Terug uit Caïro

Terug uit de dampende asla Caïro,
onstuitbaar uitdijende en levenslustige metropool,
land ik bij een van Europa’s magische toegangspoorten.

Reizigers vermijden elk menselijk geluid
terwijl ze door eindeloze winkelpassages dwalen,
die glimmen van luxe, calme et volupté.

En ik besef: ik ben terug in het ware Dodenrijk.

 

In zwarte coltrui

Het Franse chanson is lang uit de mode geweest, maar beleeft sinds enige tijd een opleving, dankzij nieuwe vertolksters als Wende. Wat goed is zal nooit verdwijnen.
Het lijdt voor mij geen twijfel: mijn liefde voor de poëzie is opgewekt door het beluisteren (en zingen) van Franse chansons in mijn jongelingsjaren. In de jaren zestig werden veel van de Franse “luisterliedjes” vertaald door Ernst van Altena en gezongen door de, nog altijd optredende, enige Nederlandse diva op het zangpodium: Liesbeth Liszt. Mijn eigen voorkeur ging toch uit naar de originele Franse teksten en hun vertolkers. Chansonniers met grote namen als Yves Montand, Gilbert Bécaud, Georges Brassens, Guy Béart, Léo Ferré, Jean Ferrat, Jacques Brel en, niet te vergeten, de zangeressen Edith Piaf, Francoise Hardy, Anne Sylvestre en Barbara. Ik schreef adorerende stukjes over ze in de schoolkrant. 
Mijn toenmalige leraar Frans op het internaat (Beekvliet) draaide tijdens de les regelmatig plaatjes met chansons van het wat lichtere en vooral brave genre. Je moet dan denken aan de vrolijke liedjes van Les Frères Jacques en de religieuze ballades van Soeur Sourire; de zingende non uit België, die in werkelijkheid Jeannine Deckers heette en met wie het slecht zou aflopen. Maar dat wisten we allemaal nog niet, toen we haar in onze schoolbanken zo zoetjes hoorden zingen over de vele omzwervingen van Père Dominique (1963), de heilige Dominicus, befaamd ketterjager. Eén keer, herinner ik mij, draaide meneer Geboers de immens populaire hit van Adamo: “Vous permettez, monsieur?”. Maar die tekst vond de nogal bigotte leraar eigenlijk al te lichtzinnig voor de (rode) oortjes van de aan zijn zorg toevertrouwde priesterkes-in-de-dop.
Zoals gezegd, hield ik toch meer van het literaire chanson. Op zogeheten ”bonte avonden” zong ik ze op het podium, verkleed als chansonnier, dat wil zeggen in zwarte outfit mét coltrui. Daarbij werd ik heel professioneel begeleid op de vleugel door een oudere medestudent, Jan van der Sangen. De pikante of anarchistische inhoud van sommige chansons van bijvoorbeeld Brassens en Ferré viel niet bij elke opvoeder in de smaak. Maar men vertrouwde erop dat het gros van de jongens de Franse teksten toch niet verstond…

zingen is ook leuk

Afscheid van een wereldtheoloog

Eind jaren zestig, begin jaren zeventig volgde ik als aankomende ‘godgeleerde’ colleges bij professor Schillebeeckx aan de theologische faculteit van de Nijmeegse universiteit. Hij stond op het hoogtepunt van zijn wereldroem als theoloog en trok studenten uit allerlei landen, die Nederlands leerden om zijn drukbezochte hoorcolleges te kunnen volgen. Hij zette Nijmegen en Nederland op de (katholieke) wereldkaart.

Edward Schillebeeckx was een beminnelijk mens, die in de omgang tamelijk verlegen overkwam, een echte doctor angelicus. Op de vleugels van zijn zoetgevooisde Vlaamse stem nam hij zijn gehoor mee in zijn intellectuele worsteling om een voor moderne mensen verstaanbare en aansprekelijke versie van de oude christelijke boodschap onder woorden te brengen.

Hij werd niet zozeer als een oorspronkelijk denker beschouwd; zijn kracht lag hierin dat hij als geen ander allerlei actuele denkrichtingen in zich wist op te nemen en in het kader van de joods-christelijke traditie te plaatsen. Het is zoals ik het vanmorgen zijn biograaf en opvolger Erik Borgman op de radio hoorde zeggen: Edward Schillebeeckx combineerde een groot intellect met een al even groot en pastoraal bewogen hart. Ik herinner mij zijn uitspraak dat je theologie bedrijft op je knieën…

Toch was men kennelijk al in die dagen in Rome bezig zijn vernieuwende en voor velen zo inspirerende theologische opvattingen verdacht te maken. Want ik herinner mij dat we als studenten de grote theoloog bij een of andere feestelijke gelegenheid hebben toegezongen: “Professor Schillebeeckx, u bent een ketter, voor wie de Schrift neemt, niet naar de geest, maar naar de letter…”

Het lachen is hem en zijn leerlingen daarna wel vergaan. Het vuur van de vernieuwing werd vanaf de jaren zeventig vanuit Rome hardhandig gedoofd, met de huidige paus Benedictus XVI in de coulissen van het Vaticaan. En de katholieke kerk veranderde, zeker in Nederland en zeker aan de top, in een onbeduidende sekte, die door geen weldenkend mens meer serieus wordt genomen. De op 23 december 2009 overleden Schillebeeckx heeft 95 jaar mogen worden, maar de kerk waar hij voor stond is al decennia geleden ter ziele gegaan.