
Het weer heeft zijn jas uitgedaan
Van wind, winterkou en neerslag
En draagt nu een geborduurde omslag
Van zonnestralen, helder van baan.
Dieren en vogels gaan
Met eigen kreten of zang aan de slag:
Het weer heeft zijn jas uitgedaan
Van wind, winterkou en neerslag.
Rivier, fontein en beek gaan
In een livrei van zilveren pracht
Met druppels door goudsmid bedacht.
Ieder trekt nieuwe kleren aan.
Het weer heeft zijn jas uitgedaan
Van wind, winterkou en neerslag.
Eigen vertaling van:
Rondel
Le temps a laissé son manteau
De vent, de froidure et de pluie,
Et s’est vêtu de broderie
De soleil rayant, clair et beau.
Il n’y a bête ni oiseau
Qu’en son jargon ne chante ou crie:
Le temps a laissé son manteau
De vent, de froidure et de pluie.
Rivière, fontaine et ruisseau
Portent en livrée jolie
Gouttes d’argent d’orfévrerie;
Chacun s’habille de nouveau.
Le temps a laissé son manteau
De vent, de froidure et de pluie.
Charles d’Orléans (1391-1465)
’t Getij liet uit den mantel zijn
van wind en strenge kou en regen
en heeft een luchten zwier gekregen
van helderlichten zonneschijn.
En daar is dier noch vogelrijk,
of in zijn taal roept het u tegen:
’t getij liet uit den mantel zijn
van wind en strenge kou en regen.
Rivier en beek en springfortuin
hebben een staatsie aangekregen
uit zilverdruppels saamgeregen,
een elk wil op het fleurigst zijn,
’t getij liet uit een mantel zijn.
J.H. LEOPOLD
1913

