De zachte veren van de tijd – nieuw epos van dichter Ali Serik

Er is een dichter die je als lezer bedwelmt met zoetvloeiende zinnen vol bloemrijke en treffende beeldspraak, die je fantasie prikkelt en soms te boven gaat. Er is een dichter die met zijn gouden pen intussen de meest gruwelijke verhalen weet te vertellen, waarvan de inhoud zoveel verdriet en machteloosheid oproept dat de lezer soms aarzelt om door te lezen. Dat overkwam mij tenminste bij het lezen van het nieuwe ‘epos’ van de Turks-Nederlandse dichter Ali Serik, De zachte veren van de tijd.

Zijn werk doet mij denken aan de befaamde uitspraak van de grote Vlaamse schrijver Louis-Paul Boon: “Schop de mensen tot ze een geweten krijgen.” Dat is wat Ali Serik denk ik eveneens beoogt in zijn almaar uitdijende oeuvre, zij het zo poëtisch en rijk verwoord dat het eerder als strelen dan als schoppen aanvoelt. De auteur weet zijn keiharde boodschappen over de gruwelen in de wereld en de menselijke historie vakkundig in fluweel te verpakken!

Een andere naam die bij het lezen van zijn epos in mijn gedachten opkwam is die van de grootste Turkse dichter Nâzim Hikmet (1902-1963). Diens werk heb ik leren kennen dankzij de Nederlandse vertaling van zijn indrukwekkende epische gedicht Mensenlandschappen, dat in 1995 bij uitgeverij De Geus verscheen en niet minder dan 599 pagina’s omvat. Ali Serik treedt duidelijk in de voetsporen van zijn beroemde collega-dichter. Niet alleen wat zijn engagement met het lot van verschoppelingen aangaat, maar ook in stilistisch opzicht en zelfs bij de gebruikte bladspiegel.

De rode draad in Ali’s epos wordt gevormd door de lotgevallen van een groep vluchtelingen uit diverse windstreken, die in een gammele rubberboot vanaf de Turkse kust bij nacht de oversteek wagen naar veiliger oorden in het westen. Maar de strekking van het boek reikt breder dan het lot van deze hedendaagse groep bootvluchtelingen. Het bloedstollende verhaal over hun hachelijke onderneming wordt enkele malen onderbroken door excursies over het lot van vluchtende groepen mensen in vroeger eeuwen en andere continenten.

Vluchtelingen zijn van alle tijden en plaatsen op aarde, dat is de indringende boodschap die de schrijver wil uitdragen. Alles in bloemrijke taal verwoord én verrijkt met een onuitputtelijke hoeveelheid actuele, historische en culturele feiten en gegevens. Zeker nu er een steeds killere wind opsteekt in ons eigen land en elders in Europa en de VS jegens vluchtelingen, verdient De zachte veren van de tijd een breed publiek. Het hoort in vele talen zijn weg te vinden naar geïnteresseerde lezers. Want zelden zag ik de lotgevallen van mensen op de vlucht voor armoede en oorlogsellende zo inlevend en respectvol – en met zoveel oog voor zelfs het kleinste detail- beschreven als in dit indrukwekkende epos van Ali Serik.

Het boek is via deze link te bestellen: https://www.kelbo.nl/nl/boeken/9789493364523/de-zachte-veren-van-de-tijd

Vrij (?) van erfbelasting

Vandaag wil ik aandacht vragen voor een bijzonder boek van schrijver en dichter Fred Penninga (Amsterdam, 1945), dat dit najaar is verschenen bij de Utrechtse uitgeverij Magonia. Het draagt de intrigerende titel Vrij van erfbelasting. Een aandoenlijke jeugdfoto van de auteur siert de omslag van het kloeke boekwerk van 307 pagina’s (zie boven.)

Het boek, verder zonder illustraties, is aantrekkelijk geschreven en door mij dan ook helemaal uitgelezen (wat mij niet bij alle romans lukt.) Dat is vooral te danken aan de ingenieuze literaire constructie die is gekozen voor deze in romanvorm gegoten autobiografie. Het boek bevat een chronologisch opgebouwde terugblik op de levensloop van Penninga in de vorm van een serie -door een alwetende verteller opgetekende – tweegesprekken tussen de auteur en een jonge onderzoeksjournalist in opleiding, die hem als ‘onderwerp’ heeft gekozen voor zijn afstudeerwerkstuk. Deze fictieve gesprekspartner, Wander geheten, kwam net als de andere betrokken personen in het verhaal voor mij echt tot leven.

De Franse dichter Charles Baudelaire schreef ooit in zijn Intiem Dagboek, dat wie de moed had om een volstrekt eerlijk boek over zichzelf te schrijven, gegarandeerd beroemd zou worden. Of Vrij van erfbelasting inderdaad een bestseller wordt, weet ik niet. Maar Fred Penninga is in zijn beantwoording van de vele, herhaaldelijk als ‘lastig’ benoemde, vragen van zijn ’biograaf’ in eerlijkheid en openhartigheid een heel eind gekomen.

