Vlinders (haiku)

05327BAD-D30D-4AB7-B03E-50D8F8BDC63A

o vlinders, gij zijt
zo verblindend van schoonheid
haar prijs: vluchtigheid

895B562B-1AAF-4363-8972-A9EA87667098

Deze opnamen zijn gemaakt in de vlindertuin van de Botanische Tuinen Universiteit Utrecht.

De vlinder wordt in een gedicht van Guido Gezelle “fliefflodderke” genoemd.

De dichter als camera

ze ligt doodstil
al een uur lang
waarom zou je je bewegen
als ik nader -waarom moet ik dit nu schenden-
als ik toch, nieuwsgierig, moedwillig storend, nader
als ik toch, toenaderend en vertederd, nader
staat ze beleefd op
ze ziet me ernstig vragend aan
hoe zuiver
gespitst
en wat een intelligent kopje
ze verwacht nu iets van me
natuurlijk
ik zie haar aan
ik zeg iets vriendelijks
en nu verwacht ik ook wat
ze wendt de kop af – dit is te moeilijk
niets eetbaars
ze laat wat vallen van verlegenheid
zo vreemd
ik beweeg me niet
dan gaat ze eindelijk maar weer liggen
je kan niet blijven staan wachten
blijkbaar ben ik niets
dan ga ik maar
sorry
ik heb je teleurgesteld
jij mij
zuster schaap
waarom heb je niets gezegd?

 

IMG_2263.JPG
Dit sublieme en geestige gedicht is van de Domburgse dichter J.C. van Schagen (1891-1985).
Het beschrijft op een filmische wijze de tot mislukking gedoemde ontmoeting tussen de dichter en een schaap. Gelukkig geldt het hier beschrevene niet voor elke poging tot contact tussen mens en dier.

De melkboer is geweest

Ik houd van de zoon van de melkboer
die wel eens helpt melk rond brengen
(en dus metafysisch kan betekend worden).
Als zoiets maar enigszins kan zal ik het niet laten
maar ik moest beter weten onderhand:
het handwerk, -in dit geval: aanreiken van de bestelling
en hand ophouden voor de verschuldigde grijpstuiver
die beslist wordt verzopen de komende zondag-,
zelfs het middenstanders-handwerk ondervangt niet
de glazen gedachte, gepasteuriseerd maar nog redelijk vet.
Die gaat op het tuinpad aan duizenden diggelen.
Het melkboersjong verontschuldigt zich verlegen en
probeert nog onhandig de troep wat te klaren.
Ik moet er reuze om lachen en raad hem de wijk
af te maken. En ik blijf zitten met die vlek
voor de voordeur: de melkboer is geweest.

Uit de gedichtenbundel: Uil tussen puinen, Pieter Anton van Gennip, Uitgeverij Orion Brugge 1973