De grote witte vogels

Ver hier vandaan op de blauwe zee
Klinkt een lied van wederkeer,
Een lied over het leven.

Matrozen zingen het op het moment
Dat zij hun gestorven vriend
Aan de zeebodem geven.

Mooi rust hij in een linnen kleed
En hoort hoe in blauwe verten zacht
Blanke vleugels ruisen.

Een glimlach siert hem, zoals hij daar ligt,
Dat is zijn ziel, die immers niet
Naar de sterren zal vliegen.

En zijn lichaam roept een lied
Dat zich lokkend over klippen giet,
Als wind en golven.

Al schuimt het zeewater nog zo wild,
Gedachten vormen zich toch een beeld
Van zijn zielenleven.

De schone zeeman daalde als een steen
In het diepe water naar beneden,
Als in een kribbe.

Op dat ogenblik roept hoog in de lucht
Een grote witte vogel in zijn vlucht:
Versla de dood!

Zie je ginds die witte meeuwen gaan
Die ver uit de kust hun vleugels uitslaan
Boven het tumult van de zee?

Ze slaken kreten en vertellen:
Onze vleugels zijn de zielen
Van de matrozen.

De koele groeve van de zee
Trekt jou, matroos, naar benee
Om je te verenigen

Met allen die in gedachten bij je
Zijn en in verre stille nachten zacht
Om je schreien, schreien, schreien.

Mijn vertaling van het cultlied Die grossen weissen Vögel van Peer Raaben. De tekst is op zijn beurt geïnspireerd door een oud chanson van Lucien Boyer, Les Goélands
.

De zeelieden die sterven op zee
En in haar droeve diepte worden geworpen
Alsof het stenen zijn,
Gaan niet met de ontslapen christenen
Mee naar het Paradijs
Om bij Petrus aan te kloppen.

Ze reizen van klip naar klip
In hun vreeswekkende lijkkist,
Een zak van zeildoek.
Maar hun trouwe ziel
Vliegt, na hun verscheiden,
Niet weg naar een ster.

Voortaan tot snikken gedoemd
Door de nieuwe wandaad van de golven
Die haar zoveel verdriet doet,
Roept ze in de leegte
Tussen bliksemschicht en oceaan
Om het geliefde lichaam.

En niemand bekommert zich om haar lot
Behalve de meeuw in brede vlucht
Die, met één vleugelslag,
De trouwe ziel in het voorbijgaan
Aan zijn huiverend hart drukt
En welkom heet.

Ziel en vogel zijn enkel nog één.
Ze zoeken het lichaam van de dode
Ver buiten de kust.
Vandaar dat men de vogel, onder de
Donkere hemel, zo wanhopig
Zijn wilde kreten slaken hoort.

Doodt de zeemeeuw niet
Die over de brullende zee zeilt
Of er rakelings langs scheert,
Want het is de ziel van een matroos
Die boven een tombe zweeft
En krijt…krijt.

Mijn vertaling van het chanson Les Goélands (De Zeemeeuwen) van Lucien Boyer.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.