Verloren tijd

Voor de fabriekspoort
staat de arbeider plotseling stil
het fraaie weer heeft hem bij de jas getrokken
en als hij zich omdraait
en naar de zon kijkt
helemaal rood helemaal rond
lachend aan zijn loden hemel
knipoogt hij
amicaal
Zeg eens kameraad Zon
vind jij ook niet
dat het nogal dom is
om zo een mooie dag weg te geven
aan een baas?

(Eigen vertaling van het gedicht Le temps perdu van Jacques Prévert)


Lentevertrouwen

Lindebloesem

De zachte luchten zijn ontwaakt;
Ze fluisteren en waaien dag en nacht,
In alle richtingen zijn ze actief.
O frisse geur, o nieuw geluid.
Wees nu, arm hart, niet langer benauwd!
Nu moet alles, alles anders worden.

Elke dag zal de wereld mooier worden,
Je weet niet wat er nog gebeuren kan,
Er komt geen einde aan het bloeien.
In bloei staat het verste, diepste dal:
Nu, arm hart, vergeet je pijn!
Nu moet alles, alles anders worden.

Eigen vertaling van het gedicht Frühlingsglaube (1812) van Ludwig Uhland (1787-1862), als lied getoonzet door Franz Schubert, opus 20 nr. 2

Een schrijvers’ vulpen aan het woord


Op een dag schreef ik niet meer en liet ik een vrouw achter,
vastgebonden op een spoorbaan.
En wat gebeurde er toen?
De trein kon niet verder; hij stopte met een
voet in de lucht, net als het paard van Napoleon op die brug
toen het besefte dat er een plank ontbrak.
Wat gebeurde er verder?
Toen ze de pen weer vulden, jaren later pas,
reed de trein achteruit, en een oude vrouw
klom erin: ze had al die tijd gewacht
of ze gered zou worden, of gedood. Ze voelde zich bedrogen
om die vreemde wending.
Waar is zij nu?
Op deze bladzijde, verborgen in de inkt die je ziet.

(Eigen vertaling van het gedicht A writer’s fountain pen talking,
van de Amerikaanse dichter William Stafford.)