Ode aan een paradijselijke tuin

“Natuur is voor tevredenen of legen.”…?

Heeft JC Bloem dan niet geweten
hoe wij, van steedse stress bezeten,

soms naar een paradijs verlangen,
vol bloemengeur en vogelzangen,

waar de natuur nog vrij en blij mag tieren
in rijk vertoon aan planten, dieren?

Wie zich in deze tuin begeven,
op zoek naar rust en inspiratie:

verdienen zij niet meer consideratie
van dichters, lijdend aan het leven?

 

Walburg Tuinen Nuenen, 25 april 2010

Liefdesgedicht uit 1924

Ik wil in marmeren gedichten
uw beeld in mij bestendigd zien,
ik wil de liefde, die ik dien,
in mij dit eenige outer* stichten,
ik wil voorgoed aan u verplichten
én wie gezegend zijn, én wien
dit heil ontbreekt, – en wie misschien
zich weren mochten toch doen zwichten.

Ik wil, – maar ach, ik wil uwe oogen,
ik wil uw hoofd op mij gebogen,
ik wil de weldaad van uw mond, –
ik wil in uw vertroostende armen
mijn afgehunkerd hart verwarmen, –
alsof daarbuiten niets bestond.

*outer = altaar

Gedicht van Jan Prins (ps. C.L. Schepp), uit zijn bundel VERSCHIJNINGEN (1924)

Mijn lezing: De dichter schetst in de eerste strofe een verheven ideaalbeeld van zijn geliefde. In de tweede strofe komt hij to the point en geeft hij grootmoedig toe, dat hij innig met haar wil vrijen! Vooral dat ‘afgehunkerd hart’ vind ik mooi.

Licht gedicht

Ik ben een licht gedicht, sprak het vers,
maar toch geen lichtgewicht,
want ooit door Drs. P geschreven;

bij leven een waar zwaargewicht
in het creëren van light verse
en daarin zeer bedreven!

Foto: Nationaal Archief