Ongerijmd gerijmel op twaalf beroemde versregels

JC Bloem
Domweg gelukkig in de Dapperstraat.
Al turend op mijn smartphone-apparaat.

PC Boutens
Zoete dood, uw zuiver pijpen.
Slechts een Schot zal dit begrijpen.

Martinus Nijhoff
Ik ging naar Bommel om de brug te zien.
Mijn tandarts ziet er elke dag wel tien.

Guido Gezelle
O ’t ruischen van het ranke riet!
We waren naakt, maar durfden niet.

Neeltje Maria Min
Voor wie ik liefheb wil ik heten.
Want zelf ben ik mijn naam vergeten.

JC Bloem
Voorbij, voorbij, en o voorgoed voorbij.
Toe, drinkt u nog een laatste glas met mij.

Gerrit Achterberg
De dichter is een koe.
Het grazen nimmer moe.

Herman Gorter
Een nieuwe lente en een nieuw geluid.
Wat was die Herman ver zijn tijd vooruit!

JC Bloem
Denkend aan de dood kan ik niet slapen.
Straks lig ik hier zomaar op apegapen.

Willem Kloos
De Zee, de Zee klotst voort in eindeloze deining.
Nam ik vandaag misschien toch teveel kelkjes in?

Jan Engelman

Ambrosia, wat vloeit mij aan?

Doe dicht die koude waterkraan!

JC Bloem
Alles is veel voor wie niet veel verwacht.
Die had u zelf vast niet bedacht.

Herfsttij (Stevie Smith)

Hij deelde zijn levensverhaal met mevrouw Van het Hof,
Die weduwe was.Gauw trouwen lijkt mij wel tof’,
Zei hij.Passie, daar heb ik niet veel meer van,
Maar we kunnen wat met elkaar praten, zolang het nog kan.

(Eigen vertaling)

Zee-oeverriet

IMG_5534_Original

De helft van mijn vrienden is gestorven.
Laat mij je nieuwe geven, zei de aarde.
Nee, geef ze me liever terug, zoals ze waren,
met gebreken en al, snikte ik.

Vannacht kan ik hun stemmen weer horen
in het zachte murmelen van de branding
in het oeverriet, maar ik kan niet over

de bladeren lopen die door het maanlicht,
langs dat lichtend pad alleen, op de oceaan zijn gelegd,
of meedrijven met de droombeweging

van uilen, aan de aardse last ontheven.
O aarde, het aantal vrienden dat rust in jou
is veel groter dan wie er nog over zijn om lief te hebben.

De rietstengels onderaan de klif flitsen groen en zilver;
zij waren de engelenlansen van mijn geloof,
maar uit wat verloren is gegaan groeit iets sterkers

dat de rationele uitstraling heeft van gesteente en,
maanlicht verdragend, de wanhoop voorbij,
krachtig als de wind, door het wijkend riet heen
onze beminden terugbrengt bij ons, zoals ze waren,
met gebreken en al, niet eerbiedwaardiger, maar wel aanwezig.

(Eigen vertaling van het gedicht ‘Sea Canes’ van Derek Walcott)

Voor de originele tekst en voordracht door de dichter zelf, zie deze link: https://poetryarchive.org/poem/sea-canes/