Klacht van een kip

Ach, was ik nog maar een dino,
– zuchtte een kip in een kippenhok –
mijn eieren werden niet gekookt,
of voor een omelet gebroken;
geen mens lag languit op
mijn veren in zijn bed te ronken;
de evolutie heeft ons niet veel goeds gebracht!
Dit heeft, vol onbehagen in haar hok,
een kip bij zichzelve overdacht.

Zon en regen

Ik liep in de regen
door de Utrechtse Zonstraat.

Ik dacht, liever had ik
het omgekeerde gehad.

Een begrijpelijke, maar
nutteloze gedachte,

wanneer je in de regen
door de Zonstraat gaat.

Gered

Zestien jaren telde ik
Toen ik voor het eerst de zee zag
Op schoolkamp aan de Franse kust.

Opgetogen holde ik de aanrollende golven in
Tot ik onderkoeld door een leraar werd opgevist
En naar het strand gedragen.

Niet voor de eerste keer
In mijn korte leven
Net niet verdronken.