Er ontspinnen zich in de roman drie draden die – elk met de nodige innerlijke worsteling – de levensloop en identiteit van Penninga bepaald hebben: het opgroeien in een pleeggezin als te vondeling gelegd kind van ‘foute’ ouders, de acceptatie van zijn homoseksuele geaardheid en zijn vanaf zijn vroegste jeugd gekoesterde ambitie om schrijver te worden. 

Het frappeerde mij dat hij als jongen al zoveel teksten schreef én van zichzelf wist dat hij schrijver wilde worden. De niet minder bepalende kennis van zijn beladen afkomst kwam pas later aan bod, evenals de zoektocht naar zijn elders opgevoede drie broers. Hoewel hij al zeer vroeg seksueel experimenteerde met leeftijdgenootjes, ontstond de durf om zijn ’mateloze verlangen naar vriendschap’ met (jonge) mannen in praktijk te brengen bij Fred eveneens op latere leeftijd. Zijn belevenissen op dit vlak worden her en der in het boek zonder schroom uit de doeken gedaan.

Tijdens de tweespraak tussen schrijver en onderzoeker leren we het een en ander over Penninga’s verdere levensweg als volwassene: zijn reizen in de wijde wereld, zijn opleiding, zijn vele werkzaamheden als vormingswerker en onvermoeibare inzet als initiator van tal van activiteiten op sociaal en literair gebied, die overwegend in het Utrechtse plaatsvonden.

Achter de beschrijving van de vele drukke werkzaamheden van de hoofdpersoon, zag ik tegelijkertijd ook het beeld oprijzen van een man die in de kern altijd het jongetje is gebleven dat hunkert naar acceptatie, bevestiging, erkenning. Een man die zich mogelijk daarom in zijn maatschappelijke en literaire werk zo gemakkelijk identificeerde met kwetsbare mensen van allerlei aard. Ik had de rol en doorwerking van de, in de boektitel weliswaar ontkende, erfelijke belasting graag nader uitgediept gezien. Dan sla ik weliswaar aan het psychologiseren en daar staat Fred niet zo voor open, begrijp ik uit het boek. Maar zei de dichter niet: Het kind is de vader van de man? Stof voor een vervolg wellicht?

Wat mij als lezer van dit boek vooral duidelijk is geworden, is dat het in het leven van Fred Penninga bovenal (draaide en) draait om erkenning van zijn schrijver- en dichterschap. Op een subtiele, doch niet geheel onopvallende, manier weet de auteur de schijnwerper te richten op zijn prestaties op dit gebied. Het zij hem gegund. Ik wens hem veel lezers toe van zijn authentieke en goed geschreven boek, ook buiten zijn eigen netwerken.

Vrij van erfbelasting, Fred Penninga 2023
ISBN 978 94 922 4160 3
http://www.magonia.nl

Anekdotes uit Kosovo


Tijdens een verblijf in Pristina, de hoofdstad van Kosovo, in januari 2010 kocht ik de bloemlezing Albanian Anecdotes (ISBN 9952-408-20-6). Het boekje bundelt 235 mondeling overgeleverde anekdotes, die door de auteur Salih Zogiani verzameld zijn in de dorpen van zijn land. De verhaaltjes zijn vanuit het Albanees in het Engels vertaald door Avni Spahiu. Ze zijn vaak grappig of ironisch van toon en geven een boeiend beeld van de kleine en grote gebeurtenissen in het dagelijks leven van de inwoners van Kosovo, een nog jonge staat met een turbulente geschiedenis en heel eigen tradities. Met het verzamelen en op schrift stellen van de anekdotes wilde de auteur bijdragen aan het behoud en de bekendmaking van dit onderdeel van het nationale culturele erfgoed. Doel van de Engelstalige uitgave is de lezers in het buitenland, Europa in het bijzonder, hiermee nader kennis te laten maken.

Om een beeld te geven van de, meestal door oude dorpswijzen doorvertelde, korte verhalen, heb ik er twee uitgekozen en vertaald.

Hoe iemand in een put valt
Een man had bij zijn huis het deksel van de put gehaald. Toen hij op een dag vroeg in de ochtend aan het werk ging, viel hij per ongeluk in de put en raakte gewond. Zijn familieleden kwamen naar de put toegesneld en vroegen aan de man onderin de put: “Hoe ben je daaronder toch terechtgekomen?” De man antwoordde: “Ik weet hoe ik in de put gevallen ben; en hoe jullie mij er weer uit zullen krijgen, horen jullie te weten!”


Ja, ja, natuurlijk
Een man ging op bezoek bij een vriend. Eenmaal binnen, praatte hij aan één stuk door. Zijn gastheer reageerde op alles wat hij zei met de opmerking: “Ja, ja, natuurlijk.” De bezoeker kreeg in de gaten dat zijn vriend helemaal geen acht sloeg op wat hij vertelde en op alles wat hij zei met “ja, ja” reageerde . Na een poosje vroeg hij dan ook: “Stoor ik je misschien met mijn gebabbel?” “Ja, ja, natuurlijk.” luidde het antwoord.