2015 is begonnen!

Het is in het leven belangrijker om te verliezen dan om te krijgen. Het zaad moet sterven om vrucht te dragen. Men moet onvermoeibaar leven, het oog op de toekomst gericht en puttend uit de levensreserves die niet alleen door de herinnering maar ook door het vergeten zijn ontstaan.

“It is more important in life to lose than to acquire. Unless the seed dies it bears no fruit. One must live tirelessly, looking to the future, and drawing upon those reserves of life which are created not only by remembrance but also by forgetting.”

Uit: An Essay in Autobiography, Boris Pasternak, Collins and Harvill Press  Londen 1959

De bonte droom van het circus

Tot voor kort was het optreden met en van dieren in het circus een alom geaccepteerde vorm van (kinder)vermaak. Nu is het een van de nieuwe taboes uit ons tijdsgewricht, net als bijvoorbeeld roken in gezelschap. Het zou interessant zijn om  de wisseling van taboes over de laatste honderd jaar eens op een rijtje te zien. Hieronder een aantal uitspraken van ruim een halve eeuw geleden over dieren in het circus.

Een dansende beer was altijd weer een sensatie.

Bij Zeeuwse paarden is de wil goed, maar het geheugen zwak. 

De Friese stamboekhengsten munten uit door intelligentie. 
Het steigeren is echter een kwestie van individuele aanleg. 

Pony’s, hoe gehoorzaam ook bij Strassburger in de piste, 
zijn in de omgang onaangename dieren. 

Brombeer op bromfiets, een ideale combinatie. 

Een ijsbeer heeft een sterk gevoel voor evenwicht. 

Reptielen in de piste: een exclusieve vertoning. 

Het nijlpaard, de grote filosoof in de circusmenagerie. 

De schuwe, achterdochtige zebra’s laten zich moeilijk dresseren. 

De boksende kangaroe is in het circus een zeldzame verschijning. 

Zeeleeuwen zijn geboren artiesten, meesters 
in de jongleerkunst. 

Katten zijn de meest hautaine, onberekenbare artiesten 
van heel het metier. 

De vliegende mens is als een mot in het kaarslicht.

  
Onderschriften bij plakplaatjes in “De bonte droom van het Circus”, J. van Doveren en Fred. Thomas. Uitgave van het Nederlands Zuivelbureau, ’s-Gravenhage 1957

Pietpraat

Ben je voor of tegen Piet?
Dat lijkt mij de kwestie niet.
De vraag waar het om draait:
Is Piet er voor “ons” alleen

Of van iedereen?

Bij mijn “uit het leven gegrepen” bijdrage aan het -zo jammerlijk ontspoorde- debat over een prachtig Nederlands kinderfeest in de Volkskrant van 18/19 oktober 2014.