De Zieke Roos – William Blake

05fde-eenbloempje

O Roos, ge zijt ziek.
De onzichtbare worm,
In de nacht meegevoerd
Door de loeiende storm:

Heeft uw bed ontdekt
Van dieprood genot:
En zijn donkere steelse liefde
Wordt u tot stervenslot.

Mijn vertaling van het gedicht The Sick Rose van William Blake:

O Rose thou art sick.
The invisible worm,
That flies in the night
In the howling storm:

Has found out thy bed
Of crimson joy:
And his dark secret love
Does thy life destroy.

 

Een sprankelend debuut

omslag-bundel-avs

Op haar 66-ste verjaardag (12 oktober 2016) presenteerde Taalpodiumlid Anneke van Schaik in het Utrechtse Theater Schiller haar eerste dichtbundel: Met Lach en Wimpel. De titel dekt de lading van deze sprankelende bundel volkomen. Het taalplezier spat er van af. In beeldende gedichten krijgen dingen van alledag een vrolijke twist, zoals het afscheid van een paar dierbare schoenen. Maar ook serieuze zaken komen in deze overwegend luchtige dichtbundel aan bod. Het boekje (71 bladzijden) ligt lekker in de hand en is oogstrelend mooi uitgegeven door internetuitgever Boekscout.nl.

Dit is mijn favoriete gedicht (in de serieuze categorie):

Schelpje

Wit schelpje van het strand
hij neemt je in zijn hand

Zijn hand, mijn hand

Wit schelpje van het strand
hij legt je in mijn hand

Mijn hand, zijn hand

Wit schelpje van het zoute water
zoete herinnering voor later

 

Met Lach en Wimpel bestel je hier

Het doodsbed

img_1573

in memoriam Rik Wouters

Een klein vertrek en stil…Witte gordijnen
en witte wanden in ’t gedempte spel
van zonnestralen die in wolken kwijnen,
een hand…een dode hand, en een vaarwel!

Die hand!…Hoe leefde naar haar blij bevel
het heimlijk schrift van klare kleur en lijnen,
hoe greep zij, aan de wereldse festijnen,
naar perzik, appel, peer en mirabel!

Daar ligt die hand die ’t leven heeft geloofd
als een spontaan gedicht van licht, die kalme
ontvleesde hand – en dat gemarteld hoofd!…

En daar bloeit nog, voor het geloken oog,
de bloem die ’t laatst zijn hart met tere schalmen
aan ’t bonte leven bond, dat hem bedroog.

Jan van Nijlen

(Uit zijn bundel Het aangezicht der aarde, 1923)