Wat achterblijft

Het was op de geboortedag van Hüseyin
De bergen voor mij werden groter
en de bergen achter mij kleiner
dat krijg je als je rijdt op een weg
die je voor het eerst ziet
steeds weer het omzien
Wij reden terug
van de plaats die wij thuis noemden
wij hadden Duran begraven
Diep genoeg, zei nog iemand
bij het inspecteren van de grafkuil
Nadat wij hem hadden gewassen
keken we naar buiten
op zoek naar de plaats waar de zon
zou ondergaan
In een lijkwa legden wij hem op de aarde
om altijddurend te rusten
Wij legden oude planken met spijkergaten
schuin over hem heen
zodat hij de last van de mensen
die nog op aarde leven niet hoeft te dragen
Wij begroeven hem in stilte
stilte die geen handen had
om onze tranen af te vegen
Op de terugweg waar langzaam
grappen werden gemaakt over nietige dingen
dacht ik aan Hüseyin
aan de geschiedenis die hij zal achterlaten
tussen de weeën van zijn baring
en de tranen die zo weinigen dragen
uit hetzelfde geslacht
~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~
Een gedicht van Ali Şerik

Innerlijke logica

als ik groot ben
word ik ruitenwisser
peinst kleinzoon van vijf
ins blaue hinein
geen ladder voor het raam te zien
o, glazenwasser
vangt de moeder lief
maar handwerk, dat
is hem te min

natuurlijk niet, zegt

hij vertoornd
die speelgoedauto’s niet bestuurt
maar zelf de motor is
de fout loopt met een sisser af
in licht dédain sluit hij de zaak:
ik word een ruitenwisser
Hanneke Verbeek
(4 november 2011 gepubliceerd op NationaleBoekenblog)

De duiven (1924)

Jan Prins Verschijningen

Soms, om de feestelijke stemming te verhoogen,
bedienden eertijds zich de Grieken bij het maal
van duiven die, gedrenkt in specerij, de zaal
met haar klapwiekende welriekendheid doorvlogen.

En lang nadien bleef in den omtrek nog de lucht
als met de heugenis doortrokken van haar vlucht.

Zoo, met haar zoeten geur, doorvaren de gedachten
aan u, terwijl ik waak, de stilte mijner nachten.

Jan Prins (1876-1948)