Voorbij de meet, een unieke bundel wielerpoëzie

Vandaag precies 9 jaar geleden werd in Tilburg het eerste exemplaar van een unieke dichtbundel uitgereikt aan Rini Wagtmans, getiteld ‘Voorbij de meet’. Deze smaakvol vormgegeven, bibliofiele uitgave bevat 40 dramatische momenten uit de geschiedenis van de Tour de France. Dichter Jace van der Ven weet in 40 twaalfregelige verzen het vaak tragische lot van evenzoveel Tour-helden treffend te beschrijven, onder wie Rini Wagtmans zelf. Elke wielrenner is bovendien prachtig geportretteerd met een linosnede van Ivo van Leeuwen in deze bundel, die in een oplage van 400 exemplaren verscheen (en wellicht nog verkrijgbaar is bij uitgeverij CODE X in Tilburg.)

Nu over enkele dagen de Tour de France weer van start gaat, nog wel vanuit onze eigen Domstad, vraag ik graag aandacht voor deze unieke poëtische en kunstzinnige ode aan de wielersport. Ik koos hieruit het gedicht van Jace van de Ven over Frans Faber. Hij was een Luxemburgse coureur, die zich meer Fransman voelde en 100 jaar geleden wel zeer tragisch aan zijn einde kwam in de loopgraven van de Eerste Wereldoorlog. (De houtsnede van Miguel Indurain hoort bij een ander gedicht.)

1915

De reus van Luxemburg van honderd kilo zwaar, Frans Faber
Won vijf etappes op een rij in negen én de Tour
Zo moedig en koelbloedig als hij leefde, zo macaber
Vond hij zijn einde in een loopgraaf als kanonnenvoer

Zo’n stiekem overlijden kan een held niet overkomen
Dus hoor je overal dat Faber doodgeschoten werd
Toen hij een makker in het niemandsland had opgenomen
Om hem te redden maar helaas de terugweg zag versperd

De waarheid is nog triester want Frans Faber is gevallen
In vijftien toen hij opsprong uit de loopgraaf bij het bericht
Dat thuis zijn vrouw van een gezonde dochter was bevallen
Men vond een kogel in zijn hart, een lach op zijn gezicht.

Miguel Indurain, linosnede Ivo van Leeuwen

Dichter in het park

Een van de gedichten uit de poëzieroute in het Utrechtse Griftpark,
een sonnet van geboren en getogen Utrechter, Jaap Schoo:

Oeke Kruythof, een authentieke Utrechtse dichter

Oeke Kruythof, foto Daphne Schinkel

Bijna een kwart eeuw is zij nu dichter. Over de vijftig was ze al, toen ze met gedichten schrijven begon. Velen in Utrecht kennen haar kleine, kleurrijke en vitale gestalte van haar voordrachten en haar mooi verzorgde publicaties. Oeke Kruythof is een vrouw, die veel van wat zich om haar heen en in haar eigen innerlijk afspeelt met aandacht observeert en overdenkt. Ze verwerkt haar indrukken en overpeinzingen in eenvoudige, meditatieve gedichten, waarin elk woord en elke beeldspraak zorgvuldig gewogen is. Vaak is er impliciet of nadrukkelijk sprake van een religieuze, zelfs mystieke, dimensie. In haar verzen staat geen woord teveel en ook over de structuur en het metrum is goed nagedacht.

Het geheim van Oeke’s dichtkunst schuilt niet zozeer in haar op zich herkenbare waarnemingen of de toegankelijke verwoording hiervan. Wat haar gedichten, kort of lang, bovenal kenmerkt is hun authenticiteit. Wie Oeke haar teksten hoort voordragen, met krachtige stem en duidelijk articulerend,  of haar gedichten in stilte (een van haar favoriete begrippen) leest, beseft: dit is Oeke, ten voeten uit. Het authentieke karakter maakt, denk ik, haar poëzie bij velen zo geliefd. In het bijzonder bij mensen die bij poëzie op zoek zijn naar schoonheid en troost en niet naar onverwachte of schokkende beelden of taalexperimenten.

Oeke Kruythof weet veel mensen in het hart te raken. Niet voor niets heeft een goede vriend van haar geheel belangeloos een website voor haar gemaakt, waarop Oeke’s gedichten voor een breder publiek, ook van ver buiten de Domstad, bereikbaar zijn gemaakt: Website Oeke Kruythof

Ter illustratie citeer ik twee treffende gedichten van deze Utrechtse dichter.

De lindeboom

gelijk een schildwacht
staat hij voor mijn deur
in de drukte van de dag
in de stilte van de nacht
de lindeboom
geworteld in mijn kinderjaren
wolk van bloesemgeur
taal in wuivende gebaren

Oeke Kruythof 

Mijn pleegkind

mijn pleegkind woont in Kenya
op afstand geef ik geld
Naoumi meisje acht jaar oud
zo wordt zij in het rapport vermeld

haar dagen breng ik dichterbij
dichterbij naast die van mij
het vonnis is geveld:

mijn alledag – een paradijs
mijn creditcard – een toverwijs
mijn winstaandeel – een goudkasteel

Naoumi
meisje
acht jaar oud
zij kent geen dag van brood teveel
voor water moet zij uren lopen
en ik –
en ik draai zomaar kranen open
Naoumi
meisje
acht jaar oud

wij kijken naar elkaar
op afstand geef ik geld
Naoumi
meisje van acht jaar
voor jou
dit machteloos gebaar

Oeke Kruythof