinneringen,
Elke dag en elk uur.
Voor Jacqueline Bedaux-Nas en medewerkers van https://www.dewalburg.nl

Boom, boom,
Droog en groen.
Het meisje met het leuke snoetje
is olijven aan het oogsten.
De wind, die torenvrijer,
omarmt haar bij haar middel.
Er kwamen vier ruiters voorbij
op Andalusische pony’s,
in kleren groen en blauw
en ruime donkere mantels.
“Ga mee naar Córdoba, schatje,”
Het meisje geeft geen krimp.
Drie jonge stierenvechters met
slanke tailles passeerden,
in oranjekleurige pakken
en met zwaarden van antiek zilver.
“Ga mee naar Sevilla, schatje.”
Het meisje geeft geen krimp.
Toen de avond purper kleurde
en het licht vervaagde,
kwam een jongeman voorbij,
met rozen en mirtetakken
van de maan in zijn armen.
“Ga mee naar Granada, schatje.”
Het meisje gaf geen krimp.
Het meisje met het leuke snoetje
gaat door met olijven rapen
met de grijze arm van de wind
stevig om haar middel geslagen.
Boom, boom,
Droog en groen.
(Eigen vertaling van het gedicht ‘Arbolé, Arbolé…’ van Federico García Lorca)
